Dexia moet een aandelenleaseklant zijn hele inleg terugbetalen en de restschuld kwijtschelden. Dit heeft het Amsterdamse gerechtshof gisteren bepaald. Het hof gaat hiermee verder dan de Duisenbergregeling. De uitspraak van het hof is voor honderden en mogelijk duizenden vergelijkbare gevallen maatgevend. Deze uitstraling blijft niet beperkt tot klanten van Dexia, maar geldt ook voor die van andere aanbieders van leaseproducten. Dexia heeft gisteren onmiddellijk aangekondigd tegen dit arrest in cassatie te gaan bij de Hoge Raad, het hoogste rechtscollege van Nederland. Opgetogen reageren verschillende belangenbehartigers en advocaat Myrte Jongeneelen, die de zaak voor het hof won. Korting Kado De uitspraak van het hof heeft betrekking op het aandelenleaseproduct Korting Kado van Dexia. Centraal in die zaak staat de vraag of aandelenlease een vorm van huurkoop is. Het hof beantwoordt die vraag bevestigend. Dat betekent dat leasecontracten getekend hadden moeten zijn door beide echtgenoten of beide geregistreerd samenlevende partners. Alleen al bij Dexia is dat in tienduizenden gevallen niet gebeurd. Handtekening Als onder een leasecontract niet de vereiste handtekeningen van beide partners staan, zoals in de zaak waarover het hof zich boog, dan kan degene die niet heeft ondertekend het contract laten vernietigen. De aandelenleaseaanbieder moet dan de volledige eventuele restschuld kwijtschelden, maar bovendien alle betaalde leasepenningen terugbetalen, met rente. Verder dan Duisenberg Het Amsterdamse hof gaat met dit arrest veel verder dan de Duisenbergschikking. Die heeft Dexia met grote consumentenorganisaties afgesloten. Voor contracten die niet door beide partners zijn getekend, houdt de Duisenbergregeling in dat de hele restschuld wordt kwijtgescholden, maar van hun inleg krijgen klanten niets terug. Hetzelfde Amsterdamse gerechtshof vond de Duisenbergschikking eerder dit jaar redelijk genoeg om algemeen verbindend te verklaren. Tot 1 augustus Volgens Dexia hebben tot nu toe 419 klanten gemeld zich aan de Duisenbergregeling te onttrekken. Die mogelijkheid bestaat tot 1 augustus. De stichting Eegalease, die speciaal voor de kwestie van de ontbrekende handtekeningen is opgericht, zegt twintigduizend Dexia-klanten te vertegenwoordigen. In een andere leasezaak, waar de handtekeningenkwestie niet speelt, heeft het hof Dexia veroordeeld tot vergoeding conform Duisenberg. VASCO VAN DER BOON Copyright (c) 2007 Het Financieele Dagblad 1 maart 2007
AMSTERDAM - Dexia Bank heeft in de afwikkeling van de slepende aandelenleaseaffaire een steun in de rug gekregen van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Uit onderzoek van de AFM is gebleken dat de bank de aandelen die bij de omstreden beleggingsproducten behoorden indertijd daadwerkelijk heeft gekocht en behouden. Het conceptrapport van de toezichthouder is donderdag openbaar gemaakt. Een groep van circa 25.000 gedupeerden had twijfels over de daadwerkelijke aankoop en procedeert tegen het algemene schikkingsvoorstel, de zogeheten Duisenbergregeling. Het onderzoek van de financiële toezichthouder is gedaan op verzoek van het gerechtshof in Amsterdam. Het hof buigt zich over een verzoek van een aantal belangenorganisaties van gedupeerde beleggers, die de getroffen schikking te mager vinden. De Duisenbergregeling is gebaseerd op een gedeeltelijke kwijtschelding van restschuld. "Maar als Dexia Bank helemaal geen aandelen had en de producten heeft gefinancierd met opties, dan is er van restschuld geen sprake", aldus Piet Koremans van Stichting PAL, Platform Aandelenlease. Koremans constateert bij eerste lezing dat het rapport tegenstrijdig is. "De AFM beweert enerzijds dat het bezit van de aandelen aannemelijk is, maar schrijft vervolgens dat ze dit bezit feitelijk niet kan aantonen." Een woordvoerder van Dexia Bank noemt de uitspraak daarentegen "duidelijk en in lijn met wat we altijd hebben beweerd." Woordvoerder Joost Papeveld van juristenkantoor Leaseproces, dat inmiddels zo'n 40.000 gedupeerden bijstaat, noemt het rapport een "incident in een langere procedure. Deze uitkomst is niet beslissend voor het verbindend verklaren van de Duisenbergregeling. Het maakt ook niet uit voor individuele rechtszaken. Bovendien hebben we nog een aantal vragen." Het rapport van de AFM is nog een concept. Betrokkenen kunnen nog op- en aanmerkingen maken, waarna de toezichthouder een definitieve versie opmaakt. Mede op basis van dat verslag beslist het gerechtshof of de Duisenbergregeling verbindend verklaard kan worden en aan alle beleggers opgelegd kan worden. De beleggingsproducten van Dexia Bank en voorgangers hebben circa 400.000 mensen in de financiële problemen gebracht. Er werden hoge rendementen in het vooruitzicht gesteld met constructies als bijvoorbeeld de winstverdubbelaar. Toen de beurskoersen kelderden, bleken de beleggers alleen maar grote schulden te hebben overgehouden met deze producten Copyright (C) Reformatorisch Dagblad
AMSTERDAM (ANP-AFX) - Het gerechtshof in Amsterdam laat onderzoek doen naar aandelentransacties van Dexia. Het onderzoek moet uitwijzen of de bank daadwerkelijk aandelen heeft gekocht voor zijn klanten met een contract voor aandelenlease. Een groep ontevreden klanten meent dat Dexia Bank Nederland de effecten voor leasecontracten nooit heeft gekocht. Het gerechtshof besloot vrijdag om een onafhankelijke deskundige onderzoek te laten doen naar de aandelenhandel. Voorzitter J. Chorus van de meervoudige kamer wil het resultaat van dat onderzoek afwachten voordat hij besluit of de Duisenberg-regeling wordt opgelegd aan alle klanten van Dexia. Het hof nam die beslissing aan het einde van vier dagen van hoorzittingen. Tijdens die openbare zittingen konden voor- en tegenstanders van de schikking aangeven waarom de regeling al dan niet verbindend moet worden verklaard. De Telegraaf 19 mei 2006
Dexia Bank Nederland moet zijn boeken openen voor onafhankelijk onderzoek. Het Gerechtshof Amsterdam heeft dit beslist. Het hof wil weten of de bank echt de aandelen heeft gekocht die zijn klanten leasen. Met deze mededeling eindigde het hof vrijdag de laatste dag van de behandeling van het verzoek van Dexia de Duisenberg-schikking op te leggen aan leaseklanten. Het hof zegt 2 juni wie het onderzoek doet en wat zijn precieze opdracht wordt. De onderzoeker mag geen band hebben met Dexia of Aegon. Aanleiding voor het onderzoek zijn twijfels of Dexia daadwerkelijk aandelen kocht voor zijn leaseklanten. Bij een deel van de 713.540 leasecontracten die Dexia 394.486 klanten verkocht, zouden opties de verplichtingen dekken. De leasecontracten beloven dat Dexia aandelen aanschaft. Critici van de Duisenberg-schikking brengen de twijfels naar voren in de procedure over het verbindend verklaren. Hoe ver terug? Het hof heeft nog niet gezegd hoe ver het boekenonderzoek terug moet gaan. Maar het hof kondigt aan dat het onderzoek antwoord moet geven op vragen die rond het algemeen verbindend verklaren zijn opgeworpen. Dat opent de deur naar boekenonderzoek dat terug kan gaan tot 1 januari 1997. Dexia verzoekt namelijk om verbindendverklaring van een schikking voor leasecontracten die op die datum liepen, of daarna zijn gestart of afgesloten. Het hof wilde vrijdag de omvang van de leaseschade weten en hoeveel mensen in de Duisenberg-schikking niets vergoed krijgen maar wel rechten verliezen. Dexia kon die data niet leveren. Dexia-bestuursvoorzitter Ben Knüppe juicht het onderzoek toe, 'omdat dit een eind maakt aan de indianenverhalen'. Ger van Dijk van Leaseproces, tegenstander van de Duisenberg-schikking, noemt de stap van het hof 'een dramatische wending'. Hij kent verklaringen van ex-werknemers van Dexia dat de aandelen niet zijn gekocht. Advocaat Harm Jan Tulp zegt dat Dexia 'nog nooit een effectennota of een afschrift van een aandelenaankoop heeft laten zien, terwijl dat vaak is gevraagd en sinds 1999 verplicht is'. Volgens Piet Koremans van het Platform Aandelen Lease verzet Dexia zich bij de Hoge Raad tegen een bevel van een ander gerechtshof om aan- en verkopen te bewijzen. Dexia-woordvoerder Steven Gelder meent dat er geen procedures bij de Hoge Raad lopen. VASCO VAN DER BOON Copyright (c) 2006 Het Financieele Dagblad 20 mei 2006
AMSTERDAM - Dexia heeft woensdag de rechtbank in Arnhem bewijzen overhandigd die volgens de bank aantonen dat daadwerkelijk aandelen zijn gekocht voor leaseklanten. Leasebeleggers betwijfelden afgelopen maanden of Dexia de contractuele koopverplichtingen was nagekomen. Dexia weigerde tot nu toe aankoopbewijzen te laten zien. De Arnhemse rechtbank gaf Dexia in juli opdracht toch dit bewijs te leveren. Dexia voldoet hier nu aan, maar niet zonder de rechter in een schriftelijk antwoord voor te houden dat 'de bank bezwaren heeft tegen deze bewijsopdracht'. Want anders dan de rechter meent, vergt het 'een enorme inspanning' van de bank om uit haar administraties individuele transacties voor individuele klanten fysiek aan te tonen. Dexia vreest precedentwerking. 'Dit zou betekenen dat banken verplicht zouden zijn aan cliënten steeds nader inzicht te geven in de relevante gegevens opgenomen in de cliëntenadministratie, de orderadministratie, de effectentransactieadministratie en de effectenbewaaradministratie. 'De aan een dergelijk verzoek verbonden administratieve lasten en kosten zijn dermate hoog dat het in alle redelijkheid niet van de bank kan worden verwacht dat zij gevolg geeft aan ieder willekeurig verzoek om nadere informatie te geven over door haar verstrekte opgaven.' Voor een keer stapt Dexia over deze bezwaren heen. Dexia moest bewijzen dat het op 18 april 2000 37 aandelen ABN Amro , 37 Aholds en 37 ING 's kocht voor een tegen de bank procederende klant. Een contract gaf deze klant het recht één jaar en twee jaar later nogmaals eenzelfde pakket te leasen. Om dat af te dekken, 'kon de bank kiezen' tussen opties of het anticiperend aankopen van aandelen. Dexia verkoos dat laatste. Met een door feestdagen en settlementregels verklaarbare vertraging realiseert Dexia op 25 april 2000 'een bulkorder' van 22.141 aandelen ABN Amro, Ahold en ING, inbegrepen het volle driejarige leasepakket voor de procederende klant. De Wet Giraal Effectenverkeer staat volgens Dexia bulkorders toe en ontheft banken van een materiële één-op-één-relatie tussen klantenorder en aandelenaankoop. De omvang van de bulkorder bepaalde Dexia door op grond van 'ervaringscijfers' te korten op de 25.878 aandelen die klanten eigenlijk hadden gevraagd. Dexia-woordvoerder Rob Okhuijsen meldt dat door deze methode ten opzichte van de werkelijk door klanten bestelde aandelen 'elke dag wel plussen en minnen konden ontstaan. Dat werd in de loop der dagen uitgebalanceerd door eventueel achteraf te verkopen en bij te kopen voor risico van de bank.' Dexia meldt dat voor de procederende klant Bijzondere Voorwaarden Effectenlease van toepassing golden die ten onrechte melden dat de verleaste aandelen worden bewaard door de contracterende bank. 'De bank verricht al sinds 1999 geen bewaaractiviteiten meer', corrigeert Dexia nu de in april 2000 verstrekte voorwaarden. De rest van deze voorwaarden, die nog onder verantwoordelijkheid van Aegon door dochter Labouchere werden verspreid, is volgens Dexia wel geldig. De verkoop van Labouchere door Aegon aan Dexia vond in augustus 2000 plaats. De aandelen die Labouchere anticiperend aankocht maar nog niet aan de leaseklant hoefde te leveren, zijn in het onderhavige geval 'in het kader van een repo/buy/sell-back constructie verkocht' aan Dexia-dochter Lease Assets Backed Notes II BV. Dexia heeft zes van dat soort securitisatie-bv's. De bv's hadden in 2001 euro 2,1 mrd aan activa waarmee zij euro 281 mln financiële baten realiseerden tegen euro 122 mln aan financiële lasten. Advocaat Wilma Tonckens van de procederende partij gaf gisteren geen commentaar. VASCO VAN DER BOON Copyright (c) 2006 Het Financieele Dagblad 23 sep 2004
Nieuwe interpretatie van Europese richtlijn biedt leasebeleggers hoop AMSTERDAM - Na de nederlaag bij de Amsterdamse rechter en het mislukken van schikkingsgesprekken afgelopen weken, putten beleggers met effectenleasecontracten hoop uit een tussenvonnis van de Arnhemse rechtbank. De vereniging Payback die opkomt op voor de belangen van leasebeleggers, is vooral blij met de opdracht van de rechtbank aan Dexia om te bewijzen dat de bank de aandelen uit de leasecontracten daadwerkelijk hebben gekocht. De bank weigerde dat tot nu toe. 'We zijn al lange tijd bezig om aan- en verkoopbewijzen van Dexia te krijgen', zegt Piet Koremans van Payback. Koremans en veel beleggers hebben twijfels over de bewering van Dexia dat de aandelen in drie termijnen zijn gekocht zoals in de contracten wordt beloofd. Ze vermoeden dat de bank op een zeer gunstige manier via opties de beleggers heeft bediend. Bewijzen voor deze theorie hebben ze niet. Het tweede element uit het tussenvonnis biedt beleggers de meeste hoop. De rechtbank stelt dat het effectenleaseproduct de 'Winstverdriedubbelaar' een vorm van kredietverlening is. De rechtbank spreekt zelf van een mogelijk 'verstrekkend' vonnis, omdat op basis van dit voorlopige oordeel de aanbieders van effectenlease al hun contracten mogelijk moeten terugdraaien. Als dit inderdaad het geval is, dreigt een miljardenstrop voor Dexia en andere aanbieders. De rechter verwijst de argumenten van Dexia en de antwoorden aan de Tweede Kamer van minister Gerrit Zalm van Financiën hierover (voorlopig) naar de prullenmand. Zalm meldde in 1998 dat de Wet op het ConsumentenKrediet (WCK) niet van toepassing is bij aandelenlease. De rechtbank heeft de oorspronkelijk Europese richtlijn bestudeerd en vindt dat de WCK wel degelijk van toepassing is. Dexia gaat het tussenvonnis aanvechten. De bank wijst erop dat de Rotterdamse kantonrechter eerder een tegengestelde uitspraak deed. De Winstverdriedubbelaar kan volgens advocaat Wilma Tonckens op basis van de WCK vrij eenvoudig nietig verklaard worden. Volgens haar zijn de gehanteerde rentepercentages hoger dan de WCK toelaat. Daarnaast hadden banken inlichtingen moeten inwinnen over de kredietwaardigheid van beleggers. Ook had de totale kredietsom in letters vermeld moeten worden. Advocaat Jeroen Wendelgelst, die leasebeleggers bijstaat, noemt het vonnis 'revolutionair in de rechtspraak over aandelenlease'. 'Het is een voorlopig oordeel, maar het kan een doorbraak zijn. Het doet er bij deze toets niet meer toe of de belegger een bankdirecteur is of een bijstandsmoeder. Als leasecontracten op basis van de WCK nietig worden verklaard, moeten de aanbieders alle contracten van alle beleggers terugdraaien.' Anton Weenink van de vereniging Consument & Geldzaken zegt dat hij al jaren aanvoert dat effectenlease onder kredietverlening valt. Deze 'adviesorganisatie voor de financiële consument' zegt namens zevenduizend beleggers met een zogeheten Sprintplan te procederen tegen aanbieder Aegon . Het is vooralsnog onduidelijk of deze nieuwe grondslag toegevoegd kan worden aan de collectieve zaak van 92.000 beleggers. Deze groep verwijt Dexia misleiding in de folders. De rechtbank meende onlangs dat hiervan geen sprake is. GERBEN VAN DER MAREL Copyright (c) 2006 Het Financieele dagblad 17 juli 2004