Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen
Art. 792 Ger. W. 4F*16/01/2008*07/1325/A
Vonnis gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zestien januari tweeduizend en acht in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen.
In zake: A.R.Nr. 07/1325/A
N.V …,
ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …
EISENDE PARTIJ
- verschijnende bij meester A. Huyghe, advocaat, kantoorhoudende te 1050 Brussel, Louizalaan, 149.
t e g e n:
DE BELGISCHE STAAT.
VERWERENDE PARTIJ
- verschijnende bij de heer A. B., in zijn hoedanigheid van inspecteur,
- eveneens verschijnende bij de heer L. E., in zijn hoedanigheid van adjunctverificateur.
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer:
- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 27 februari 2007,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, §2 van het Gerechtelijk Wetboek op 25 mei 2007,
- de besluiten van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 24 december 2007.
* *
*
Eiseres deed tijdig en geldig aangifte in de vennootschapsbelasting voor aanslagjaar 2003 (balans per 31 december 2002).
Daarop werd conforme aanslag gevestigd op 4 februari 2004.
In september 2005 stelde de belastingdienst een vraag om inlichtingen aan NV Axa Belgium met betrekking tot polis "Opti-Plan" die door haar rechtsvoorgangster Royale beIge gesloten was (met betrekking tot één verzekerde, de bedrijfsleider van eiseres).
Op 11 oktober 2005 verstuurde de belastingdienst een bericht tot wijziging van aangifte.
Onder beschrijving van het contract stelde de belastingdienst dat het niet ging om verzekering maar om belegging, daarbij verwijzend naar het antwoord van Axa.
De premie werd verworpen als beroepskost onder stelling dat het "voor de onderneming geen enkel nut (heeft) om het leven te verzekeren zonder dat enig risicokapitaal (= kapitaa1 dat het gestorte kapitaal overschrijdt) wordt gewaarborgd", daarnaast dat het een vergeldend contract betreft, en geen kanscontract bij afwezigheid van kans op winst of verlies voor beide partijen.
Dit werd geexpliciteerd door stelling dat de verzekerde geen enkel recht heeft op prestatie, nu het uitgekeerde enkel bestaat uit het gekapitaliseerde bedrag, en dat de begunstigde, zowel bij leven als bij overlijden, enkel het spaartegoed krijgt en geen risicokapitaal bij overlijden.
Aan de verwerping onder art.A9 WIB92 werd dan de bijzondere aanslag onder art.219 WIB92 gekoppeld bij gebrek aan fiche 325 (impliciete verwijzing naar art.57 WIB92) .
Eiseres antwoordde door haar bedrijfsleider onder niet akkoord, met gemotiveerde bijlage.
In het besluit daarvan wordt gesteld dat het gaat om een groepsverzekering met intentie van pensioenopbouw in het voordeel van de bedrijfsleider of (van) zijn rechthebbenden, waarbij voldaan is aan alle voorwaarden van art.52, 3°, b en art.59 WIB92.
In hetzelfde besluit wordt gesteld "dat een levensverzekering en bijgevolg groepsverzekering geen kanscontract moet zijn, in die zin van kans op verlies of winst in hoofde van partijen bij het afsluiten van het contract".
De belastingdienst verstuurde op 14 november 2005 beslissing tot taxatie, met stelling dat het contract weliswaar alle uiterlijke kenmerken van een "verzekeringscontract" draagt, echter op einddatum (enkel) verplicht de gekapitaliseerde premies terug te betalen, naast uitvoering van de andere in het contract vermelde bepalingen.
Ter zake art.52, 3° wordt gesteld dat het niet gaat om een verzekering en dat geen toezegging tot pensioen voorligt
Op 13 december 2005 werd supplementaire aanslag artikel 854400103 gevestigd conform het vermelde voomemen.
Op 15 maart 2006 kwam ter gewestelijke directie een bezwaarschrift in, ondertekend door de bedrijfsleider van eiseres.
Na afloop van het bezwaaronderzoek wees een gedelegeerd ambtenaar middels beslissing van 25 januari 2007 het bezwaar ten gronde af.
Raadslieden voor eiseres legden op 27 februari 2007 ter griffie verzoekschrift op tegenspraak neer, met aangehecht afschrift van vermelde beslissing.
Dit verzoekschrift voldoet niet aan de wettelijk voorgeschreven beknoptheid van de middelen van de vordering.
Toelaatbaarheid van de rechtsvordering staat niet in betwisting, ook niet desnoods ambtshalve aan te voeren.
Eiseres argumenteert in het lang en in het breed over de al of niet kans op winst of verlies bij een levensverzekering.
Deze argumentatie is te dezen steriel, nu wordt vastgesteld dat in de voorliggende situatie het contract hoe dan ook slechts retournering bepaalt van de (gekapitaliseerde) premies.
In zoverre er immers al een alea aanwezig is, wordt het geneutraliseerd door de werking van het voorliggende contract (zie ook Antwerpen 18 december 2007 - 2006/ARJ2222).
Het gaat voorts niet om een pensioenregeling voor de bedrijfsleider in de zin van de wet, nu er geen pensioentoezegging voorligt, wat onderzoek terzake de andere wettelijke voorwaarden in dit verband zonder voorwerp maakt.
Een voordeel van alle aard is in de hier betwiste aanslag in immers de vennootschapsbelasting niet belast geworden, zodat de grief daarover zonder onderwerp is.
De wettelijke vereisten tot toepassing van de bijzondere aanslag zijn te dezen voldaan.
Verwijzing naar de "Com.I.B." kan daaraan niets wijzigen nu art.57 WIB92, als belastingwet, van openbare orde is (vgl. Luik 14 januari 2000, FJF 2000/182).
Ter zitting hebben partijen hun opmerkingen geuit over de rechtsplegingvergoeding.
OM DEZE REDENEN
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak,
AIle andere en strijdige conclusies verwerpend,
Verklaart de vordering toelaatbaar, maar ongegrond,
Veroordeelt eiseres tot de kosten, deze door de rechtbank in hoofde van verweerder vereffend op nihil (zie Arbitragehof, nu Grondwettelijk Hof, 14 oktober 1999, o.m. in Proces en Bewijs 1999, 303).
N.Daneels L. Boeynaems
| Bijlage | Grootte |
|---|---|
| Vonnis Rechtbank Antwerpen A.R.Nr_.07.325.A.pdf | 85 KB |