Login

Waarom het KBC-Life Invest Plan geen levensverzekeringsovereenkomst is!


1.
De polis is van het type “levenslange overlijdensverzekering”.

KBC heeft in de polis geen einddatum voorzien. De polis is van onbepaalde duur, de looptijd ervan is levenslang. Levenslange polissen eindigen met de dood van de verzekerde. Uitkering van het uitgesteld kapitaal bij leven op de vervaldag is bijgevolg uitgesloten. De polis is dus van het type “levenslange overlijdensverzekering”.

2.
De premie is berekend zonder sterftetafels te gebruiken.

De premie staat los van het geslacht, de leeftijd, de gezondheidstoestand en de levenswijze van de verzekerde.
Voor de premieberekening van de polis maakte KBC geen gebruik van de MK/FK sterftetafels voor de verzekeringsprestaties “Overlijden bestemd voor mannen/vrouwen”, vereist volgens artikel 22, §2, c) van het KB Leven. Deze sterftetafels staan gepubliceerd in het Staatsblad.

3.
KBC geeft in de voorwaarden van de polis een andere betekenis aan het begrip “wiskundige reserve”, dan de in de verzekeringwereld gangbare.
KBC heeft in de polis geen verzekerd kapitaal voorzien dat zij bij overlijden van de verzekerde aan de begunstigde uitkeren zal.
In het levensverzekeringsvoorstel (en herhaald in de algemene en bijzondere voorwaarden van de betwiste polissen) staan o.m. volgende clausules:

Op elk ogenblik is de reserve van uw contract gelijk aan de totale waarde van alle eenheden die u in de verschillende fondsen aanhoudt, gewaardeerd aan hun respectievelijke inventariswaarde.”
“Uitkering van de reserve in geval van overlijden.
Bij overlijden van de verzekerde wordt aan de begunstigde steeds de opgebouwde reserve uitgekeerd.”

Deze clausules voorzien niet in een vooraf overeengekomen vast bedrag dat KBC bij overlijden van de verzekerde aan de begunstigde zal uitkeren, terwijl dit vast verzekerd bedrag volgens artikel 97 van de Wet op de landverzekeringsovereenkomst en artikel 2, a) van het KB Leven wel vereist is. M.a.w. op elk ogenblik van de duur van de polis stelt KBC de “reserve” gelijk met de inventariswaarde van het beleggingsfonds. Bij overlijden van de verzekerde keert KBC aan de begunstigde de inventariswaarde van het beleggingsfonds uit, en geen vast bedrag, dat definitief had moeten vastgesteld zijn op het ogenblik van het sluiten van de overeenkomst.
KBC wijzigt aldus in zijn algemene voorwaarden de in de verzekeringwereld gangbare betekenis van het begrip “wiskundige reserve".
De “wiskundige reserve” is een actuariëel begrip en veronderstelt een – ten laatste bij het onderschrijven van de polis overeengekomen – verzekerd kapitaal. Het is dit verzekerd kapitaal (eventueel vermeerderd met de wiskundige reserve) dat de verzekeraar normaliter zal uitkeren bij overlijden van de verzekerde (vóór de vervaldag van de polis).
De wiskundige reserve die bij de verzekeraar op een bepaald ogenblik dient aanwezig te zijn, wordt bepaald volgens de actuariële techniek en is gelijk aan de actuariële waarde van wat de verzekeraar in de toekomst zal moeten uitkeren, verminderd met de actuariële waarde van de premies die hij in de toekomst nog zal ontvangen.
De activa van één of meerdere beleggingsfondsen vormen de dekkingswaarden, ten belope van de wiskundige provisies voor de verzekeringsverrichtingen (art. 64, §1 van het KB Leven)
Dekkingswaarden en wiskundige reserves veronderstellen de dekking van het overlijdensrisico, d.w.z. de uitkering van een verzekerd kapitaal aan de begunstigde bij overlijden van de verzekerde. De hoogte van de premie voor dit verzekerd kapitaal wordt berekend op basis van de MK/FK sterftetafels.
Toegepast op levensverzekeringen, verbonden met interne beleggingsfondsen:

De levensverzekeringsprestatie in een levenslange polis bestaat erin bij overlijden een op voorhand overeengekomen vast bedrag uit te keren, ongeacht de evolutie van het intern beleggingsfonds (zowel in min als in meer).
Daarenboven hebben de begunstigden, bij een eventuele premienivellering, ook nog recht op de uitkering van de wiskundige reserve.

In het geval van het KBC-Life Invest Plan is de wiskundige reserve evenwel onbestaande, bij afwezigheid van enig risicokapitaal, d.w.z. het verzekerd kapitaal dat de koopsom overschrijdt, in de betekenis van punt 36 van bijlage II van het KB Leven van 17.12.92.

4.
De begunstigde krijgt van KBC geen verzekerd kapitaal uitgekeerd, en nog minder de wiskundige reserve, enkel de “inventariswaarde van het intern fonds”.
In een rechtsgeldig totstandgekomen levensverzekeringsovereenkomst bekomt de verzekeringnemer een schuldvordering op de verzekeraar door de betaling van premies. De verzekeringnemer kan dit voordeel toekennen aan een derde, d.w.z. dat hij zijn schuldvordering tegen de verzekeraar kan schenken aan een begunstigde. Deze schuldvordering heeft het verzekerd kapitaal, en eventueel de wiskundige reserves, als voorwerp (maar nooit de technische reserves die de verzekeraar moet aanleggen voor zijn verzekeringsverrichtingen, conform artikel 16 §1 van de Controlewet verzekeringen 9.7.75; deze technische reserves zijn eigendom van de verzekeraar).
Zonder verzekerd kapitaal, geen recht van de begunstigde om dit verzekerd kapitaal bij overlijden van de verzekerde te innen. Zonder premienivellering geen wiskundige reserve, en derhalve geen recht op de uitkering van deze wiskundige reserve.
De uitkering van de “inventariswaarde van het intern fonds” door KBC aan de begunstigde is geen levensverzekeringsverrichting (want het fonds vormt enkel de dekking voor het verzekerd kapitaal).

5.
Over het document “AANVRAAG TOT OPVRAGING VAN DE RESERVE” voor “ éénmalige of periodieke uitkeringen”.

“Op elk ogenblik kunt u de reserve die u verworven hebt, geheel of gedeeltelijk opvragen. Bij overlijden van de verzekerde wordt aan de begunstigde steeds de opgebouwde reserve uitbetaald.”


Commentaar:

De polis houdt geen enkele verzekeringsverplichting in voor KBC. Het volstaat vast te stellen dat in de polis noch de bepalingen met het gewaarborgd kapitaal, noch de aanvullende waarborg, ingevuld zijn .

Opmerking:

  • Het periodiek uitkeren van sommen tot het kapitaal uitgeput is, is geen levensverzekering.
  • Bij overlijden uitbetalen wat rest na de eerdere uitkeringen, is geen levensverzekering.
  • Enkel in het geval dat de periodieke uitkeringen vooraf vaststaan en verzekerd worden zolang de verzekerde leeft, en niet langer, is de polis een levensverzekeringsovereenkomst.


6. Beoordeling
(naar de arresten van het Hof van Beroep te Gent van 9.12.2003, 29.6.2004 en 14.9.2004).

  • Voor het uit te keren bedrag bij overlijden wordt geen gebruik gemaakt van sterftetabellen, terwijl de premie losstaat van het geslacht, de leeftijd en de gezondheidstoestand van de verzekerde.
  • Het intern beleggingsfonds ondergaat de fluctuaties van de markt en het goed of slecht beheer door de verzekeraar; de onzekerheid over de waarde ervan is inherent aan het risico van elke verzekeraar.
  • De uit te keren bedragen hangen niet af van een onzekere gebeurtenis, temeer daar de opvragingen worden voorzien op gelijk welk moment van de reeds gedane stortingen, wat afhangt van de wil van de verzekeringnemer en niet van een onzekere gebeurtenis.
  • De begunstigde heeft alleen recht op de inventariswaarde van het intern beleggingsfonds, en niet op een vooraf overeengekomen verzekerd vast bedrag.
  • Het ligt vooral in de bedoeling van de verzekeraar een beleggingsproduct op de markt te brengen, waarop de verzekeringnemer ingaat. De goede trouw van de verzekeringnemer staat daarbij buiten twijfel.

Om al deze redenen kan het KBC-Life Invest Plan niet als een levensverzekering gekwalificeerd worden, zodat de vraag naar herkwalificatie zich niet stelt, daar dezelfde akte niet voor verschillende kwalificaties vatbaar is.
Het volstaat vast te stellen dat het KBC-Life Invest Plan geen levensverzekeringsovereenkomst is.

BijlageGrootte
Diskwalificatie KBC Life Invest Plan.pdf165.27 KB