Het merendeel van de onderschreven tak 23 contracten is van onbepaalde duur, de looptijd ervan is levenslang. Levenslange polissen eindigen met de dood van de verzekerde. Uitkering van het uitgesteld kapitaal bij leven op de vervaldag is bijgevolg uitgesloten. De polis is dus van het type “levenslange overlijdensverzekering”. De enig mogelijke levensverzekeringsverrichting in een levenslange overlijdensverzekering bestaat erin bij overlijden een op voorhand overeengekomen vast bedrag uit te keren, ongeacht de evolutie van het intern beleggingsfonds (zowel in min als in meer).
Levenslange polissen zonder overlijdensdekking hebben geen levensverzekeringsverrichting als voorwerp waardoor het geen levensverzekeringen zijn.
Als in een levenslange polis de overlijdensdekking ontbreekt is er geen levensverzekering tot stand gekomen.
De levenslange polis zonder overlijdensdekking is absoluut nietig.
Levensverzekeraars omzeilen de wet op de Instellingen voor Collectieve Beleggingen (“ICB”) als ze hun interne fondsen als beleggingsfondsen verkopen, want levensverzekeraars hebben enkel een vergunning voor levensverzekeringen (enkel sommenverzekeringen, met uitsluiting van schadeverzekeringen). Levensverzekeraars kunnen onmogelijk een vergunning verkrijgen als “Instelling voor Collectieve Belegging (van openbare orde).
Beleggingsfondsen van ICB’s dienen bij de CBFA geregistreerd te worden (van openbare orde).
Verzekeringsfondsen kunnen niet als beleggingsfonds geregistreerd worden.
Interne fondsen als beleggingsfondsen aanbieden is in hoofde van de levensverzekeraars niet geoorloofd.
De uitkering van een beweerde “beleggingsprestatie” is geen levensverzekeringsverrichting.
Contracten wegens een ongeoorloofde oorzaak kunnen geen gevolgen hebben en zijn absoluut nietig.