Login

Een jaar na overheidsredding hypotheekgiganten is toekomst Fannie Mae en Freddie Mac onduidelijk

Een jaar nadat de Amerikaanse overheid een bijna-blanco cheque uitschreef voor de redding van Fannie Mae en Freddie Mac, is het nog altijd niet duidelijk hoe het met de hypotheekgiganten verder moet. De regering gebruikt het duo voorlopig als dure beleidsinstrumenten om de huizenmarkt te helpen stabiliseren. Specialisten vragen zich af of Fannie en Freddie op termijn nog wel nodig zijn.

Gisteren was het exact een jaar geleden dat de Amerikaanse regering de eerste grote redding van de financiële crisis aankondigde. Op 7 september 2008 zegde de overheid 200 miljard dollar toe om het kapseizende duo Fannie en Freddie van de ondergang te redden in ruil voor een belang van 80 procent.

Fannie en Freddie werden decennia geleden door de Amerikaanse overheid opgericht met de bedoeling de huizenmarkt te ondersteunen. Beide instellingen kopen hypotheekleningen van banken om ze te verpakken tot mortgage-backed securities (MBS) en die vervolgens te verkopen aan beleggers.

Subprimes

'Het idee was om via Fannie en Freddie de MBS-markt te ontwikkelen', vertelt Stijn Van Nieuwerburgh, financieel hoogleraar aan New York University. 'Door hypotheken van banken over te nemen verkrijgen die banken opnieuw kapitaal voor nieuwe leningen en wordt ook het risico gespreid, wat uiteindelijk de hypotheekrente laag moet helpen houden.'

Maar na 2000 zijn Fannie en Freddie plots 'andere dingen beginnen te doen', zegt Van Nieuwerburgh. 'In hun drang om meer winst te maken, begonnen Fannie en Freddie massaal subprimes - hypotheken voor gezinnen met minimale kredietwaardigheid - te kopen. Dat was pure trading. Het maakte van beide instellingen enorme hedge funds met een gigantische leverage (graad van schuldfinanciering, red.). Ze gingen daarmee het mandaat van het Congres te buiten.'

Dat het Congres liet begaan, getuigt van de enorme politieke macht die Fannie en Freddie hadden. Congresleden hoopten via goedkope subprimes ook meer Amerikanen aan een woning te helpen. Bovendien konden Fannie en Freddie hun risicovolle avonturen goedkoop blijven financieren in de markt dankzij de impliciete overheidsgarantie op hun hypotheekportefeuille. Omdat ze tegelijk privéaandeelhouders hadden, ontstond een ongemakkelijke hybride structuur.

Snel oplopende verliezen in subprimes dwongen de overheid om de mager gekapitaliseerde hypotheekgiganten uiteindelijk te hulp te snellen. Een jaar geleden dacht de overheid nog dat de reddingsoperatie de belastingbetaler waarschijnlijk 25 miljard dollar zou kosten. Dat bedrag lijkt nu een lachertje.

Fannie en Freddie boekten vorig jaar een gezamenlijk verlies van bijna 110 miljard dollar. De overheid pompte al 85 miljard dollar in het duo, en Fannie Mae vroeg vorige maand nog eens 10,7 miljard dollar na de publicatie van een tweedekwartaalverlies van 14,8 miljard dollar. De stijgende werkloosheid zorgt nu immers ook voor toenemende verliezen op kwaliteitsvolle hypotheken.

De uiteindelijke factuur voor de redding van Fannie en Freddie dreigt enorm hoog op te lopen. De overheid verdubbelde intussen de toegezegde kredietlijn tot 200 miljard dollar voor elke instelling. Sommige analisten verwachten dat Fannie en Freddie tegen eind volgend jaar die 400 miljard dollar volledig opgebruikt zullen hebben. De toezichthouder van beide instellingen waarschuwde onlangs dat de belastingbetaler waarschijnlijk nooit het volledige geïnvesteerde bedrag zal recupereren.

Sinds de crisis losbarstte is het marktaandeel van Fannie en Freddie zelfs nog toegenomen. Het duo bezit of garandeert 5,4 biljoen dollar aan hypotheken, ongeveer de helft van de volledige Amerikaanse markt. De regering gebruikt beide instellingen om een complete ineenstorting van de markt te voorkomen nadat commerciële banken de kredietkraan hadden dicht gedraaid. Fannie en Freddie helpen de huizenmarkt ook stabiliseren door probleemhypotheken te herfinancieren van gezinnen die hun huis dreigen te verliezen. Beide instellingen zijn daarmee verworden tot noodzakelijke beleidsinstrumenten, met mogelijk extra verliezen als gevolg.

Hybride structuur

Op termijn moet er echter een oplossing komen voor Fannie en Freddie. Vooral de hybride structuur botst al jaren op kritiek, onder andere van Larry Summers, de economische topadviseur van president Barack Obama. Hij waarschuwde jaren geleden al dat de marktdominantie van Fannie en Freddie - met dank aan hun impliciete overheidsdekking en resulterende lagere financieringskosten - een gevaar is voor het financieel systeem.

De regering Obama wil in februari een voorstel over de hervorming van Fannie en Freddie presenteren. Er liggen meerdere opties op tafel. Eén scenario is om alle probleemhypotheken onder te brengen in een 'bad bank' die door de overheid beheerd wordt. Alle waardevolle hypotheken komen dan in een 'good bank' terecht, die eventueel opgesplitst en geprivatiseerd kan worden. Andere opties zijn alle activiteiten in een nieuw overheidsagentschap samenvoegen, een terugkeer naar het hybride model, of de portefeuille geleidelijk afbouwen. Een gerechtelijk akkoord is geen optie gezien de Japanse en Chinese centrale bank belangrijke schuldeisers van Fannie en Freddie zijn.

Voor Van Nieuwerburgh is het duidelijk dat het 'hedge fund-gedeelte' met de subprimes helemaal afgebouwd moet worden. 'Maar wat er op lange termijn met Fannie en Freddie moet gebeuren is een moeilijke vraag. Ik denk dat de MBS-markt intussen voldoende ontwikkeld is om ze volledig over te laten aan de privésector. Elke bank heeft nu een team specialisten in MBS-handel.'

'In dat opzicht zijn Fannie en Freddie niet langer nodig', vervolgt Van Nieuwerburgh. 'Als er vraag is in de markt naar MBS, zal de markt dat opnieuw creëren, zonder de marktverstorende werking van Fannie en Freddie. Het herverpakken van hypotheken blijft immers een goed idee én een winstgevend businessmodel dat de hypotheekrente laag helpt houden. Die markt zal hoe dan ook terugkeren.'

Wat het politieke doel betreft om zoveel mogelijk Amerikanen aan een eigen woning te helpen, lijkt de crisis aangetoond te hebben dat er een plafond is. Sommige gezinnen kunnen zich geen hypotheeklening veroorloven. Het percentage huisbezitters is door de vele huisuitzettingen intussen opnieuw aan het dalen en zal volgens sommigen terugvallen tot het niveau van de jaren 80. Woonsubsidies voor lage inkomens kunnen volgens Van Nieuwerburgh nog altijd. 'Maar daarvoor zijn andere, meer transparante overheidsinstanties beter geschikt.'

Of Fannie en Freddie ook echt zullen verdwijnen, lijkt lang niet zeker. 'Ik heb nog geen enkele politicus horen pleiten voor hun afschaffing', zegt Van Nieuwerburgh. Het minimum dat volgens hem moet gebeuren is Fannie en Freddie volledig privaat maken. 'De markt moet weten dat de overheid niet meer zal tussenbeide komen. Maar dan mogen beide instellingen ook niet langer 'too big to fail' zijn. Opsplitsen lijkt dan ook een goed idee.'

06:00 - 08/09/2009 Copyright © De Tijd