Deze fraude toont dat het serieus fout zat met de derivatenmarkt vlak voor de zeepbel in 2007 uiteenspatte en de financiële wereld in een diepe crisis raakte.
Over de rol van Goldman Sachs in de financiële crisis doen veel geruchten en verhalen de ronde. Eerst was er bewondering voor het feit dat Goldman als eerste zakenbank posities innam tegen de zeepbel en dus eigenlijk verdiende aan de hele crisis. Maar nadien doken de verhalen op over het misleiden van de eigen klanten, de bevoorrechte relaties met de Amerikaanse politiek en een marktdominantie die naar het ongezonde neigde. De imagoschade was al groot.
Goldman verdedigde zich vorige week nog in een brief aan de aandeelhouders dat het nooit bewust posities had ingenomen tegen de eigen klanten. Maar de documenten van de SEC tonen aan dat Goldman op zijn minst de klanten heeft bedrogen en misleid. Het icoon dat Goldman Sachs eens was, is definitief van zijn voetstuk gevallen.
De SEC lijkt de belofte na te komen strenger te willen optreden tegen fraude. De beurswaakhond sluit niet uit dat er nog banken in het vizier genomen worden. In ieder geval is het duidelijk dat het spel niet eerlijk werd gespeeld en dat de grote jongens van Wall Street een loopje namen met de regels.
Het onderzoek naar de fraude bij Goldman Sachs kan voor de Amerikaanse president, Barack Obama, een breekijzer zijn om zijn financiële hervorming door het parlement te drukken. De bankiers voeren een campagne om strengere regels voor de financiële wereld te vermijden. Goldman Sachs bezorgt de politici nu de argumenten voor een strengere aanpak van de financiële wereld, ook van de derivatenmarkt. Het gebrek aan transparantie en openheid maakte de fraude immers mogelijk. Het argument dat men producten maakt op maat van de klant, gaat niet op. Het waren producten die de klant in de val lokten.
De zakenbank werd ooit omschreven als de ‘gigantische vampiervleermuis’ van de financiële wereld. Na de klacht van de SEC is het voor iedereen duidelijk waarom.
Jean Vanempten
08:45 - 17/04/2010 Copyright © De Tijd