De Amerikaanse banken weten ook vandaag nog niet voor hoeveel honderden miljarden zij opgelicht zijn door male fide hypotheekmakelaars.
De hypotheekmakelaars bekwamen niet alleen een lening voor de koper van het huis, maar ontfutselden tegelijkertijd een tiental extra leningen bij tien andere banken voor de zogenaamde koop van datzelfde huis, maar nu voor eigen rekening. Dat geld staken zij uiteraard in hun eigen zak, en verdwenen ermee, indien nodig, met de noorderzon.
De bankiers kon het allemaal niet schelen. Wel integendeel. Hoe meer leningen, hoe liever. Zij verkochten de leningen, samen met de talloze nepleningen, toch door aan investeringsbanken, die ze verpakten als obligaties en doorverkochten aan investeerders en beleggers. Iedereen van hoog tot laag verdiende torenhoge commissielonen en exorbitante bonussen. Iedereen deed willens nillens mee aan de plundering. Iedereen zweeg als vermoord. Of werd het zwijgen opgelegd.
De beheerders van hefboomfondsen (hedge funds) leenden op hun beurt geld om die rommelobligaties te kunnen kopen. Zij hoopten op die manier hun rendementen op te krikken. De werkelijkheid vandaag is dat zij nu die leningen niet meer kunnen terugbetalen, want hun onderpand is bijna waardeloos.
De bankiers en verzekeraars dachten zichzelf in te dekken via zogenaamde CDS ("Credit default swaps"), maar kwamen tot de ontdekking dat de tegenpartij niet in staat was de opgenomen verplichtingen na te komen.
In een rechtstaat worden dieven en bedriegers gestraft voor diefstal en oplichting. Bankiers kunnen klacht indienen, desnoods tegen onbekenden. Toezichthouders kunnen en zouden moeten optreden. Niets van dat alles. Iedereen laat betijen. Schuldig verzuim?
Straffer nog. Toezichthouders keken en kijken nog altijd de andere kant op. Onderzoekers, die de wanpraktijken van de nationale banken in de USA onderzochten, moesten gerechtelijke onderzoeken op bevel van hogerhand staken.
De oplossing van de overheid: de belastingbetaler doen opdraaien voor die gigantische zwendel, onder het mom van "reddingsplan ten gevolge van de kredietcrisis".
Lees hierna de analyse van "The Center for Public Integrity" over de manier hoe de financiële instellingen hebben veroorzaakt :
Who’s Behind the Financial Meltdown?
Center for Public Integrity Investigation Identifies Top 25 Subprime Lenders and their Wall Street Backers
“The mega-banks that funded the subprime industry were not victims of an unforeseen financial collapse, as they have sometimes portrayed themselves,” said Center Executive Director Bill Buzenberg. “These banks were deliberate enablers that bankrolled the type of lending that’s now threatening the financial system.”
These are among the findings that emerged from the Center’s computer analysis of government data on nearly 7.2 million “high-interest” or subprime loans made from 2005 through 2007, a period that marks the peak and collapse of the subprime boom. The analysis also revealed “The Subprime 25“ — the top 25 originators of the high-interest loans, accounting for nearly $1 trillion and about 72 percent of industry — who reported subprime loans during that period.
The Center found that U.S. and European banks poured huge sums into the subprime lending market due to unceasing demand for high-yield, high-risk bonds backed by home mortgages. The banks — including household names like Lehman Brothers, Merrill Lynch, Citigroup, Credit Suisse/First Boston, and Goldman Sachs & Co — made huge profits while their executives collected handsome bonuses until the bottom fell out of the real estate market.
According to the analysis:
• At least 21 of the top 25 subprime lenders were financed by banks that received bailout money — through direct ownership, credit agreements, or huge purchases of loans for securitization.
• Nine of the top 10 lenders were based in California, including all of the top 5 — Countrywide Financial Corp., Ameriquest Mortgage Co., New Century Financial Corp., First Franklin Corp. and, Long Beach Mortgage Co.
• Twenty of the top 25 subprime lenders have closed, stopped lending, or been sold to avoid bankruptcy. Most were non-bank lenders.
• Eleven of the lenders on the list, including four recipients of bank bailout funds, have made payments to settle claims of widespread lending abuses.
A second story in the package, “Predatory Lending: A Decade of Warnings”, details the troubling history of congressional oversight involving abusive lending practices. The story traces how obscure laws passed by Congress in the 1980s paved the way for creation of the subprime lending industry, and documents how lawmakers essentially ignored repeated warnings that high-cost loans represented a systemic risk to the American economy.
Included in the Center’s online package are extensive maps and tables detailing the extent of the companies’ subprime lending nationwide, the banking industry’s backing of subprime lenders, and political contributions and lobbying expenditures by the real estate and financial industries.
Who’s Behind the Financial Meltdown? is generously supported by the Carnegie Corporation of New York, the Ford Foundation, the John S. and James L. Knight Foundation, the Open Society Institute, the John D. and Catherine T. MacArthur Foundation, the Park Foundation, the Rockefeller Brothers Fund, and many other generous institutional and individual donors. The Center also received assistance from Palantir Technologies.
The Center for Public Integrity is a nonprofit, nonpartisan and independent digital news organization specializing in original investigative journalism and research on significant public policy issues. Since 1990, the Washington, D.C.-based Center has released more than 475 investigative reports and 17 books to provide greater transparency and accountability of government and other institutions. It has received the prestigious George Polk Award and more than 36 other national journalism awards and 20 finalist nominations from national organizations, including PEN USA, Investigative Reporters and Editors, Society of Environmental Journalists, and National Press Foundation. In 2007, the Society of Professional Journalists recognized three Center projects with first-place online awards — the only organization that year to be recognized with three awards. The Center has been honored with the Online News Association’s coveted General Excellence Award, and a special citation for the body of its investigative work from the Shorenstein Center on the Press, Politics and Public Policy at Harvard’s Kennedy School of Government.
Hij haalt een getuigenis aan van werknemer uit de branche:
I even have e-mails from these people, in "electronic" format. I would send their BS e-mails from my work to my home machine. Each one a "Master Card" moment, "Priceless"."
That is, fraud was the entire point of the housing bubble, and the theft of literally trillions of dollars of phantom wealth from Americans was the intentional result, leaving them nothing other than debt.
No fraud, no bubble, because there is no possible way to get the lending velocity necessary to crank up valuations like this without the fraud.
The bubble could not have happened without the fraud just as the Internet bubble could not have happened without the fraud during those years.
I personally witnessed the fraud in virtually every firm around me during The Internet Bubble. I saw it daily. I saw the knowingly-false projections and claims by firms, both public and private.
This is the key item that every man, woman and child in this nation needs to understand - your "home price appreciation" was not driven by market forces or "animal spirits", it was driven by fraud and outright deception.
Whether you were personally involved in it or not is not material - your home did not go up in "value" as a consequence of demographics, as a consequence of speculation, or as a consequence of "mistakes."
It went up in value because there was a conscious decision made to rip people off and approve loans that the lenders knew were fraudulent.
The lenders knew it, the regulators knew it, Congress knew it, Treasury knew it and The Fed knew it.
All willfully and intentionally ignored, and in many cases actively encouraged, that fraud.
Catharine Austin Fitts was onder-minister van het Ministerie voor Woon- en Stede-bouw in de USA. In die functie zag zij toe op de boekhouding van haar Departement, alsook op de boekhouding van de hypotheekmaatschappij Ginnie Mae. Toen zij de gigantische zwendel in de staatsobligaties op het spoor kwam en deze wilde aanpakken, werd zij gedwongen ontslag te nemen.
Zij had vastgesteld dat een groot aantal hypotheekleningen vals waren. Die leningen bestaan gewoon niet. Zij had ontdekt dat de Chase bank op één en dezelfde woning tien of meer valse hypotheekleningen afsloot. Deze valse hypotheekleningen moesten als onderpand dienen voor de obligaties die door Ginnie Mae uitgegeven werden. Deze staatsobligaties werden aan financiële instellingen wereldwijd verkocht, voornamelijk via het gespecialiseerde huis Cantor Fitzgerald.
In 1999 bleek in haar departement 17 miljard USD zoek. Verrichtingen voor een totaal bedrag van 59 miljard USD waren niet-gedocumenteerd. Dit bedrag aan niet-gedocumenteerde verrichtingen was groter dan de totale begroting van het departement. Eind 1999 had Ginnie Mae voor 59 miljard USD hypotheekobligaties uitgegeven, die wel gewaarborgd waren door de Amerikaanse Staat, maar die niet in de boekhouding van het departement terug te vinden waren.
De opbrengst uit de verkoop van deze obligaties werd doorgesluisd naar het Pentagon. Omwille van de Veiligheid van de Staat bleven deze operaties geheim.
De minister van Landsverdediging, Donald Rumsfeld, erkende op 10 september 2001 dat zijn ministerie duizenden miljarden USD miste. Hij bekende dat zijn departement in de jaren 1999 en 2000 voor resp. 2.300 en 1.100 miljard USD verrichtingen niet kon documenteren. En daar bleef het bij. Sinds het jaar 2001 publiceerde het ministerie van Landsverdediging geen enkele jaarrekening meer.
In totaal verdween 10.000 miljard USD in de tentakels van het Pentagon. Niet alleen via de uitgifte door Ginnie Mae van obligaties met valse hypotheekleningen als onderpand. Maar ook via de uitgiftes van obligaties met fictieve partijen grondstoffen als onderpand.
Tienduizend miljard US Dollars spoorloos! Zonder verantwoording. Zonder onderzoek. Zonder gevolg. Want de remedie, namelijk de nepobligaties afzonderen van de echte staatsobligaties, zou de financiële wereld doen instorten.
Bijgevoegd drie teksten:
The problem is not that the people who bought the house and borrowed the money cannot afford to pay it back or that the house they bought has dropped in value. If these were the problems, we would not be watching the debt the U.S. government is responsible for increase by $5 trillion dollars. We would not be watching the National Bank of Australia announce a 50% loss rate on their mortgage-backed securities.
When my company served as lead financial adviser to the Federal Housing Administration (FHA), we surveyed industry loss rates to compare them to FHA's high rate of 35%. The highest we found in the industry was 25%, and this was at the end of the last housing bubble bust, when loss rates would be expected to be high. As we due diligenced the FHA nonperforming and foreclosed portfolios, trying to understand a 35% loss rate, we started to find symptoms of fraudulent collateral practices. Indeed, we found portfolios with 50% loss rates, and the losses had nothing to do with income levels or housing prices.
Here is a story that I have told many times before:
"In 1994, after the first FHA/HUD financial audit was published, a mortgage banker came to see me. He was a serious engineering type who clearly worked hard and had mastered the details of his business. He was distressed, he said. For decades he had been keeping a tally of total outstanding FHA/HUD mortgage insurance credit. He had brought printouts of his database for me. It turned out that the government’s published financial statements showed the amount outstanding was substantially less than the actual amount outstanding. He was sure. I assumed that the guy was crazy. If what he said were true, then the U.S. Treasury and the Federal Reserve would have to be complicit in significant fraud, including securities fraud."
See: The Myth of the Rule Of Law. See also: (1) (2) (3) (4)
After I began researching HUD fraud in the late 1990s, I would be contacted by people with experience with HUD fraud. They insisted that the same home was being used to create ten or more mortgages that were placed into different pools. They alleged that Chase as the lead HUD servicer and the other big banks were implementing such systems. This was why we would see the same house default two, three, or four times in a year, they claimed. FHA mortgages had to be churned through multiple defaults to generate the cash to keep all these fraudulent pools afloat. This, they insisted, was all going to finance various secret government operations and private agendas.
This issue of collateral fraud was repeated in other markets. As I started to learn more about precious metals and the commodities markets, I would hear story after story about precious metals arrangements in which what investors really had was a bank credit—there was no bullion behind the arrangement.
I have come to believe that the allegations of mortgage collateral fraud are true—not just for FHA and Ginnie Mae at HUD but across the board throughout the mortgage markets as well.
What this means is that Freddie Mac's and Fannie Mae's obligations must be converted to what is essentially government debt. Such conversion means that investors simply don't care if the mortgages have a lien on anything real or not (at least for the time being). Otherwise, there would need to be a process by which all the defaulted mortgages can be sorted through to determine which of the mortgages are legitimate and which are not.
Creating and managing such a process would indeed crash the global financial system. It is hard for a multi-trillion-dollar financial system to maintain liquidity when contracts and laws are meaningless.
These two mysteries are essentially part of one mystery at the heart of the matter: Who is in charge of—and what are—the real financial flows and assets of the central banking/warfare complex that increasingly governs the resources on our planet?
Since all financial frauds—the manipulation of the precious metals markets, the engineering of the mortgage and housing bubble, ongoing naked short selling, Enron, and the pump and dump of the Internet and telecom stocks—come back to the same cast of characters, our ability to protect our families and assets necessitates an integrated understanding of “the real deal”—who is really in charge and how the economy is really managed. Hence, it is useful to have a basic understanding of the missing money and missing collateral mysteries.
Let's start with the first mystery, the missing money.
In fiscal 1999, the Department of Housing and Urban Development (HUD), under the leadership of Secretary Andrew Cuomo, reported $17 billion missing from its opening balance and $59 billion of undocumentable adjustments to close its books and refused to produce audited financial statements as required by law. In fiscal 2000, HUD refused to disclose the amount of its undocumentable transactions. To get a sense of the magnitude of even the reported discrepancies, this means that the amount of undocumentable transactions occurring at HUD in 1999 was $1.13 billion a week, $227 million each work day and $28 million an hour.
The contractors that ran HUD’s auditing and payment systems also were large contractors at the Department of Defense (DOD), which reported $2.3 trillion of undocumentable transactions in fiscal 1999 and $1.1 trillion in fiscal 2000. DOD declined to report the number for fiscal 2001, and in all years subsequent to the legal requirement to do so, declined to produce audited financial statements, ensuring that the U.S. Treasury could also not do so.
A handful of efforts to get to the bottom of what was going on met with little or no cooperation. Efforts by reporters and one brave congresswoman, Cynthia McKinney, to identify the contractors responsible for managing the accounting and payments systems missing all this money were not successful. Investigative reporter Kelly O’Meara got David Walker, head of the General Accountability Office (GAO), the Congressional auditor, to commit during an interview that he would make this government contractor information public. However, GAO never did. One Tennessee congressman on the House Budget and Defense Appropriations Subcommittee confirmed to me that these billions were missing, but said that he was helpless to do anything about it. [See Letter to Congressman Van Hilleary (R-Tenn.).]
Things seemed to be coming to a head on September 10, 2001, when Donald Rumsfeld conceded in a press conference that DOD was missing trillions. However, that fact was not to attract much attention given 9-11 events the following day. Rather, the tragedy was used to justify the loss of financial records at the Pentagon (we are apparently to presume that the Pentagon is incapable of making or keeping backups) and the inability of the Army to produce financial statements in 2001.
So where did the money go? Indeed, $4 trillion is a lot of money for us to lose. Especially when you add it to the money that was pulled out of pension funds and investors’ accounts with the pump and dump of the Internet and telecom stocks, the manipulation of the precious metals markets and movement of gold stores at below-market prices, and the bubbling of mortgage markets and other financial frauds. And, as beautifully described in Vanity Fair’s recent piece by Barrett and Steele, “Billions over Baghdad,” money has continued to go missing from DOD at astonishing rates. Wars in Afghanistan and Iraq have created countless new opportunities for pork and pilfering.
Add it all up, and my guess is that more than $10 trillion of private and public funds has been pulled out of America by fraudulent means. That is an interesting number, given that this amount was sufficient to pay off the direct national debt before the housing bill added Fannie‘s and Freddie’s debts to our burden.
In short, our problem is not that our national debt is out of control. Our problem is a financial coup d’ etat. The reason we have debt is that the federal accounts have a private back door that is feeding an insatiable parasite. The money we need to address our financial, social, and retirement obligations has disappeared, and we need to get it back. The housing bill does not do this. Quite the contrary: It represents a step in the opposite direction. Instead of getting the money back, the housing bill ensures that our contingent liabilities increase astronomically and puts in place additional mechanisms for engineering more missing money and draining small business and communities as a result of further centralization of mortgage credit into Washington and Wall Street.
So where did the money go? Ten trillion dollars is too much money to all be sitting in the accounts of swindlers, politicians, and correspondent banks in the Cayman Islands or Dubai.
Unlike the missing money, collateral fraud is a topic that I have found traditionally to be quite dangerous.
My first experience with serious media censorship was in 1989. A reporter from the New York Times had to resign to keep the Washington bureau chief from tampering with a story about me when I was Assistant Secretary of Housing - FHA Commissioner. I did not understand what was happening. Many years later, I came to believe that the problem related to my efforts to bring financial transparency to the FHA and Ginnie Mae operations at HUD and the risks that transparency posed to what I now believe was the operation of collateral fraud and related securities fraud at FHA-HUD.
Seven years later, I ran into a serious problem with the Washington Post. A front-page story about me was spiked and the reporter would not return my calls. It related to the seizure of my company’s digital databases by the HUD and the Department of Justice. We were creating software programs and databases that could reconcile outstanding mortgage-backed securities data to street-level housing data. The prospect of such reconciliation had sent official Washington into a state of complete panic. One of my systems administrators was informed by government investigators that under no circumstances were we to be allowed to keep a copy of our digital records. When asked for detail or a legal basis for why a company should not be allowed access to its own databases, he could not explain.
Looking back, I now believe that these events related to a need to cover up very significant collateral fraud.
More recently, my “Community Business” segment on Flashpoints on KPFA radio was censored by order of station management during the same week that the housing bill was being voted on by Congress. I had just finished raising $45,000 for KPFA and was about to do another fundraising show. There was no warning, and the management refuses to speak to me or return my calls and letters. I am censored, and there is no explanation as to why.
Collateral fraud occurs when the stuff that you use to secure a loan is just not there. So, as an example, ten mortgages are created on one house and put into ten different mortgage-backed security pools.
I am sometimes asked how HUD could have had more in undocumentable transactions in fiscal 1999 than the size of its entire budget for the year. My answer, in a nutshell, is securities fraud.
As an example, let me hypothesize one of many different ways that this could be achieved. The government could issue mortgage-backed securities without recording them on the official books. Here is how it might work.
As depository and government contractor, you shift $100MM out of a government account, such as the FHA Mutual Mortgage Insurance Fund reserves, using a debit entry. You use that money to purchase Ginnie Mae securities that are not recorded on the Ginnie Mae books. The cash received through the sale of the Ginnie Mae securities replenishes the reserves. You sell these Ginnie Mae securities offshore—in China, Japan, Dubai, or the Cayman Islands.
Now you have $100MM. You do it again. And again. And again.
By the end of the year, Ginnie Mae has issued $59 billion of securities backed by the full faith and credit of the U.S. government that are not reported on the official HUD books. You pay the debt service by defaulting fraudulent mortgages in the Ginnie Mae pools and putting them back into the FHA fund as a claim on FHA’s insurance.
Because FHA mortgage insurance originations are growing thanks to the mortgage bubble, FHA is taking in lots of premiums, so you can skim from these reserves. This is—in essence—stealing from the premium holders. However, they have no way of knowing. Accomplishing this requires manipulating the actuarial studies. Given what your accountants and auditors are already going along with, cooking the actuarial studies is certainly not a problem.
Again, this is only a hypothetical methodology. In theory, there are hundreds of ways of doing it, including with the full range of Treasury and agencies securities.
By the summer of 2001, to finance trillions of undocumentable transactions, the U.S. government would have built up quite a discrepancy between outstanding securities and those reported on the U.S. government books, and another discrepancy between agency securities collateralized with things such as mortgages and actual valid liens on real things in the material world.
Which leads us back to the interesting fact that the first plane that headed into the World Trade Center North Tower on September 11, 2001 took out Cantor Fitzgerald, the leading government bond dealer. All 658 employees present that day died, along with the system Cantor Fitzgerald used for settling transactions. This was not the only financial data destroyed that day. DOD has claimed that the attack on the Pentagon that day destroyed financial records. In addition, the destruction of WTC 7 resulted in loss of SEC and other federal agency enforcement records.
The increase in defense appropriations after 9-11, ongoing missing money since that time, and the excusing of DOD from many mandated financial reporting requirements could all have helped the system dig out of or simply maintain a collateral black hole.
Catherine Austin Fitts served as Assistant Secretary of Housing and Federal Housing Commissioner in the first Bush Administration. Her company Hamilton Securities Group served as lead financial advisor to the Federal Housing Administration during the Clinton Administration. She is a former managing director and member of the board of the Wall Street investment bank Dillon, Read & Co. Inc.
The challenge that U.S. Treasury Secretary Hank Paulson faces when working out the problems with Fannie Mae or Freddie Mac is that a significant number of mortgages that serve as collateral for U.S. mortgage-backed securities markets are not real. They do not exist.
The problem is not that the people who bought the house and borrowed the money cannot afford to pay it back or that the house they bought has dropped in value. If these were the problems, we would not be watching the debt the U.S. government is responsible for increase by $5 trillion dollars. We would not be watching the National Bank of Australia announce a 50% loss rate on their mortgage-backed securities.
When my company served as lead financial adviser to the Federal Housing Administration (FHA), we surveyed industry loss rates to compare them to FHA's high rate of 35%. The highest we found in the industry was 25%, and this was at the end of the last housing bubble bust, when loss rates would be expected to be high. As we due diligenced the FHA nonperforming and foreclosed portfolios, trying to understand a 35% loss rate, we started to find symptoms of fraudulent collateral practices. Indeed, we found portfolios with 50% loss rates, and the losses had nothing to do with income levels or housing prices.
Here is a story that I have told many times before:
"In 1994, after the first FHA/HUD financial audit was published, a mortgage banker came to see me. He was a serious engineering type who clearly worked hard and had mastered the details of his business. He was distressed, he said. For decades he had been keeping a tally of total outstanding FHA/HUD mortgage insurance credit. He had brought printouts of his database for me. It turned out that the government’s published financial statements showed the amount outstanding was substantially less than the actual amount outstanding. He was sure. I assumed that the guy was crazy. If what he said were true, then the U.S. Treasury and the Federal Reserve would have to be complicit in significant fraud, including securities fraud."
After I began researching HUD fraud in the late 1990s, I would be contacted by people with experience with HUD fraud. They insisted that the same home was being used to create ten or more mortgages that were placed into different pools. They alleged that Chase as the lead HUD servicer and the other big banks were implementing such systems. This was why we would see the same house default two, three, or four times in a year, they claimed. FHA mortgages had to be churned through multiple defaults to generate the cash to keep all these fraudulent pools afloat. This, they insisted, was all going to finance various secret government operations and private agendas.
This issue of collateral fraud was repeated in other markets. As I started to learn more about precious metals and the commodities markets, I would hear story after story about precious metals arrangements in which what investors really had was a bank credit—there was no bullion behind the arrangement.
I have come to believe that the allegations of mortgage collateral fraud are true—not just for FHA and Ginnie Mae at HUD but across the board throughout the mortgage markets as well.
What this means is that Freddie Mac's and Fannie Mae's obligations must be converted to what is essentially government debt. Such conversion means that investors simply don't care if the mortgages have a lien on anything real or not (at least for the time being). Otherwise, there would need to be a process by which all the defaulted mortgages can be sorted through to determine which of the mortgages are legitimate and which are not.
Creating and managing such a process would indeed crash the global financial system. It is hard for a multi-trillion-dollar financial system to maintain liquidity when contracts and laws are meaningless.
Banken kennen automatisch leningen toe d.m.v. computerprgramma’s. Maar de computers van die banken praten niet met elkaar.
Makelaars in hypotheekleningen, die weten hoe deze computerprogramma’s werken, kunnen gemakkelijk voor dezelfde woning tegelijkertijd een lening bekomen bij meerdere banken.
Eens deze makelaars genoeg leningen opgestreken hebben, verdwijnen ze met de noorderzon (en het geld). De betrokken banken ontdekken veel te laat (of nooit) dat ze opgelicht werden.
Call Shotgun (It's the fraud of the year)
The judge, in imposing sentence, said that many of these buyers were "vulnerable victims," particularly susceptible to Pena's misconduct because they knew and trusted him from church.
Source: © 2007 North Country Gazette - 22 january 2007
Maar de omvang van de financiële put werd pas gisteren duidelijk. Nationalbanken, de centrale bank van Denemarken, maakte bekend dat zij de Roskilde Bank overneemt door er 3,75 miljard kronen (500 miljoen euro) in te steken. Een consortium van 137 andere Deense banken komt met nog eens honderd miljoen euro over de brug. Concreet is er sprake van de oprichting van een nieuwe bank met dezelfde naam die alle schulden en bezittingen, en ook de werknemers, van de noodlijdende bank overneemt.
De stap is opmerkelijk omdat de centrale bank pas midden juli honderd miljoen euro in de Roskilde Bank stopte om de financiële instelling drijvende te houden. Maar in de tussentijd zijn er verse lijken uit de kast getuimeld. 'Wij hebben bij de controle van het halfjaarlijkse rapport vastgesteld dat de verliezen van Roskilde Bank veel groter zijn dan aangenomen. Ze zijn zo groot dat de bank niet langer solvent is', schrijft de centrale bank in een persmededeling.
Voorts bleek geen enkele bank in binnen- of buitenland geïnteresseerd in een overname. Voor Nils Bernstein, gouverneur van de centrale bank, vormt de kwestie 'een serieuze bedreiging van de financiële stabiliteit in Denemarken'. Met name denkt Bernstein dat Deense banken het moeilijker gaan krijgen om in het buitenland geld te lenen.
De Roskilde Bank was naar grootte de achtste van het land. Als plaatselijke kredietinstelling van de stad Roskilde, op dertig kilometer van Kopenhagen, kon zij bogen op een bijna blind vertrouwen. Maar de voorbije jaren was de kredietinstelling op de kar van de explosief groeiende vastgoedmarkt gesprongen. De bank leende grote bedragen uit aan deels beruchte projectontwikkelaars. Nu de huizenprijzen flink aan het dalen zijn en de vastgoedsector aan de grond zit, zijn enkele vastgoedmakelaars over de kop gegaan. Begin juli bleek dat de Roskilde Bank in een crisis zat. Herhaalde pogingen om de budgetten onder controle te krijgen, waren het voorbije jaar mislukt. De consternatie sloeg bij de kleine aandeelhouders om in woede toen bleek dat de directie van de bank zelf tijdig haar schaapjes op het droge had gebracht door zich flinke bonussen toe te kennen. Volgens analisten ligt de schuld grotendeels bij het bestuur van de bank, dat zich met een beperkt economisch inzicht om de tuin heeft laten leiden door een directie waarvoor persoonlijke belangen primeerden. Bernstein sprak van een 'lichtzinnige' directie. Mogelijk krijgt de zaak nog een gerechtelijk staartje voor de directieleden.
Intussen is de handel in het aandeel van de Roskilde Bank op de beurs van Kopenhagen stopgezet. De aandelenkoersen van enkele andere Deense regionale banken, waarvan vermoed wordt dat zij geld hebben uitgeleend aan risicoprojecten, kwamen onder druk.
De centrale bank van Denemarken wil met haar stap 'de schade voor de Deense financiële wereld beperken'. Gouverneur Nils Bernstein wil niet kwijt hoe lang het engagement zal duren. De Deense regering staat achter de reddingsplannen en heeft al te verstaan gegeven dat ze het parlement een staatsgarantie vraagt voor de 'eventuele' verliezen die de centrale bank zal lijden. Zo zullen uiteindelijk meneer en mevrouw Jensen, Andersen en Nielsen de rekening gepresenteerd krijgen. De Deense minister van Economie, de conservatief Bendt Bendtsen, heeft eerder gezegd dat hij uitgaat van een prijskaartje van om en bij anderhalf miljard euro.
Bron: De Standaard 26 augustus 2008
En in De TIJD van 26 augustus 2008 lazen we:
Denemarken redt Roskilde Bank via nationalisering
...
Roskilde is al de tweede Europese bank die als gevolg van de crisis genationaliseerd moet worden. Eerder kwam de noodlijdende Britse hypotheekbank Northern Rock ook in handen van de Britse overheid.
...
Het is beslist gemakkelijker te schrijven over de manier waarop toezichthouders samenzweren met het management van banken met de nobele bedoeling de brutale waarheid over de gezondheid van het banksysteem te verzwijgen en de klanten rustig te houden.
De uiteenzetting van professor David Beim bijvoorbeeld, die uitlegde waarom het banksysteem gedoemd is telkens weer te crashen, was interessant maar brengt niet noodzakelijk veel nieuwe inzichten. De interessante vaststelling was dat Beim op een zeer open manier de waarheid durft te zeggen over een sector waarover vaak de waarheid niet mag gezegd worden.
Het deed me ook denken aan een belangrijke advocaat in België, vertrouwd met onder meer effectisering, die vijf jaar geleden al tegen zijn private banker zei van geen enkel bankaandeel in zijn portefeuille te stoppen omdat hij wist dat de banken op doping draaiden en dat het systeem ging ontploffen. Uiteraard wisten heel veel mensen dat het fout zat met de banksector en dat de miljardenwinsten er het gevolg waren van een enorme schuldenhefboom, maar iedereen keek de andere kant op. Management, bestuurders, toezichthouders, analisten…vaak ook journalisten.
Trouwens, wie wijst op een zeepbel terwijl iedereen nog van het feest geniet, wordt verweten een onheilsprofeet of een nestbevuiler te zijn. De particuliere aandeelhouder Erik Geenen bijvoorbeeld, bij wiens stijl je waarschijnlijk terecht veel vragen kunt hebben, stelde zaterdag op de aandeelhoudersvergadering van Cera verschillende pertinente vragen over de boekhouding van Cera en het feit dat het dividend er gewoon uitbetaald wordt alsof er niets aan de hand is. Enkele kleine coöperatieve aandeelhouders wilden het slechte nieuws niet horen. ‘Verkoop je aandelen dan man als je het toch allemaal slecht vindt', zei één van hen die probeerde de micro af te nemen. Het feit dat Cerae en raad van bestuur van maar liefst 20 personen heeft, sterkt paradoxaal genoeg niet de hoop dat het toezicht er beter is.
Beim bijvoorbeeld schetste vandaag hoe een grote Amerikaanse bank, gespecialiseerd in consumentenkrediet, op heel veel slechte kredieten zit omdat het kredietbeheer te laks was. Dat die bank slechts 5,5 miljard dollar nodig heeft, zoals de Amerikaanse stresstesten uitwijzen, is voor hem allesbehalve een boodschap die gerust stelt. ‘Heel veel toezichthouders spannen gewoon samen met het bankmanagement om de waarheid voor het publiek verborgen te houden. Het publiek denkt dat de toezichthouder aan hun kant staat, maar dat is niet zo.’ Volgens Beim is het gevolg dat men een kleine crisis laat uitdijen in een grote crisis. Tja, had David Einhorn, de hefboommanager van Greenlight Capital dat vorige week ook al niet gezegd? Maar wie neemt het nog op voor de burger dan?
Beim legde ook uit hoe banken de kapitaalratio’s omzeilden en hoe op die manier een enorme zeepbel werd gecreëerd. Banken die AAA-obligaties kochten voor hun handelsportefeuille (trading book) moeten geen kapitaal opzij zetten als risicobuffer tegen wanbetaling. Als het om papier gaat, die tot op de vervaldag bijgehouden wordt, is slechts een vijfde van de normale risicobuffer vereist.
Op die manier staat er bijna geen rem op de schuldenhefboom. En schulden waren een fantastische techniek om de inkomsten van banken op te krikken. Banken leenden goedkoop kort geld en herbelegden dat in AAA-papier dat meer rente opbracht en verdienden op het renteverschil (spread). Ondertussen weet iedereen dat de banken enorme risico’s opbouwden omdat de waarde van AAA-papier zeer relatief was.
KBC Groep legde bijvoorbeeld recent uit dat doordat het obligaties liet verzekeren bij de Amerikaanse herverzekeraar MBIA die zelf een AAA-rating had, de betrokken obligaties daardoor automatisch opgewaardeerd werden tot AAA. Vandaar dat wel eens gesproken werd over ‘kredietverbeteraars’.
Vandaag zou je het wellicht hebben over kredietzwendelaars want MBIA verzekerde veel meer risico’s dan dat het ooit zou kunnen effectief afdekken, maar iedereen keek de andere kant op. In de eerste plaats de kredietagentschappen. Iedereen had immers te winnen bij het systeem. De banken konden door het massaal inzetten van de schuldenhefboom vette winsten boeken, MBIA streek verzekeringspremies op en de kredietagentschappen verdienden goed aan het afleveren van kredietbeoordelingen.
De Duitse banken bijvoorbeeld hadden een hefboom van 42,1 wat wil zeggen dat voor iedere euro eigen kapitaal er 42,1 euro schulden waren. De Belgische banken waren in 2007 goed voor een schuldenhefboom van 28,2. Hebben we de toezichthouder in zijn jaarrapport daar ooit horen over praten? De Luxemburgse banken stonden op een hefboom van 36, idem voor de Zwitsers terwijl de Fransen op 31,6 uitkwamen. Nederland deed met 27,1 al niet veel beter en dat was even erg als de Britten. De USA zat op 12, zegt Beim.
Met wat we vandaag weten, blijft de burger met een zeer onaangenaam gevoel zitten. Hoe kon het systeem zo ontsporen? Revisoren, management, bestuurders, toezichthouders… Niemand heeft blijkbaar zijn job gedaan. En welke zekerheid hebben we dat het vandaag beter is? Zegt Beim niet dat de algemene overtuiging bij de autoriteiten is dat het publiek beter niet weet hoe erg het is? Als dat zo is, hoe kan je dan weten dat het bijvoorbeeld bij Dexia Bank en Ethias vandaag beter zit en dat de buitenwacht er niet opnieuw om de tuin geleid wordt? Als niemand in het systeem er belang bij heeft de waarheid te zeggen, welke houvast heb je dan nog als gewone spaarder?
Wellicht gewoon al om die reden hebben Nicholas Lemann en William Grueskin (beiden decaan op Columbia) gelijk dat - ook al ziet de toekomst voor gewone kranten er slecht uit - er altijd nieuwsorganisaties zullen bestaan. Maar sommigen zullen volgens hen meer gefocuste nichespelers zijn. Journalistiek zou immers altijd een toekomst hebben. ‘Journalisten moeten berichten over wat ze zien en horen. Het is niet omdat de toezichthouder de andere kant opkijkt, dat de pers dat ook moet doen’, zegt Beim. En vanuit dat perspectief is en blijft er werk te over.
Bron: DS online Pascal Dendooven 9 juni 2009
Het volledige verhaal, geschreven door Prof. Peter Dale Scott, kan u lezen in het artikel “Martial Law, the Financial Bailout, and War”
De miljoenenbonussen dalen weer genereus neer over Wall Street. Berichten dat verzekeraar AIG en Bank of America ook dit jaar tientallen miljoenen dollars aan bonussen gaan uitkeren, voedden de voorbije dagen opnieuw de controverse over de graaicultuur in Wall Street. Ondanks alle goede voornemens lijken politici geen greep te krijgen op het fenomeen.
Verzekeraar AIG gaat werknemers van zijn afdeling 'financiële producten' voor 100 miljoen dollar bonussen uitbetalen, zo meldden verschillende media woensdag. Dat is de afdeling die met de verkoop van credit default swaps AIG bijna in het faillissement stortte. De verzekeraar moest gered worden met 180 miljard dollar belastinggeld.
AIG stemde er weI mee in de zogenaamde 'retentiebonussen' - die bedrijven betalen om waardevolle werknemers aan zich te binden - te verminderen met zo'n twintig miljoen. Maar dan gaat er toch nog ruim 100 miljoen dollar naar werknemers die ermee ingestemd hebben tien tot twintig procent minder te verdienen dan hen twee jaar geleden beloofd werd. In ruil krijgen ze hun geld een maand vroeger.
In maart worden dan nog eens tientallen miljoenen dollars uitbetaald aan werknemers in de afdeling die niet instemden met een inlevering.
De Amerikaanse regering heeft beperkingen opgelegd aan de uitkering van bonussen bij bedrijven die staatshulp hebben gekregen. Maar omdat het hier gaat om contracten die vroeger al waren afgesloten, valt er niets in te brengen tegen de uitbetaling.
De zakenbankiers van Bank of America krijgen voor hun noeste arbeid 4,4 miljard dollar aan bonussen uitbetaald. Omdat ze met zo'n tienduizend op die afdeling werken, komt dat neer op gemiddeld 400.000 dollar per medewerker.
95 procent van de bonus wordt uitbetaald in aandelen, die verkocht kunnen worden over een periode van drie jaar. De kleinste bonussen worden echter voor de helft in cash uitbetaald.
Bank of America maakte in 2009 6,3 miljard dollar winst. De bonussen die nu aan de zakenbankiers betaald worden, liggen zo'n derde lager dan de 6,5 miljard dollar die ze in het topjaar 2006 opstreken, deelde een bron dicht bij de bank mee. Het uitbetaalde bonusbedrag komt overeen met 19 procent van de inkomsten van de zakenbank.
Volgens The Financial Times kunnen toppresteerders bij Bank of America rekenen op een bonus van 5 miljoen dollar. Managing directors krijgen 2,3 tot 3 miljoen.
Woordvoerder Robert Stickler zei dat een groot stuk van de bonussen pas na verloop van tijd wordt uitbetaald, en gebonden is aan langetermijnprestaties.
Bank of America betaalde in december de 45 miljard dollar terug die ze als steun van de Amerikaanse overheid kreeg. Daardoor ontsnapt de bank aan de beperkingen op de uitkering van bonussen.
Zakenbanken
Goldman Sachs, Morgan Stanley en de zakenbank van JP Morgan Chase legden samen 39,9 miljard dollar opzij voor de uitbetaling van bonussen voor 2009. Dat is minder dan het record van 44,7 miljard dat ze betaalden in 2007, en ook minder dan wat analisten eind vorig jaar geraamd hadden.
De zakenbank van JP Morgan betaalde ‘maar' 33 procent van haar totale inkomsten uit (9,3 miljard dollar) en had daarmee de laagste total pay to revenue-ratio. Bij Goldman Sachs (16,2 miljard dollar) lag die ratio op 36 procent, bij Morgan Stanley (14,2 miljard) op 62 procent.
De Britse krant The Times wekte opschudding met het bericht dat de bonus voor de ceo van Goldman Sachs, Lloyd Blankfein, zou kunnen oplopen tot 100 miljoen dollar. In 2007 verdiende hij ‘slechts' 67,9 miljoen, maar Goldman Sachs maakte in 2009 1,8 miljard dollar meer winst, waardoor ook de ceo meer zou verdienen. Goldman Sachs betwistte het bericht, maar gaf geen details over hoeveel de topman dan wel verdient.
Volgens de New York Post zou Blankfein misschien zelfs ‘maar' 25 miljoen dollar bonus krijgen voor 2009. In 2008 kreeg hij er geen. Voor Jamie Dimon, de ceo van JP Morgan, zou de bonus voor 2009 uitkomen op 15 tot 20 miljoen dollar, aldus nog de Post. In 2007 kreeg hij 28 miljoen dollar.
Beide banken hebben hun resultaten van 2009 al bekendgemaakt. Ze treuzelen echter een beetje om bij de beurswaakhond de formulieren in te dienen waarop ze de verloning van hun topmanagement bekendmaken. Geen van beide mannen wil, naar verluidt, in het huidige klimaat afgeschilderd worden als de best betaalde bankier van Wall Street.
Gemiddeld verdiende een werknemer van Goldman Sachs in 2009 498.000 dollar. Minder dan de 661.490 dollar uit 2007, maar een pak meer dan de habbekrats van 317.000 dollar in 2008.
De werknemers van JP Morgan moesten in 2009 vrede nemen met gemiddeld 378.000 dollar per man/vrouw.
Bron: De Standaard 5 februari 2010.
BANKEN — NEW YORK (DPA, AFP) - Ondanks staatssteun en dramatische resultaten bleven de Amerikaanse banken vorig jaar megabonussen uitkeren aan hun personeel. Een rapport van het gerecht stelt dat aan de kaak.
Negen van de grootste Amerikaanse banken hebben vorig jaar 32,6 miljard dollar premies en bonussen betaald, terwijl ze samen 175 miljard dollar (123 miljard euro) van de belastingbetaler ontvingen. De premies houden geen verband met de financiële resultaten van de instellingen. Die scherpe kritiek staat in een donderdag gepubliceerd rapport van Andrew Cuomo, de procureur-generaal van de staat New York.
Zowel in goede als slechte tijden keerden banken aan hun personeel hoge bonussen uit, verwijt de vooraanstaande procureur de instellingen. 'Zelfs na het uitbreken van de subprime kredietcrisis in 2007, die aanleiding gaf tot de zwaarste recessie sinds 1930, bleven de compensaties en gunsten op peil, ook al stortten de resultaten van de banken in elkaar. Toen de banken goede resultaten boekten, betaalden ze hun medewerkers goed. Toen de banken miserabel presteerden, werden ze door de belastingbetaler gered en werden de medewerkers verder goed betaald', luidt het.
De negen onderzochte instellingen kregen als eerste geld uit de TARP-fondsen van de Amerikaanse regering om de financiële wereld te redden.
De premies die Goldman Sachs, Morgan Stanley en JP Morgan Chase uitkeerden, overtroffen de winstcijfers van de instellingen, stipt het rapport aan. Goldman Sachs betaalde vorig jaar 4,8 miljard dollar aan premies aan kaderleden, of het dubbele van de winst van 2,3 miljard dollar. Bij Morgan Stanley werd 4,475 miljard dollar aan premies betaald terwijl de winst lager lag dan 1,7 miljard dollar.
Citigroup, een van de belangrijkste slachtoffers van de crisis, ontving 45 miljard dollar directe steun. De staat is met 34 procent grootaandeelhouder van de bank en uitgerekend Citigroup keerde in 2008 ruim 5,3 miljard dollar aan bonussen uit.
Bron: De Standaard 1 augustus 2009
Groen, ethisch, duurzaam en maatschappelijk verantwoord beleggen, begrippen die meer en meer in zwang raken. Een steeds groter aantal bedrijven wordt daar door beleggers op beoordeeld en afgerekend. Bij bedrijven die niet aan deze criteria voldoen wordt altijd het eerst gedacht aan de wapenindustrie en ondernemingen die gebruik maken van kinderarbeid. Maar volgens mij zijn er meer ondernemingen actief waar vraagtekens bij geplaatst kunnen worden. Kijk bijvoorbeeld eens naar Goldman Sachs. Daar lijkt het grote graaien weer begonnen.
De financiële sector zit in zwaar weer en er zal nog wel het een en ander aan ellende aan de oppervlakte komen. Daar wordt al lange tijd door een groot aantal analisten voor gewaarschuwd. De meest gezaghebbende op dit gebied is Meredith Whitney. Waar zij verder geen positievere adviezen geeft dan houden of verkopen, gaf zij onlangs in aanloop op de publicatie van de tweedekwartaalcijfers voor het eerst weer eens een koopaanbeveling. Voormalig zakenbank Goldman Sachs was de gelukkige.
Als we alleen kijken naar de gepubliceerde resultaten, dan heeft ze dat goed voorzien. Na in het eerste kwartaal al een winst van $ 1,7 miljard te hebben gerapporteerd, kwam de teller over het tweede kwartaal op $ 3,4 miljard tot stilstand. Het gaat zo goed dat het er alle schijn van heeft dat Goldman Sachs afstevent op het beste resultaat ooit. Voor de beeldvorming; over de laatste drie maanden van vorig jaar werd een verlies van $ 2,12 miljard opgetekend.
Natuurlijk neem ik daar m’n petje voor af. Maar, is het nu wel zo’n geweldige prestatie en kan het niet ook worden toegeschreven aan het wegvallen van een belangrijk deel van de concurrentie? De buit wordt immers over minder partijen verdeeld sinds concullega’s als Bear Stearns en Lehman Brothers het speelveld gedwongen hebben verlaten.
De vos heeft misschien dan wel (tijdelijk) z’n haren verloren, maar niet z’n streken. Volgens een analist van Moody’s is de hoge kwartaalwinst namelijk tot stand gekomen door het nemen van veel risico met onder andere de handel in aandelen en valuta. Dat klinkt wat merkwaardig voor een bank die zich vorig jaar heeft omgevormd van een zakenbank in een traditionele bankholding en daardoor onder strikter toezicht is komen te staan van de Amerikaanse centrale bank. Het extra krediet dat tijdens het omvormingsproces aan de broker-dealer-divisie werd verleend is blijkbaar goed besteed.
Met de hoogte van de nu gerealiseerde winst wordt de verleiding (te) groot. Geen wonder dat de top van Goldman zo’n haast had met het terugbetalen met de $ 10 miljard overheidssteun uit het Troubled Asset Relief Program(TARP). De broekriem moest vorig jaar immers flink worden aangehaald. Toen daalde de vergoeding van vier topmannen met 97% op jaarbasis (van $ 273 miljoen naar $ 9,3 miljoen), omdat er geen bonussen werden uitgekeerd. Waar Warren Buffet juist met $ 5 miljard instapte, verkocht de Goldman-top voor zo’n $ 700 miljoen aan eigen aandelen. Hoeveel vertrouwen heb je dan in je eigen onderneming?
Nu het tij bij Goldman Sachs gekeerd lijkt, moet men daar klaarblijkelijk zo snel mogelijk voor worden gecompenseerd. De overheid heeft het geld weer op de rekening en dus zijn er geen restricties meer wat betreft het beloningsbeleid. In ieder geval niet van de kant van de regelgever of toezichthouder, maar wat te denken van de maatschappelijke verantwoordelijkheid? Ook in het personeelsbestand van Goldman Sachs is het afgelopen jaar flink gesneden, om over het grote aantal ontslagen elders maar niet te spreken.
Goldman heeft voor dit jaar ruim $ 1,1 miljard opzij gezet voor salarissen en bonussen. Natuurlijk wordt dit niet gelijkelijk over alle medewerkers verdeeld, want dat zou uitkomen op een gemiddelde extra beloning van $ 770.000. Of er werkelijk met astronomische bedragen gesmeten moet worden om 'de beste mensen binnen te houden' waag ik te betwijfelen. Het heeft in ieder geval heel veel weg van zelfverrijking over de rug van anderen. Hoe iets dergelijks te legitimeren is in deze economische tijden? Geen idee. Daarom moeten beleggers zich afvragen of ze hieraan mee willen (blijven) doen.
Bron: Martine Hafkamp - Fintessa vermogensbeheer. 20 juli 2009
LONDEN Ondanks de financiële crisis strijken de bankiers op Wall Street nog steeds miljardenbonussen op. De medewerkers van de zes grootste banken alleen al kosten dit jaar meer dan 70 miljard dollar (52 miljard euro), ongeveer 10 procent van het totale reddingsplan voor de banksector. Het grootste deel van dat bedrag komt voort uit bonussen, schrijft de Britse krant The Guardian.
In Groot-Brittannië is het volume van de bonussen voor bankiers de voorbije vijf jaar meer dan verdrievoudigd, van 5 miljard pond (6,4 miljard euro) in 2003 naar 16 miljard pond (20,6 miljard euro).
Tijdens de eerste negen maanden van het jaar incasseerden de Citigroup-medewerkers 25,9 miljard euro. Dat is zowat het totale bedrag van het reddingspakket dat de bank van de regering ontving.
De inkomens van de medewerkers van Morgan Stanley kwamen met 10,7 miljard dollar zelfs al hoger uit dan de beurswaarde van de onderneming. (l)
Na de schok van de dubbele (gedeeltelijke) nationalisering van Dexia en Fortis wil Jean-Louis Duplat dat er verantwoording wordt afgelegd. 'De publieke opinie heeft recht te weten wat er gebeurd is, ook bij Dexia', zegt de voormalige parketmagistraat, handelsrechter en toezichthouder van het Belgische financieel systeem.
'Er is voor Dutroux een parlementaire onderzoekscommissie gekomen. Welnu, voor dit drama is dit ook meer dan ooit noodzakelijk. Ze moet bevolkt worden door sterke personen met vakkennis. De onderzoekscommissie moet al volgende maand starten en in februari een eerste voortgangsreportage voorleggen', zegt Duplat. 'Men mag zich niet verstoppen achter zijn beroepsgeheim. De waarheid moet aan het licht worden gebracht en de nodige lessen getrokken.'
Duplat staat honderd procent achter de beslissing van de regering om de spaarders tot de laatste euro te beschermen. Maar hij vraagt ook aandacht voor de aandeelhouders en voor de talrijke gezinnen die in allerhande financiële producten zoals beveks en tak-23-producten zijn gestapt. 'Ze hebben recht op correcte en volledige informatie. De wet laat nu toe dat zaken verzwegen worden in het belang van de vennootschap, maar vergeet in godsnaam de belegger niet. Die had met de correcte informatie misschien tegen 21 euro uit het aandeel-Fortis kunnen stappen in plaats van 4 euro of minder.'
Duplat doet ook een reeks voorstellen om toekomstige drama's te vermijden.
Om een betere informatieverstrekking te waarborgen is naast de wetswijziging ook een splitsing nodig van het toezicht op de banksector en op de beurs. Dat zit nu bij één enkele partij, de CBFA. Duplat wil dat elk orgaan zijn eigen rol speelt. Ook het toezicht op de verzekeringssector moet worden aangescherpt om drama's met tak-23 producten, en recentelijk nog zogenaamd beschermde Lehman-producten, te vermijden. Spaarders die dachten geen beursrisico te lopen, stonden plotseling zonder bescherming. De nachtelijke demarches door de autoriteiten van de verschillende landen om Fortis en Dexia te redden, tonen aan dat men onvoldoende voorbereid is op dergelijke crisissen. Duplat pleit voor een Europese banktoezichthouder in Frankfurt. Die zou zich op de grote bankgroepen moeten toespitsen.
De banken moeten een grotere risicobuffer aanleggen. Eigen vermogen moet opnieuw echt eigen vermogen worden in plaats van complexe schuldproducten met onuitspreekbare namen, die nu ook tot het eigen vermogen gerekend mogen worden.
In diezelfde logica moet ook de bescherming van de spaarder vereenvoudigd worden. Liefst door één enkele garantieregeling in het leven te roepen, los van de juridische structuur van de bank. Het spaargedrag van de Belg is van dien aard dat 20.000 euro per spaarder absoluut niet volstaat.
Duplat is ook niet te spreken over de risico's die genomen werden bij de overname van ABN Amro. Het toezicht heeft gefaald. 'Een toezichthouder en een raad van bestuur mogen nooit toelaten dat zo'n overname kan gebeuren zonder dat het financiële plaatje rond is. Dat doet men niet. Fortis had in oktober 2007 de overname moeten afblazen. De overnamebeslissing was zeer emotioneel. Het was een revanche van de zuidelijke Nederlanden op de noordelijke. Men had de moed moeten hebben de zaak af te blazen.'
De voormalige handelsrechter wil ten slotte dat de bonussen die aan de top van Fortis werden uitbetaald in verband met ABN Amro, onmiddellijk teruggestort worden. 'Men zit op de rand van misbruik van vennootschapsgoederen, wat een strafrechtelijk misdrijf is.'
Pascal Dendooven
Bron: De Standaard 1 october 2008
Jean-Louis Duplat is een briljante geest en dat bewees hij gisteren opnieuw. Hij heeft de financiële crisis van nabij gevolgd en geanalyseerd en doet in een gesprek met de redactie een reeks aanbevelingen in verband met een plan van aanpak. De jongste dagen is hij door verschillende partijen gecontacteerd die hem advies vroegen over de bankencrisis.
Die is uitgemond in een financieel drama voor heel veel gezinnen. Duplat: 'De bescherming van de spaarder is de eerste opdracht. Ik onderschrijf de politieke beslissing om de spaarder tot de laatste euro te vrijwaren volledig. Maar in godsnaam, vergeet ook niet dat er daarnaast een aantal beleggers zijn die niet rechtstreeks in Fortis zitten maar in beleggingsfondsen. Ook daar vallen zeer zware klappen. Daarnaast heb je de aandeelhouders. Dit drieluik moet beter aan bod komen. Daar stelt zich het probleem van de correcte informatie die men gegeven heeft.'
Duplat verwijst ook naar de producten van Lehman Brothers, gekocht door spaarders omwille van de kapitaalbescherming. Ook daar valt er wat te zeggen over de verstrekte informatie. Het toezicht op de verzekeringssector moet aangescherpt worden om betere informatieverstrekking te garanderen. Tak-23-producten staan heel dicht bij de beurs, maar vallen onder het verzekeringstoezicht. Belangrijker nog: het toezicht op de beurs en op de banken moet naar Nederlands model gesplitst worden. 'Elk orgaan heeft zijn specifieke taken en opdrachten.'
Toezichthouder CBFA krijgt veel vertrouwelijke informatie vanuit zijn prudentieel toezicht. 'Moet ze niet vrij gegeven worden aan de markt?' Duplat pleit voor de wijziging van de wet. Die laat nu toe dat informatie niet meegedeeld wordt als ze de vennootschap schade kan berokkenen. De afgang van de financiële aandelen heeft een echte aderlating bij de beleggers veroorzaakt. 'Was de informatie wel vrij gegeven, dan hadden beleggers misschien nog aan 21 euro kunnen verkopen.' 'De lessen moeten getrokken worden vanuit de driehoek aandeelhouders, spaarders en financiële producten.'
Duplat vindt dat bijvoorbeeld Fortis precieze informatie moet geven over de impact van de gedeeltelijke nationalisering op de waarde van de vennootschap. 'Als uit die informatie blijkt, dat de belegger beter zijn stukken verkoopt, moet hij dat kunnen doen.' Bij Dexia is het belangrijk dat de verwatering in kaart wordt gebracht. Duplat vraagt zich trouwens af waarom men vrijdag de koers van Fortis niet heeft geschorst. 'BNP Paribas was toen al aan het onderhandelen. Men had moeten schorsen in afwachting van een communiqué. Schorsen staat zogezegd een fluïde markt in de weg, maar je hebt maar een efficiënte markt als de informatie vrijgegeven wordt.'
De bescherming van de spaarder moet opgetrokken worden en transparanter zijn. Duplat pleit voor een uniforme regeling en eentje die rekening houdt met het spaargedrag van de Belg. 70.000 euro tot 100.000 euro zou moeten gewaarborgd zijn in plaats van 20.000 euro. 'Ik sta volledig achter de politieke beslissing van premier Leterme om de spaarder tot de laatste euro te beschermen. Volledig', benadrukt hij.
Er moet ook een Europese banktoezichthouder komen voor de 25 tot 40 grootste banken in Europa. Die zou in Frankfurt moeten komen en nauw samenwerken met de Europese Centrale Bank. Het beurstoezicht kan blijven waar de bank genoteerd is. Voor kleinere banken, kan de nationale toezichthouder zijn rol blijven spelen. 'Als je ziet welke démarches allemaal nodig zijn voor de redding van banken als Dexia en Fortis dan is de nood aan een Europese bankwaakhond evident.'
De risicobuffer die banken volgens de Basel-normen moet aanhouden moet van 8% op 10% gebracht worden: één euro eigen vermogen tegenover tien euro kredieten. De vele definities inzake Tier-1 en Tier-2 moeten herleid worden tot één eenvoudig concept: 'eigen vermogen moet terug eigen vermogen worden in plaats van complexe schuldproducten met onuitspreekbare namen'. Voor Duplat moet Basel-II opnieuw geëvalueerd worden. Nu wordt toegestaan dat de toezichthouder zich baseert op de risicomodellen die de bank hanteert om te bepalen welke risicobuffer nodig is. Voor de voormalige toezichthouder is het duidelijk dat een bank die zich financiert via de (interbanken)markt veel kwetsbaarder is dan een depositobank.
Veel van de bankcrisis van de jongste maanden heeft te maken met het droogvallen van de markt van interbancaire kredietverlening. Duplat vindt de solidariteit onder de bankiers belangrijk. Moet men geen waarschuwing, een vorm van bedenktijd inbouwen voor het opzeggen van de kredieten, vraag hij zich af.
Over Febelfin, de bankiersvereniging is Duplat kort. 'Zonder meer flauw wat Febelfin maar te zeggen heeft. Febelfin moet spreken over wat er gebeurd is en hoe men deze situatie kan verhelpen. Ik ken andere sectorverenigingen weet u.'
Ook de governance van de banken moet aangescherpt worden. De raad van bestuur moet een betere controle hebben op het management. Wat suggereert dat het model van de bankautonomie opnieuw moet aangepast worden. Het auditcomité in de banken moet veel ernstiger gebeuren. 'Ik heb twijfels bij de manier waarop bepaalde raden van bestuur hun management controleren.'
Bij Fortis bestaat de raad van bestuur van Fortis niet alleen uit mensen die geen tijd hebben om zich van die taak te kwijten maar bovendien van mensen die ver van de bankrealiteit van Fortis staan. Duplat wijst erop dat de strategie bepaald wordt door de raad van bestuur. Dat enkel ceo Jean-Paul Votron moest opstappen en Maurice Lippens buiten schot bleef, is niet normaal. 'Hij had gewoon zijn eigen code moeten toepassen. De voorzitter bepaalt de strategie en oefent toezicht uit op het directiecomité.' 'Lezen die mensen wel de pv's van de vergaderingen van het directiecomité', vraagt Duplat zich af.
Hij wijst ook op mistoestanden in de remuneratie- en bezoldigingscomités in de raden van bestuur waar amateurisme troef is. De toplonen van de bankiers zijn ook veel te hoog. 'De sector moet zelf mea culpa slaan.' Duplat eist alvast een parlementaire onderzoekscommissie naar de afgang van Dexia en Fortis. Later op de dag formuleerde ook het advieskantoor Deminor dergelijke eis. Ook N-VA stelde zo'n eis. 'Onze vrienden bankiers mogen niet denken dat dit als tijdelijk probleem kan geklasseerd worden. Voor Dutroux kwam er een onderzoekscommissie. Hier is die zeker ook nodig. Men zou in november al moeten beginnen en in februari een eerste voortgangsrapportering maken.'
Duplat eist ten slotte dat de bonussen die de vroegere top van Fortis op zak stak voor de overname van ABN Amro onmiddellijk teruggestort worden. 'Zelfs Filip Dierckx (de nieuwe ceo) geeft toe dat er fouten zijn gemaakt.' 'Het is op het randje van het strafrechtelijk misdrijf, misbruik van vennootschapsgoederen. Alle bonussen in verband met die zaak moeten terugbetaald worden. Dit is een taak van de nieuwe voorzitter van de raad van bestuur.'
Pascal Dendooven
Bron: De Standaard 1 october 2008
Bain and Hellman on Sept. 29 agreed to buy most of the asset-management unit from bankrupt Lehman in a deal that values business at $2.15 billion, about half the buyout firms' initial bids. The purchasers will deduct the employee awards from the amount they pay the investment bank for the assets, Lehman's lawyers said yesterday in a court filing.
Under the proposed arrangement, which a U.S. bankruptcy judge must approve, Lehman employees and portfolio managers will get 16.8 percent of the equity in the purchased assets. The awards are valued using the ''gross purchase price'' of $2.15 billion, which includes assumption of liabilities, according to the filing.
Lehman was the fourth-largest investment bank before it filed for bankruptcy Sept. 15. Lehman Chief Executive Officer Richard Fuld bought Neuberger Berman in 2003 for $3.2 billion to expand the firm's wealth-management business and later consolidated its asset-management operations into a single division. He had hoped to hold onto a stake in the unit as part of his failed plan to keep the 158-year-old firm afloat.
Yesterday, Fuld became a surrogate for Wall Street's calamities in the first of a series of congressional hearings into the credit crisis and mortgage-market meltdown. Lawmakers peppered him for two hours with queries about excessive Wall Street pay and his failure to acknowledge the firm's financial woes until it was too late.
Neuberger
One of the key executives is Joseph V. Amato, Lehman's global head of asset management, who oversees $273 billion in client assets.
Roy Neuberger and Robert Berman founded the company named after them in 1939 to serve wealthy clients. During the 1950s, it was among the first firms to offer customers mutual funds that didn't charge transaction fees. Neuberger, now 105, retired before the 1987 stock market crash. The firm manages about $130 billion, out of $230 billion of assets being acquired in the deal.
As equal partners, the buyout firms Bain and Hellman will get the Neuberger Berman mutual-fund division as well as part of a private-equity group that invests in corporate takeovers and real estate, the companies said last month in a statement.
Bain, based in Boston, and Hellman of San Francisco paid less than they initially offered separately earlier in September before teaming up. Private-equity firms were the only bidders in a rushed auction after New York-based Lehman filed for bankruptcy.
If the purchase falls through, Bain and Hellman will get a termination fee of $70 million and a reimbursement of $35 million under the proposed arrangement.
The case is In re Lehman Brothers Holdings Inc., 08-13555, U.S. Bankruptcy Court, Southern District of New York (Manhattan). (Bloomberg)
By Linda Sandler and Jason Kelly
Bron: Bloomberg 7 october 2008
KEY PEOPLE at FORTIS:
Count Maurice Lippens (chairman) (1943, Belgian nationality)
Fortis Director since 1981; term of office runs until 2012.
Director GBL (Group Bruxelles Lambert)
Baron Philippe Bodson (1944, Belgian nationality)
Fortis Director since 2004; term of office runs until 2010.
Director Cobepa/Cobehold
Alain Deschênes (1958 Canadian)
Member of Fortis’s Group Executive Committee since January 2008.
Prior to joining Fortis, he worked for Group BNP Paribas as Deputy CIO in charge of IT Operations and Global Infrastructure.
KEY PEOPLE at BNP PARIBAS:
Michel Pébereau
Principal function : Chairman of the BNP Paribas Board of Directors
Director : Pargesa Holding SA, Suisse
Jean-Louis Beffa
Vice-Chairman of the Board of Directors of BNP Paribas
Director : Groupe Bruxelles Lambert, Belgique
Baudouin Prot
Principal function: Director and Chief Executive Officer of BNP Paribas
Director : Erbé SA, Belgique et Pargesa, Holding SA, Suisse
Georges Chodron de Courcel
Principal function: Chief Operating Officer of BNP Paribas
Director : Erbe SA, Belgique
KEY PEOPLE at the BANKING, FINANCE AND INSURANCE COMMISSION of BELGIUM and at the NATIONAL BANK of BELGIUM:
Mr. Rudi Bonte is member of the Management Committee of the CBFA and member of the Bureau of the Committee of European Banking Supervisors.
Mr. Guillaume Pierre Wunsch is director at the staff of the Minister of Finances, member of the Supervisory Board of the CBFA, and regent of the National Bank of Belgium.
Mr. Gérald Frère is regent, chairman of the Remuneration Committee and member of the Budget Committee of the National Bank of Belgium.
| Baron Albert Frère and Mr Paul Desmarais Sr. both control either directly or indirectly BNP Paribas, Copeba/Copehold, ERBE, Pargesa, and GBL. through their holding compagnies Frère-Bourgeois and Power Corporation du Canada. This alliance is governed by an agreement binding the partners until 2014 |
|
Structure: Frère-Bourgeois, BNP Paribas, ERBE, Pargesa, GBL. |
|
|
|
|
30 June 2004
NPM/CNP is the listed entity of the Group commonly known as the “Groupe de Charleroi”. Controlled by Baron FRÈRE and his family, it consists of three levels: FRÈRE-BOURGEOIS, the parent company, whose capital is owned by the FRÈRE family; Partnership with leading Group: ERBE with BNP PARIBAS;
NPM/CNP, the interface with major institutional investors and the market.
|
||
|
Apart from its direct investment activities, the NPM/CNP Group also pursues an investment activity through PARJOINTCO/PARGESA/GBL and the companies within their Group.
PARJOINTCO, set up in 1990, was used by the Group to unite its participation in PARGESA with that of POWER CORPORATION DU CANADA, a Group controlled by Mr Paul DESMARAIS Sr. and his family. This alliance is governed by an agreement binding the partners until 2014. |
|||
Source: Fortis, BNP Paribas, Copeba, Reuters
Gisteren was het exact een jaar geleden dat de Amerikaanse regering de eerste grote redding van de financiële crisis aankondigde. Op 7 september 2008 zegde de overheid 200 miljard dollar toe om het kapseizende duo Fannie en Freddie van de ondergang te redden in ruil voor een belang van 80 procent.
Fannie en Freddie werden decennia geleden door de Amerikaanse overheid opgericht met de bedoeling de huizenmarkt te ondersteunen. Beide instellingen kopen hypotheekleningen van banken om ze te verpakken tot mortgage-backed securities (MBS) en die vervolgens te verkopen aan beleggers.
Subprimes
'Het idee was om via Fannie en Freddie de MBS-markt te ontwikkelen', vertelt Stijn Van Nieuwerburgh, financieel hoogleraar aan New York University. 'Door hypotheken van banken over te nemen verkrijgen die banken opnieuw kapitaal voor nieuwe leningen en wordt ook het risico gespreid, wat uiteindelijk de hypotheekrente laag moet helpen houden.'
Maar na 2000 zijn Fannie en Freddie plots 'andere dingen beginnen te doen', zegt Van Nieuwerburgh. 'In hun drang om meer winst te maken, begonnen Fannie en Freddie massaal subprimes - hypotheken voor gezinnen met minimale kredietwaardigheid - te kopen. Dat was pure trading. Het maakte van beide instellingen enorme hedge funds met een gigantische leverage (graad van schuldfinanciering, red.). Ze gingen daarmee het mandaat van het Congres te buiten.'
Dat het Congres liet begaan, getuigt van de enorme politieke macht die Fannie en Freddie hadden. Congresleden hoopten via goedkope subprimes ook meer Amerikanen aan een woning te helpen. Bovendien konden Fannie en Freddie hun risicovolle avonturen goedkoop blijven financieren in de markt dankzij de impliciete overheidsgarantie op hun hypotheekportefeuille. Omdat ze tegelijk privéaandeelhouders hadden, ontstond een ongemakkelijke hybride structuur.
Snel oplopende verliezen in subprimes dwongen de overheid om de mager gekapitaliseerde hypotheekgiganten uiteindelijk te hulp te snellen. Een jaar geleden dacht de overheid nog dat de reddingsoperatie de belastingbetaler waarschijnlijk 25 miljard dollar zou kosten. Dat bedrag lijkt nu een lachertje.
Fannie en Freddie boekten vorig jaar een gezamenlijk verlies van bijna 110 miljard dollar. De overheid pompte al 85 miljard dollar in het duo, en Fannie Mae vroeg vorige maand nog eens 10,7 miljard dollar na de publicatie van een tweedekwartaalverlies van 14,8 miljard dollar. De stijgende werkloosheid zorgt nu immers ook voor toenemende verliezen op kwaliteitsvolle hypotheken.
De uiteindelijke factuur voor de redding van Fannie en Freddie dreigt enorm hoog op te lopen. De overheid verdubbelde intussen de toegezegde kredietlijn tot 200 miljard dollar voor elke instelling. Sommige analisten verwachten dat Fannie en Freddie tegen eind volgend jaar die 400 miljard dollar volledig opgebruikt zullen hebben. De toezichthouder van beide instellingen waarschuwde onlangs dat de belastingbetaler waarschijnlijk nooit het volledige geïnvesteerde bedrag zal recupereren.
Sinds de crisis losbarstte is het marktaandeel van Fannie en Freddie zelfs nog toegenomen. Het duo bezit of garandeert 5,4 biljoen dollar aan hypotheken, ongeveer de helft van de volledige Amerikaanse markt. De regering gebruikt beide instellingen om een complete ineenstorting van de markt te voorkomen nadat commerciële banken de kredietkraan hadden dicht gedraaid. Fannie en Freddie helpen de huizenmarkt ook stabiliseren door probleemhypotheken te herfinancieren van gezinnen die hun huis dreigen te verliezen. Beide instellingen zijn daarmee verworden tot noodzakelijke beleidsinstrumenten, met mogelijk extra verliezen als gevolg.
Hybride structuur
Op termijn moet er echter een oplossing komen voor Fannie en Freddie. Vooral de hybride structuur botst al jaren op kritiek, onder andere van Larry Summers, de economische topadviseur van president Barack Obama. Hij waarschuwde jaren geleden al dat de marktdominantie van Fannie en Freddie - met dank aan hun impliciete overheidsdekking en resulterende lagere financieringskosten - een gevaar is voor het financieel systeem.
De regering Obama wil in februari een voorstel over de hervorming van Fannie en Freddie presenteren. Er liggen meerdere opties op tafel. Eén scenario is om alle probleemhypotheken onder te brengen in een 'bad bank' die door de overheid beheerd wordt. Alle waardevolle hypotheken komen dan in een 'good bank' terecht, die eventueel opgesplitst en geprivatiseerd kan worden. Andere opties zijn alle activiteiten in een nieuw overheidsagentschap samenvoegen, een terugkeer naar het hybride model, of de portefeuille geleidelijk afbouwen. Een gerechtelijk akkoord is geen optie gezien de Japanse en Chinese centrale bank belangrijke schuldeisers van Fannie en Freddie zijn.
Voor Van Nieuwerburgh is het duidelijk dat het 'hedge fund-gedeelte' met de subprimes helemaal afgebouwd moet worden. 'Maar wat er op lange termijn met Fannie en Freddie moet gebeuren is een moeilijke vraag. Ik denk dat de MBS-markt intussen voldoende ontwikkeld is om ze volledig over te laten aan de privésector. Elke bank heeft nu een team specialisten in MBS-handel.'
'In dat opzicht zijn Fannie en Freddie niet langer nodig', vervolgt Van Nieuwerburgh. 'Als er vraag is in de markt naar MBS, zal de markt dat opnieuw creëren, zonder de marktverstorende werking van Fannie en Freddie. Het herverpakken van hypotheken blijft immers een goed idee én een winstgevend businessmodel dat de hypotheekrente laag helpt houden. Die markt zal hoe dan ook terugkeren.'
Wat het politieke doel betreft om zoveel mogelijk Amerikanen aan een eigen woning te helpen, lijkt de crisis aangetoond te hebben dat er een plafond is. Sommige gezinnen kunnen zich geen hypotheeklening veroorloven. Het percentage huisbezitters is door de vele huisuitzettingen intussen opnieuw aan het dalen en zal volgens sommigen terugvallen tot het niveau van de jaren 80. Woonsubsidies voor lage inkomens kunnen volgens Van Nieuwerburgh nog altijd. 'Maar daarvoor zijn andere, meer transparante overheidsinstanties beter geschikt.'
Of Fannie en Freddie ook echt zullen verdwijnen, lijkt lang niet zeker. 'Ik heb nog geen enkele politicus horen pleiten voor hun afschaffing', zegt Van Nieuwerburgh. Het minimum dat volgens hem moet gebeuren is Fannie en Freddie volledig privaat maken. 'De markt moet weten dat de overheid niet meer zal tussenbeide komen. Maar dan mogen beide instellingen ook niet langer 'too big to fail' zijn. Opsplitsen lijkt dan ook een goed idee.'
06:00 - 08/09/2009 Copyright © De Tijd
Michael Osinski staat op met oesters en gaat ermee slapen. Hij eet ze 's morgens als ontbijt en 's avonds als snack voor de televisie. En ook nog tussendoor. 'Ik eet enkele tientallen oesters per dag', zegt hij zonder gêne. De achteloze massaconsumptie van een duur luxeproduct als oesters lijkt wel op het gedrag van een verwaande Wall Street-bankier die zich geen blijf weet met zijn miljoenenbonussen.
Maar Osinski woont op een veilige afstand van de glamour en glitter van Manhattan. Hij ziet er ook helemaal niet uit als een bankier. Op het meest oostelijke punt van de North Fork van Long Island - zo'n 160 kilometer verwijderd van de glazen jungle van Wall Street - staat Osinski te zwoegen in de oceaan. Hij heeft haast, want er is een storm op komst. Hij trekt een van zijn 150 kilogram zware oesterkooien boven water om trots de vrucht van zijn 'strijd met de natuur' te tonen.
Binnen enkele dagen begint hij opnieuw oesters te leveren aan enkele van de beste restaurants in New York: Le Bernardin, The Four Seasons en de Oyster Bar in Grand Central Station behoren tot zijn indrukwekkende klantenlijst. Osinski's Widow's Hole Oyster Company verwacht dit najaar 250.000 tot 275.000 oesters te verkopen. Hij heeft het rijk voor zich alleen. Ooit waren hier in Greenport 30 oesterkwekerijen. Vandaag is Osinski alleen.
Met zijn kromme benen en struise gestalte ziet de 55-jarige Osinski eruit alsof hij al heel zijn leven met een sloep door weer en wind oesterkooien inspecteert. Maar niets is minder waar. Osinski heeft een donker verleden. Enkele maanden geleden besliste hij om met zijn verhaal naar buiten te komen, maar 'het blijft knagen', bekent hij.
Voordat Osinski in 2004 een tweede carrière startte als oesterkweker, maakte hij jarenlang deel uit van het Wall Street-wereldje dat vandaag in New Yorkse restaurants 3 dollar betaalt voor elk van zijn oesters. Als werknemer van diverse zakenbanken verdiende hij jaarbonussen met zes cijfers. In plaats van de sandalen en short die hij vandaag draagt, ging hij in een Versacekostuum van 3.000 dollar naar het werk.
Veredelde secretaresse
Osinski was echter geen trader of bankier. 'Ik stond veel lager op de hiërarchische ladder', vertelt hij terwijl hij in zijn keuken geduldig enkele verse oesters opent met een mes. 'Als softwareprogrammeur was ik een veredelde secretaresse. We stonden net boven de secretaresses, maar ver onder de traders. De traders beschouwden ons als een noodzakelijk kwaad. Ze hadden ons nodig.'
Ondanks zijn bescheiden status bij de bank, verdiende Osinski aardig zijn boterham. Hij voelde zich aanvankelijk zelfs oncomfortabel bij dat gemakkelijke geld. Maar Osinski bleek dan ook een topprogrammeur te zijn die actief was in een lucratieve en snelgroeiende markt: mortgage-backed securities, of het herverpakken van een grote groep hypotheekleningen in verhandelbare effecten.
Na verloop van tijd gebruikten zowat alle grote Wall Street-huizen zijn software voor het creëren van mortgage-backed securities.
Het zijn net deze instrumenten die vandaag een slechte naam hebben en Osinski een knagend geweten bezorgen. Mortgage-backed securities speelden een belangrijke rol in de financiële crisis. Ze hielpen de Amerikaanse leningmachine draaiende houden doordat banken de hypotheken makkelijk konden doorverkopen aan gretige beleggers. Achteraf bleek dat veel van die hypotheken verstrekt waren aan mensen met een minimale kredietwaardigheid. Deze 'subprimes' waren intussen over heel de wereld verspreid geraakt dankzij de mortgage-backed securities. Een globale financiële crisis was geboren.
Schuldgevoel
Dat Osinski met een schuldgevoel worstelt, mag blijken uit de dramatische titel die hij koos voor een pagina's lang artikel dat hij enkele maanden geleden in het magazine New York publiceerde. 'Hoe ik de bom hielp bouwen die Wall Street opblies', luidt de kop. Osinski besliste zijn verhaal te vertellen nadat hij enkele keren een negatieve reactie had gekregen toen mensen hem vroegen wat hij vroeger deed. 'Jij bent de duivel', reageerde iemand waarmee hij aan de praat was geraakt in een koffiezaak.
Sinds zijn bekentenis ontving Osinski interviewaanvragen uit heel de wereld. Onlangs nam een Europese cameraploeg hem mee naar Cleveland, een Amerikaanse stad die zwaar getroffen is door Osinski's bom. Veel huizen staan er vandaag verlaten bij. 'Cleveland is een mislukking', zegt Osinski.
Zijn opgemerkte artikel bevatte een voorzichtige spijtbetuiging. Maar het is vooral een frontale aanval tegen de 'zelfingenomenheid, hebzucht en blinde domheid die banken in het Amerika post-2001 typeerden', waarbij die banken uiteindelijk Osinski's geesteskind misbruikten in de drang naar steeds hogere winsten. Het Wall Street waar Osinski in 1985 als 30-jarige aan de slag ging, was echter minstens even cynisch en verwaand, blijkt uit zijn verhaal.
Osinski verzeilde toevallig in zijn uiteindelijke rol van financiële bommenontwerper. 'Ik had nooit de ambitie op Wall Street te werken. Ik ben gewoon naar New York gekomen en hoopte er een baan te vinden', vertelt Osinski over zijn eerste stappen in Wall Street. Hij had voordien zes jaar gewerkt als ontwerper van software. Ook daar was hij toevallig ingerold. Toen bij zijn verloofde een zeldzame nierziekte werd vastgesteld en het jonge koppel geen ziekteverzekering had, aanvaardde hij een baan aan de Emory-universiteit. Hij moest er gegevens invoeren in een computer. Niet echt boeiend, maar zijn verloofde kreeg tenminste verzorging.
In 1985 maakte hij de overstap naar Salomon Brothers. Het gereputeerde beurshuis was twee jaar voordien beginnen experimenteren met mortgage-backed securities. Osinski herinnert zich nog goed wat zijn baas antwoordde toen hij als nieuwkomer vroeg hoe die effecten werken. 'Je stopt kip in de vleesmolen en er komt biefstuk uit', lachte zijn baas. Het bleken profetische woorden te zijn. Vele jaren later kregen de obligaties met herverpakte rommelhypotheken de hoogste rating van de kredietratingbureaus. Veel institutionele beleggers baseerden zich daarop om hun portefeuilles vol te stoppen met wat achteraf toxische effecten bleken.
In 1988 ging Osinski aan de slag bij de zakenbank Lehman Brothers, en daarna bij Kidder, Peabody & Co, dat later door Paine Webber werd overgenomen. Voor al die beurshuizen verfijnde hij de software voor het herverpakken van hypotheken en andere kredietsoorten.
'De traders vertelden ons wat ze wensten, en wij schreven de software waarmee ze gemakkelijk nieuwe obligaties konden maken met de gewenste risico's en rendementen', legt Osinski uit. 'Alles moest sneller en flexibeler. Daarbij moest ik ook de complexiteit van die obligaties verbergen. Het gevolg was dat gebruikers van de software steeds minder begrepen waar ze precies mee bezig waren. Ik denk dat traders nu opnieuw meer aandacht hebben voor de details.'
Uiteindelijk kwam Osinski in 1995 terecht bij een softwarebedrijf in Boston dat zijn programma had gekocht nadat Kidder, Peabody & Co in een schandaal ten onder was gegaan. Osinski spendeerde de volgende vijf jaar aan het perfectioneren van zijn programma, en het duurde niet lang vooraleer alle grote Wall Street-huizen zijn software gebruikten voor het herverpakken van leningen.
Het was daar dat Osinski naar eigen zeggen voor het eerst met subprimes in aanraking kwam. Aanvankelijk was hij enthousiast over de uitdaging om subprimes in zijn programma te verwerken. Maar de schok volgde snel. 'Ik kon mijn ogen niet geloven toen ik het onderliggende rendement zag van een structuur met autoleningen. Mijn bankklant verdiende een marge van maar liefst 2 procentpunt of 200 basispunten op de deal. Normaal verdient een bank slechts enkele basispunten op een structuur met kwaliteitsleningen.'
'Maar dit waren autoleningen voor mensen met kredietproblemen, en ze betaalden tot 16 procent rente', vervolgt Osinski. 'Ik vroeg mijn klant hoe die mensen ooit zo'n dure lening konden terugbetalen als ze vroeger al niet in staat bleken een normale lening terug te betalen. Hij zei me dat dat niet uitmaakte. Als ze enkele jaren betalen, verdient de bank een pak geld op die enorme marge. Daarna kunnen die kredietnemers herfinancieren tegen een lagere rente.'
Ook de subprimehypotheken zorgden voor verbijstering bij Osinski, zij het pas veel later. 'Ik heb 12 jaar aan die software geschreven. Ik was heel trots op mijn werk. Mijn programma is aan banken over heel de wereld verkocht. Gedurende een lange periode na de aanslagen van 11 september 2001 ondersteunde de huizenmarkt ook de Amerikaanse economie. Maar dan kregen we al die subprimes voor mensen die niet eens een job hadden en daar zelfs niet naar gevraagd werden. Dat was choquerend. Het werd een grote loterij. De lotto is er trouwens eveneens op gericht om armere mensen geld afhandig te maken.'
Daarnaast verwijt Osinski de bankiers dat ze zich baseerden op veel te rooskleurige voorspellingen over het aantal hypotheekleningen die in gebreke zouden blijven. 'Ze keken naar het patroon uit het verleden, en daarop baseerden ze de assumpties die ze aan mij gaven voor het modelleren van mijn programma. Ze dachten dat de huizenprijzen eeuwig zouden blijven stijgen, zodat kredietnemers makkelijk zouden kunnen herfinancieren. Maar het was duidelijk dat er veel speculatie in de markt was.'
Verantwoordelijk
De omvang van de crisis verraste uiteindelijk ook Osinski. 'Ik had nooit gedacht dat de crisis zich over heel de wereld zou laten voelen. Ik verwachtte evenmin dat de hele Amerikaanse huizen- markt naar beneden zou gaan. Normaal heb je geografische diversificatie in de huizenmarkt op basis van de verschillende economieën in heel de VS.'
Osinski voelt zich enigszins verantwoordelijk voor hetgeen gebeurd is. Het besef dat veel vrienden en familieleden geld verloren hebben in de crisis, maakt hem nederig. 'Maar ik voel eerder ontzetting dan schuldgevoel. Ik was ervan overtuigd dat ik een waardevol product maakte voor de industrie. De software bleek echter meer gesofisticeerd dan de mensen die hem gebruikte. Zolang mensen hun hypotheken terugbetalen, werkt het prima. Als je er echter rommel instopt, komt er rommel uit. Ik blijf er dan ook van overtuigd dat mortgage-backed securities een nut hebben. Het helpt banken efficiënter krediet te verstrekken en risico's te creëren op maat van investeerders.'
Michael Osinski troont me mee naar de kelder van zijn 170 jaar oude huis. 'Ik heb hier nog een kopie staan van de 'bom' die ik ontwierp: een oude computer met daarop de half miljoen lijnen code die banken in heel de wereld als dominostenen lieten omvallen.'
Osinski heeft Wall Street nu al acht jaar de rug toegekeerd. Toen het softwarebedrijf uit Boston hem in 2001 bedankte voor bewezen diensten, moest hij zich houden aan een niet-concurrentiebeding gedurende vijf jaar. Dat betekende meteen het einde van zijn IT-carrière.
Gelukkig ontdekte hij kort daarop dat bij zijn huis in Greenport ook een deel van de aanliggende baai behoorde. 'Omdat ik met pensioen was en niets te doen had, besliste ik oesters te gaan kweken. Ik had ergens gelezen dat Greenport ooit de oesterhoofdstad van de staat New York was. Honderd jaar geleden aten mensen aan de Oostkust meer oesters dan vlees. Oesters golden toen als armenvoeding. Het geeft mij in ieder geval enorm veel voldoening om iets te doen groeien.'
Toch kan Osinski zijn verleden niet helemaal van zich los schudden. Sinds kort is hij voorzichtig beginnen beleggen in mortgage-backed securities. Omdat de meeste beleggers deze effecten blijven mijden als de pest, zijn er volgens Osinski koopjes te doen. En onlangs belde de advocaat van een gewezen computerprogrammeur van Goldman Sachs met de vraag of Osinski wil getuigen in een proces. De programmeur wordt ervan verdacht vertrouwelijke tradingprogramma's van Goldman Sachs gestolen te hebben. Osinski weet nog niet of hij zal getuigen. Maar hij heeft alvast weinig sympathie voor Goldman Sachs. 'De recordwinsten die Goldman Sachs opnieuw boekt, vind ik veel erger dan het kopiëren van softwarecode, wat op zich weinig nut heeft', zegt Osinski. De oesterkweker heeft duidelijk nog een rekening openstaan met Wall Street.
kris van hamme, onze correspondent New York
06:01 - 19/09/2009 Copyright © De Tijd
Door de vele overheidsinterventies bij Europese banken zoals Fortis, Dexia, Bradford & Bingley en Glitnir is de geldmarkt helemaal opgedroogd. De schrik dat er nieuwe grote banken in problemen zullen komen, zit er meer dan ooit in. En hoewel de centrale banken steeds meer cash in het systeem pompen, blijven de banken dat geld consequent oppotten en geven zij elkaar hoogstens een kredietlijn van 24 uur. Zo niet loopt de bank het risico dat geld nooit meer terug te zien. (nta)
Bron: De Standaard 3 october 2008
Gisteren klokte de teller af op omgerekend 369,142 miljard euro. Dat is het gezamenlijke bedrag dat al uitgegeven is aan het overnemen, nationaliseren en ondersteunen van banken en hypotheekinstellingen die in moeilijkheden zijn geraakt door de wereldwijde kredietcrisis (zie grafiek hierboven). Het cijfer is waarschijnlijk niet volledig en evenmin definitief, maar het geeft een indruk van de omvang van de uitdagingen waarvoor de wereld zich geplaatst ziet. Het gezamenlijke bedrag is groter dan het totale Belgische bruto binnenlands product.
Los van de bedragen die zijn uitgegeven aan het op de been houden van probleembanken, is de omvang van de crisis ook op andere manieren te meten. Zo is het bedrag dat de banken aan de crisis hebben verloren en afgeschreven al opgelopen tot ruwweg 590 miljard dollar (408 miljard euro). Het gaat om de totale waardevermindering van kredieten die de banken tot nu toe via hun financiële rapportering hebben bekendgemaakt.
Het bedrag dat de Amerikaanse regering wilde vrijmaken voor de overname van de grotendeels waardeloze probleemkredieten ligt nog hoger en bedroeg zoals bekend 700 miljard dollar (484 miljard euro). Die bedragen komen al aardig in de buurt van de 1.000 miljard dollar die het Internationaal Monetair Fonds in april naar voren schoof als de te verwachten kostprijs van de crisis.
Nog meer tot de verbeelding spreken de cijfers die aangeven hoeveel waarde er al verloren is gegaan door de in elkaar klappende beurzen. Beleggers in de drie Belgische grootbanken zijn dit jaar allemaal samen zo'n 60 miljard euro armer geworden. Wereldwijd gaat het uiteraard om een veelvoud van dat bedrag.
Schattingen over het verlies aan waarde die de Amerikaanse beurzen alleen al eergisteren moesten slikken, lopen uiteen van 1.000 tot 1.200 miljard dollar (692 tot 831 miljard euro). Daarbij betrof het een waardedaling van zo'n 8,8 procent van de S&P-500. Die is dit jaar al 21procent gedaald. De waardedaling die beleggers sinds januari hebben moeten slikken, bedraagt dus meer dan het dubbele van dat bedrag. En het waardeverlies van de beurzen elders ter wereld is daar nog niet in meegerekend. (rmg)
Bron: De Standaard 1 october 2008.
De vier genoemde bedrijven dreigden als gevolg van de kredietcrisis de afgelopen maand ten onder te gaan. De hypotheekverstrekkers Fannie Mae en Freddie Mac zijn inmiddels door de Amerikaanse overheid genationaliseerd en AIG is voor zo'n 80 procent in handen van de overheid gevallen in ruil voor een overbruggingskrediet van 85 miljard dollar. Zakenbank Lehman Brothers ten slotte heeft uitstel van betaling aangevraagd en heeft inmiddels de Noord-Amerikaanse en Aziatische activiteiten verkocht.
Een woordvoerder van de FBI wilde niet op de zaak ingaan, maar bevestigde dat er een breed onderzoek naar hypotheekfraude loopt bij 26 financiële instellingen. (nta)
Bron: De Standaard 25 september 2008
- China
- Japan
- Kaaimaneilanden
- een cluster van Opec-landen uit het Nabije Oosten
- België
De Amerikaanse staat Massachusetts heeft de Zwitserse bank UBS voor de rechter gedaagd wegens fraude. UBS zou onveilige auction rate securities, obligaties waarvan de rente wekelijks of maandelijks via een veiling wordt vastgesteld, aan investeerders in de staat verkocht hebben. UBS zou klanten verteld hebben dat de langetermijnbeleggingen 'veilig' waren, terwijl de bank wist dat de investeringen dat niet waren. (bloomberg)
Bron: De Standaard 28 juni 2008
Une société de gestion française est sur le point de porter plainte contre la banque flamande devant le parquet de Paris. Elle l'accuse de manoeuvres frauduleuses dans le cadre de la vente de "CDOs". Une grande première !
Voilà une affaire qui pourrait faire réfléchir pas mal de banquiers mis à mal par la tristement célèbre crise du "subprime". Selon nos informations, une petite société de gestion française est sur le point de porter plainte contre le groupe KBC devant la section financière du parquet de Paris. Cette société, qui a tenu à conserver l'anonymat, devrait entamer la procédure au plus tard avant le 11 juin. Manoeuvres frauduleuses ?
Elle accuse en effet la banque flamande de "manoeuvres frauduleuses" dans le cadre de la commercialisation de CDOs (Collateralized Debt Obligations), ces produits structurés derrière lesquels on trouve notamment du "subprime" (prêts hypothécaires accordés à des débiteurs de mauvaise qualité).
Ces manoeuvres auraient été matérialisées, aux yeux de la société, par l'allégation que les CDOs émis, structurés et commercialisés par KBC Financial Products durant les années 2000, bénéficiaient de la garantie du groupe KBC. En clair, la société de gestion française estime qu'il y avait de la part de KBC un engagement d'apporter une garantie de substitution, c'est-à-dire d'éliminer des actifs sous-jacents défaillants pour les remplacer par des actifs de qualité supérieure, histoire de protéger la qualité du portefeuille des CDOs qu'elle gère. C'est en tout cas le message commercial qu'elle aurait fait passer quand, il y a quelques années, elle s'est lancée comme beaucoup d'autres institutions dans les activités CDO, après notamment avoir racheté certaines parties de la société américaine D.E. Shaw en 1999.
Un précédent lourd de sens
Exemple de cette garantie de substitution : lors de la présentation du CDO nommé "Baker Street" en 2006, elle a évoqué la sortie du risque sur Parmalat, ce groupe agro-alimentaire italien qui a fait faillite fin 2003 pour le remplacer par un actif de meilleure qualité.
La KBC aurait donc vendu des CDOs en faisant valoir cette garantie de substitution, ce qui aurait poussé la société de gestion française à en acheter. Mais la crise du subprime, qui a éclaté en juin 2007, est venue tout compliquer. La quantité de papiers défaillants du type "subprime" n'a fait qu'exploser. Et la question est donc de savoir si KBC apporte réellement la garantie de substitution d'actifs défaillants (type "subprime"). "Oui, rien n' a changé à ce sujet. En tant que gestionnaire CDO, KBC a effectué de nombreuses substitutions ces derniers mois", nous a-t-on expliqué chez KBC. Qui précise tout de même qu' "il ne s'agit pas d'une garantie ou d'une obligation, mais d'un droit de KBC Financial Products de substituer certaines positions du portefeuille de manière autonome."
D'où la deuxième question : une telle situation n'implique-t-elle pas des provisions plus importantes que celles annoncées jusqu'à présent (un peu plus de 527 millions d'euros sur les trois derniers mois) ? "Non", répond la banque. "Nous tenons à souligner que KBC adopte une approche très conservatrice en ce qui concerne la valorisation de ses CDOs", poursuit-elle.
Il n'en reste pas moins que certaines tranches CDO sont invendables aux prix (jugés trop élevés) affichés par KBC, selon la société de gestion.
Alors que croire ? La société de gestion, en recherche de papiers très rémunérateurs, n'était-elle pas suffisamment consciente du risque qu'elle a pris il y a quelques années ? Ou KBC a-t-elle réellement donné des informations trompeuses au moment de la vente de ces produits ? Ce sera très probablement à la justice de trancher.
Ariane van Caloen. Source: La Libre Belgique 6 juin 2008.
Qu'est-ce qu'un CDO? (La libre Belgique)
Het document dateert van ruim drie weken voor de start van de grootscheepse kapitaalverhoging ter financiering van de overname van ABN AMRO, op 21 september 2007. De leiding van de groep negeerde het stuk dat als titel 'subprime exposure' draagt. Meer nog, Fortis stuurde zelfs geruststellende signalen de wereld in.
Fortis verzekerde, aldus Le Soir, in een persbericht van 21 september 2007 dat de Amerikaanse kredietcrisis slechts een 'marginale impact' op de bank zou hebben. Uit het document blijkt echter dat de bank voor meer dan 5,5 miljard euro blootgesteld was aan 'collateralised debt obligations' (CDO's), de verpakte hypotheekkredieten die het startschot gaven van de kredietcrisis.
De krant benadrukt dat in augustus 2007 al een consensus was dat op Amerikaanse hypotheekkredieten een verlies zou worden gemaakt van 10 procent. Daar werd echter met geen woord over gerept in het persbericht dat de aandeelhouders moest overtuigen het kapitaal te verhogen voor de overname van ABN AMRO.
Bert Broens
Ben Serrure
Bron: De Tijd 29 oct 2008
Al wekenlang voert het Brusselse Openbaar Ministerie op eigen initiatief een vooronderzoek naar malversaties die de (vroegere) toplui van Fortis zouden hebben gepleegd. Het onderzoek is vooral toegespitst op aanwijzingen van marktmanipulatie. Mogelijk zijn de aandeelhouders van Fortis bewust te laat of foutief ingelicht over de situatie van de financiële groep. Het controversiële dossier is in handen van het hoofd van de financiële sectie van het Brusselse parket, Paul Dhaeyer.
Eerstdaags zal een onderzoeksrechter worden gelast met het gerechtelijk onderzoek naar de eventuele marktmanipulatie. Dat gebeurt sneller dan het Brusselse parket had gewild. Het parket had liever nog wat meer tijd gekregen om het pad te effenen voor de onderzoeksrechter. Maar twee weken geleden is voor gelijklopende aantijgingen van marktmanipulatie een 'klacht met burgerlijke partijstelling' ingediend bij het Brusselse gerecht. Na zo'n klacht moet een onderzoeksrechter de klacht behandelen.
INSIDER
De klacht versterkt de vermoedens van het parket. Ze is afkomstig van een 'welgeplaatste insider' van Fortis. Hij wordt vertegenwoordigd door de Vlaamse advocaat Geert Lenssens en de consumentenvereniging Dolor. Volgens welingelichte bronnen bevat zijn klacht zeer concrete informatie. Uit het e-mailverkeer van Fortis-toplui zou kunnen worden afgeleid dat de buitenwereld het voorbije jaar meermaals is misleid.
Door het opstarten van een strafrechtelijk onderzoek zullen alle burgerlijke rechtszaken over het Fortis-debacle moeten wachten. Dat geldt niet voor kortgedingrechtszaken, zoals de lopende procedures van Deminor en het advocatenkantoor Modrikamen om de overname van Fortis door BNP Paribas te bevriezen. LB
Bron: De Tijd 28 october 2008
Kop perscommuniqué van 27 januari 2008.
Verklaring van Herman Verwilst, deputy ceo, aan de Belgische pers op 11 maart 2008.
Toelichting bij resultaten eerste kwartaal, op 13 mei 2008.
Toelichting van financieel directeur Gilbert Miller bij de plaatsing van een eeuwigdurende obligatie op 23 mei 2008.
Fortis-woordvoerster Marianne Honkoop op de website www. fd. nl op 10 juni 2008.
Bron: De Standaard 4 juli 2008
Claim tegen Votron.
Een Nederlandse advocaat wil namens een groep beleggers een persoonlijke schadevergoeding eisen van Fortis-topman Jean-Paul Votron. 'Votron wist dat Fortis een miljardentekort had, maar vertelde beleggers doodleuk dat het goed ging', zegt Hendrik-Jan Bos van de De Financiële Telegraaf. Bos verdedigde ook al de belangen van Nederlandse klanten die aandelenleaseproducten van Dexia hadden gekocht en klaagde vorig jaar nog ABN Amro aan nadat die bank verlies had geleden op riskante beleggingen. Volgens Bos vragen zijn internationale cliënten ook dat Votron strafrechtelijk wordt vervolgd. Dan moet men wel kunnen bewijzen dat Votron al wist dat Fortis geld nodig had, terwijl hij aan beleggers iets anders vertelde. (fpe)
Bron: De Standaard 7 juli 2008
Zondag 28 september om half elf ‘s avonds.
België onderschrijft de kapitaalsverhoging in Fortis Bank SA/NV voor 4,7 miljard euro.
Het KB van 29 september 2008 trad een dag eerder in werking en werd gepubliceerd in het Staatsblad op 6 oktober 2008. De Staat stelt ten hoogste 5 miljard euro ter beschikking, evenwel zonder advies van de Inspecteur van Financiën en zonder akkoord van de Minister van Begroting.
Zondag 5 oktober rond elf uur ’s avonds:
België koopt de Fortis Bank SA/NV van Fortis Brussel voor 4,7 miljard euro.
Het KB van 12 november 2008 trad 38 dagen eerder, op 5 oktober, in werking en werd gepubliceerd in het Staatsblad op 24 november 2008. De Inspecteur van Financiën gaf op 3 november advies en de Minister van Begroting ging op 4 november akkoord met de onbeperkte uitgave van al de fondsen nodig voor de verwerving van de bank.
Eveneens op zondag 5 oktober rond elf uur ’s avonds:
België verkoopt driekwart van Fortis Bank SA/NV aan BNP Paribas voor 8,25 miljard euro.
Het KB van 12 november 2008 trad 37 dagen eerder, op 6 oktober, in werking en werd gepubliceerd in het Staatsblad op 24 november 2008. De Inspecteur van Financiën gaf op 3 november advies en de Minister van Begroting ging op 4 november akkoord met de onbeperkte uitgave van al de fondsen nodig voor de inbreng in een nieuwe vennootschap met rommelkredieten en –obligaties en om een deel van de verworven Belgische bank in te brengen in de Franse bank BNP Paribas.
Staatshulp?
Fortis Bank België SA/NV was volledig in handen van de holding Fortis Brussel, die zelf de 50/50 Belgische dochter is van de twee moedermaatschappijen Fortis SA/NV (België) en Fortis NV (Nederland).
België tekende eerst in op een kapitaalsverhoging, kocht dan een week later de overige aandelen en verkocht deze onmiddellijk door aan de Franse Bank BNP Paribas.
Deze staatshulp dient nog goedgekeurd door de Europese Commissie (van openbare orde).
| FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN | |
| 29 SEPTEMBER 2008. - Koninklijk besluit waarbij aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij een opdracht wordt toevertrouwd overeenkomstig artikel 2, § 3 van de wet van 2 april 1962 betreffende de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en de ge-westelijke investeringsmaatschappijen | |
| ALBERT II, Koning der Belgen, | |
| Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | |
| Gelet op de wet van 2 april 1962 betreffende de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en de gewestelijke investeringsmaatschappijen, inzonderheid op artikel 2, § 3; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; Gelet op de hoogdringendheid; Overwegende dat de hoogdringendheid verantwoord wordt door de noodzaak om zo snel mogelijk maatregelen te treffen tot het nemen van een deelneming in de Fortis-Groep; Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en van Institutionele Hervormingen en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1. Met toepassing van artikel 2, § 3, van de Wet van 2 april 1962 betreffende de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en de gewestelijke investeringsmaatschappijen wordt de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij ermee belast om in te schrijven op een kapitaalverhoging en, in voorkomend geval, aandelen te verwerven van Fortis NV, vennootschap naar Belgisch recht, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1000 Brussel, Koningsstraat 20 en Fortis N.V., vennootschap naar Nederlands recht, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te NL-3584 BA Utrecht (Nederland), Archimedeslaan 6, en/of Fortis Bank NV, vennootschap naar Belgisch recht, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1000 Brussel, Warandeberg 3, ten belope van een maximaal bedrag van vijf (5) miljard euro en deze participatie te beheren. Art. 2. De Staat zal hiertoe aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij de noodzakelijke fondsen voor de inschrijvingen of de verwervingen bedoeld in artikel 1 voor een bedrag van ten hoogste vijf (5) miljard euro ter beschikking stellen. Art. 3. De opdracht die door dit besluit aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij wordt toevertrouwd, wordt door deze laatste in eigen naam maar voor rekening van de Staat uitgevoerd. Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 28 september 2008. Art. 5. Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en Institutionele Hervormingen is belast met de uitvoering van dit besluit. |
|
| Gegeven te Brussel, op 29 september 2008. | |
| ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en van Institutionele Hervormingen, D. REYNDERS |
|
| Publicatie : 2008-10-06 | |
| |
| FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN | |
| 12 NOVEMBER 2008. - Koninklijk besluit waarbij aan de Federale Participatie- en Investe-ringsmaatschappij een opdracht wordt toevertrouwd overeenkomstig artikel 2, § 3, van de wet van 2 april 1962 betreffende de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en de gewestelijke investeringsmaatschappijen | |
| ALBERT II, Koning der Belgen, | |
| Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | |
| Gelet op de wet van 2 april 1962 betreffende de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en de gewestelijke investeringsmaatschappijen, inzonderheid op artikel 2, § 3; Gelet op het koninklijk besluit van 29 september 2008 waarbij aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij een opdracht wordt toevertrouwd overeenkomstig artikel 2, § 3, van de wet van 2 april 1962 betreffende de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en de gewestelijke investeringsmaatschappijen; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; Gelet op de hoogdringendheid; Overwegende dat de gespannen toestand op de financiële markten en op de noodzaak om de stabiliteit van het Belgisch financiële systeem te bewaren en het vertrouwen van het publiek in de financiële instellingen te handhaven; Overwegende dat de voorgestelde maatregel gerechtvaardigd is door een dringende nood van algemeen belang; dat iedere vertraging bij de tenuitvoerlegging ervan zijn doeltreffendheid in het gedrang zou brengen, gelet op de grote volatiliteit van de markten; dat het van belang is de markt zonder verwijl en zonder onzekerheid aangaande de uitvoering op de hoogte te kunnen stellen van de voorgenomen verwerving van de deelneming; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 3 november 2008; Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 4 november 2008; Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en van Institutionele Hervormingen en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1. Met toepassing van artikel 2, § 3, van de wet van 2 april 1962 betreffende de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en de gewestelijke investeringsmaatschappijen wordt de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij ermee belast om van Fortis Brussels NV, vennootschap naar Belgisch recht, met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Koningsstraat 20, of iedere andere vennootschap van de Fortis Groep, haar deelneming in het kapitaal van Fortis Bank NV, naamloze vennootschap, naar Belgisch recht, met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Warandeberg 3, te weten 241 620 577 aandelen, te verwerven. Art. 2. De Staat zal aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij al de fondsen voor de verwerving bedoeld in artikel 1 ter beschikking stellen. Art. 3. De opdracht die door dit besluit aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij wordt toevertrouwd, wordt door deze laatste in eigen naam maar voor rekening van de Staat uitgevoerd. Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 5 oktober 2008. Art. 5. De Minister die de Financiën onder zijn bevoegdheden heeft, is belast met de uitvoering van dit besluit. |
|
| Gegeven te Chennai, 12 november 2008 | |
| ALBERT Par le Roi : De Minister van Financiën, D. REYNDERS |
|
| Publicatie : 2008-11-24 | |
| |
| FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN | |
| 12 NOVEMBER 2008. - Koninklijk besluit waarbij aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij een opdracht wordt toevertrouwd overeenkomstig artikel 2, § 3, van de wet van 2 april 1962 betreffende de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en de gewestelijke investeringsmaatschappijen | |
| ALBERT II, Koning der Belgen, | |
| Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | |
| Gelet op de wet van 2 april 1962 betreffende de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en de gewestelijke investeringsmaatschappijen, inzonderheid op artikel 2, § 3; Gelet op het koninklijk besluit van 29 september 2008 waarbij aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij een opdracht wordt toevertrouwd overeenkomstig artikel 2, § 3 van de wet van 2 april 1962 betreffende de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en de gewestelijke investeringsmaatschappijen; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; Gelet op de hoogdringendheid; Overwegende dat de gespannen toestand op de financiële markten en op de noodzaak om de stabiliteit van het Belgisch financiële systeem te bewaren en het vertrouwen van het publiek in de financiële instellingen te handhaven; Overwegende dat de voorgestelde maatregel gerechtvaardigd is door een dringende nood van algemeen belang; dat iedere vertraging bij de tenuitvoerlegging ervan zijn doeltreffendheid in het gedrang zou brengen, gelet op de grote volatiliteit van de markten; dat het van belang is de markt zonder verwijl en zonder onzekerheid aangaande de uitvoering op de hoogte te kunnen stellen van de voorgenomen verwerving van de deelneming; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 3 november 2008; Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 4 november 2008; Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en van Institutionele Hervormingen en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1. Met toepassing van artikel 2, § 3, van de wet van 2 april 1962 betreffende de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en de gewestelijke investeringsmaatschappijen wordt de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij ermee belast (i) om in de naamloze vennoot-schap naar Frans recht BNP Paribas, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 75009 Parijs, boulevard des Italiens 16, ingeschreven in het handels- en vennootschappenregister te Parijs, onder het nummer 662.042.449, het geheel of een deel van de aandelen gehouden door de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij volgens de bepalingen van de overname van Fortis Brussels NV, vennootschap naar Belgisch recht, met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Koningsstraat 20, of iedere andere vennootschap van de Fortis Groep, van haar deelneming in het kapitaal van Fortis Bank NV, naamloze vennootschap naar Belgisch recht, met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Warandeberg 3, en volgens de bepalingen van de kapitaalverhoging toegestaan bij koninklijk besluit van 28 september 2008 waarbij aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij een opdracht wordt toevertrouwd overeenkomstig artikel 2, § 3, van de wet van 2 april 1962 betreffende de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en de gewestelijke investeringsmaatschappijen in te brengen; (ii) met dat doel alle overeenkomsten te sluiten, met inbegrip van, in voorkomend geval, alle arbitrageovereenkomsten, (iii) in voorkomend geval, haar overblijvende deelneming te beheren, en (iv) deel te nemen aan de oprichting van een nieuwe vennootschap die er mee belast wordt om (a) van de Fortis Bank NV een portefeuille van afgeleide financiële instrumenten te kopen; en (b) hiertoe de nodige financieringen aan te gaan. Art. 2. De Staat zal aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij al de fondsen voor de verwerving bedoeld in artikel 1 ter beschikking stellen. Art. 3. De opdracht die door dit besluit aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij wordt toevertrouwd, wordt door deze laatste in eigen naam maar voor rekening van de Staat uitgevoerd. Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 6 oktober 2008. Art. 5. De Minister die de Financiën onder zijn bevoegdheden heeft, is belast met de uitvoering van dit besluit. |
|
| Gegeven te Chennai, 12 november 2008. | |
| ALBERT Par le Roi : De Minister van Financiën, D. REYNDERS |
|
| Publicatie : 2008-11-24 | |
| |
Drie Koninklijke besluiten die aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij opdrachten toevertrouwen die zij reeds uitgevoerd had. Eerst onderschreef de FPIM de kapitaalsverhoging in Fortis Bank België. Een week later kocht de FPIM de rest van de aandelen van deze bank van haar eigenaar Fortis Brussel en ruilde deze onmiddellijk om voor aandelen van de Franse bank BNP Paribas, door in te schrijven op de nog goed te keuren kapitaalsverhoging.
Zondag 28 september om half elf ‘s avonds.
België onderschrijft de kapitaalsverhoging in Fortis Bank SA/NV voor 4,7 miljard euro.
Het KB van 29 september 2008 trad een dag eerder in werking en werd gepubliceerd in het Staatsblad op 6 oktober 2008. De Staat stelt ten hoogste 5 miljard euro ter beschikking, evenwel zonder advies van de Inspecteur van Financiën en zonder akkoord van de Minister van Begroting.
Commentaar:
Het advies van de Raad van State werd niet gevraagd.
De toegelaten uitgave bedraagt minstens 12,5 miljoen euro aan interesten op een bedrag van 5 miljard euro voor de maanden oktober, november en december 2008 (als het percentage bijvoorbeeld slechts 1% per jaar zou zijn). Deze uitgave was niet begroot. Voor een uitgave van meer dan 5 miljoen euro is bovendien een buitengewone wet nodig.
De motivering van hoogdringendheid is een tautologie: “ het is dringend, omdat het dringend is”.
Het KB stelt in haar motivering zo snel mogelijk deel te nemen in het kapitaal van de Fortis Groep, een privé-maatschappij, daar waar de FPIM de avond voordien de kapitaalsverhoging in Fortis Bank België reeds onderschreven had.
Op 6 en 7 oktober 2008 zou de Ministerraad beraadslaagd hebben over twee koninklijke besluiten die de FPIM opdroegen om de helft plus één aandeel van Fortis Bank België te kopen en ze door te verkopen aan BNP Paribas. Deze koninklijke besluiten zouden in werking treden op het ogenblik van de ondertekening door de koning.
Deze koninklijke besluiten zijn door de koning evenwel nooit ondertekend.
Zondag 5 oktober rond elf uur ’s avonds:
België koopt de Fortis Bank van Fortis Brussel voor 4,7 miljard euro.
Het KB van 12 november 2008 trad 38 dagen eerder, op 5 oktober, in werking en werd gepubliceerd in het Staatsblad van 24 november 2008. De Inspecteur van Financiën gaf op 3 november advies en de Minister van Begroting ging op 4 november akkoord met de onbeperkte uitgave van al de fondsen nodig voor de verwerving van de bank.
Commentaar:
Het advies van de Raad van State werd niet gevraagd.
In tegenstelling met wat beweerd wordt, is over dit KB in de ministerraad nooit beraadslaagd en zou het dus verschillen van hetgeen wel in de ministerraad van 6 oktober 2008 beslist werd.
De toegelaten uitgave bedraagt minstens 11,75 miljoen euro aan interesten op een bedrag van 4,7 miljard euro voor de maanden oktober, november en december 2008 (als het percentage bijvoorbeeld slechts 1% per jaar zou zijn). Deze uitgave was niet begroot. Voor een uitgave van meer dan 5 miljoen euro is bovendien een buitengewone wet nodig.
De motivering van hoogdringendheid was voorbijgestreefd, want op 14 oktober 2008 had Fortis reeds meegedeeld dat de FPIM alle aandelen van Fortis Bank verworven had.
Eveneens op zondag 5 oktober rond elf uur ’s avonds:
België verkoopt driekwart van Fortis Bank SA/NV aan BNP Paribas voor 8,25 miljard euro.
Het KB van 12 november 2008 trad 37 dagen eerder, op 6 oktober, in werking en werd gepubliceerd in het Staatsblad van 24 november 2008. De Inspecteur van Financiën gaf op 3 november advies en de Minister van Begroting ging op 4 november akkoord met de onbeperkte uitgave van al de fondsen nodig voor de inbreng in een nieuwe vennootschap voor het beheer van de rommelkredieten en – obligaties, alsook voor de inbreng van een deel van de verworven Belgische bank in de Franse bank BNP Paribas.
Commentaar:
Het advies van de Raad van State werd niet gevraagd.
In tegenstelling met wat beweerd wordt, is over dit KB in de ministerraad nooit beraadslaagd en zou het dus verschillen van hetgeen wel in de ministerraad van 7 oktober 2008 beslist werd.
De motivering preciseert niet waarom de twee vorige maatregelen onvoldoende waren.
De motivering van hoogdringendheid was voorbijgestreefd, want op 14 oktober 2008 had Fortis reeds de pers ingelicht.
De FPIM gaat 75% van de aandelen van Fortis Bank België inruilen voor 11,6% aandelen van de Franse bank, door in te schrijven op de nog niet goedgekeurde kapitaalsverhoging van BNP Paribas. De FPIM onderhandelde voor de verkoop van haar aandelen uitsluitend met BNP Paribas. Nochtans had de FPIM de aandelen die zij voor rekening van de Belgische staat bezat, via een publiek bod moeten verkopen (van openbare orde).
De FPIM schrijft in op een kapitaalsverhoging bij BNP Paribas.
Belgische en Nederlandse staatshulp voor een Franse bank?
Fortis Bank België was volledig in handen van de holding Fortis Brussel, die zelf de 50/50 Belgische dochter is van de twee moedermaatschappijen Fortis SA/NV (België) en Fortis NV (Nederland).
België tekende eerst in op een kapitaalsverhoging van Fortis Bank België, kocht dan een week later de overige aandelen, om onmiddellijk 75% van deze aandelen in te ruilen voor 11,6% aandelen van BNP Paribas. België betaalt 68 euro per aandeel van de Franse bank.
België wordt zo veruit de belangrijkste aandeelhouder van de Franse bank.
BNP Paribas zal later 5,7 miljard euro betalen voor Fortis Belgium Insurance.
Het weze herhaald dat België op 28 september 2008 een bedrag van 4,7 miljard euro inbracht in Fortis Bank België en Nederland op 3 oktober 2008 nog een bedrag van 12,8 miljard euro, in totaal dus een som van 17,5 miljard euro. Die bank is volledig in handen van de FPIM en zal door BNP Paribas ingelijfd worden, mits 8,25 miljard euro te betalen voor aandelen van BNP Paribas.
Deze Belgische en Nederlandse staatshulp aan de Franse bank dient goedgekeurd door de Euro-pese Commissie (van openbare orde).
| Op vele bestelbonnen van Citibank Belgium staat als belegging de naam "Double opportunity Note" (zonder Romeins cijfer) vermeld.
De lijst van de STRUCTURED NOTES van Citibank Belgium omvat onder andere de volgende productnamen: De naam "Double opportunity Note" (zonder Romeins cijfer) staat niet op deze lijst. |
LBT leende de ingezamelde gelden uit aan LBHI.
Curator Rutger J. Schimmelpenninck schrijft o.m. het volgende:
− LBT beschikt over 5,5 miljoen euro aan liquide middelen.
− LBT heeft “Notes” en certificaten uitgegeven, waarschijnlijk met een garantie van LBHI.
− LBT lijkt geen eigenaar te zijn van de “Notes” en certificaten, gekoppeld aan derivaten.
De Engelse filialen Lehman Brothers International (Europe) (LBIE) en Lehman Brothers Limited (LBL) zijn statutair in Londen gevestigd en verkeren volgens de Engelse regels "in administration". PwC is voor beide vennootschappen als "administrator" aangesteld.
LBIE trad, samen met LBL, op als "arranger, dealer" van de "structured notes" bij de uitgifte door LBT.
LBIE berekende ook de waarde van de "structured notes" in haar hoedanigheid van "calculation agent".
Commentaar:
Over de aanklachten zelf zegt hij: 'We staan recht in onze schoenen en zullen dat ook aantonen.'
Bron: De Standaard 15 juni 2009
Vanaf dinsdag 8 december kunnen de 1.200 gedupeerden die aanwezig waren zich burgerlijke partij stellen op het justitiepaleis te Brussel. Op de openingszitting is hen uitgelegd hoe ze dat moeten doen.
De bank en drie directeurs staan terecht
In het Citibank-proces staan naast de bank zelf ook algemeen directeur José de Peñaranda de Franchimont en twee juridische directeurs, Bernard Beyens en François Staroukine, terecht. Zij moeten zich verantwoorden voor misbruik van vertrouwen, witwassen, inbreuken op de wetgeving betreffende het aanbieden van investeringsproducten, inbreuken op de wetgeving op het optreden van banken als tussenpersonen op de markt van investeringsproducten, en inbreuken op de Wet Handelspraktijken.
Lehmann Brothers
Zo'n 4.000 mensen hebben financieel verlies geleden doordat zij via Citibank geïnvesteerd hadden in financiële producten van de failliet gegane bank Lehmann Brothers. Volgens de politie kwamen er dinsdag zo'n 1.200 opdagen. Bovendien waren een 160-tal advocaten aanwezig die één of meerdere cliënten vertegenwoordigden.
Proces in twee fases
Al die aanwezigen hoorden de voorzitster uitleggen dat het proces zich in twee fases zou afspelen. In de loop van december en januari krijgen alle gedupeerden die zich in persoon burgerlijke partij willen stellen daartoe de kans op het justitiepaleis te Brussel. De advocaten die gedupeerden vertegenwoordigen, kunnen zich melden op 8, 9 en 10 december.
Op 12 april 2010 zou dan de behandeling ten gronde beginnen met de ondervraging van de verdachten, gevolgd door het verhoor van drie getuigen, de pleidooien van de burgerlijke partijen, het rekwisitoor van het openbaar ministerie en tenslotte de pleidooien van de verdediging. De rechtbank zetelt vier voormiddagen per week: maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag.
(naar belga/tw)
Wat verkocht Citibank België aan haar klanten? Producten van Citibank Belgium of van Lehman Brothers?
Volgens uittreksels uit de bijsluiters i.v.m. de “Effecten” of “Fondsen”:
Vraag: Als zowel Citibank als Lehman Brothers schrijven dat de “Effecten” geen deposito’s, noch obligaties, noch aandelen zijn (of enig derivaat zoals optiecontracten), wat zijn ze dan wel?
Antwoord: een wiskundige formule
De formule wordt berekend door Lehman Brothers International Europe.
Het kapitaal is na twee jaar volledig beschermd door Lehman Brothers Treasury Co.
De interesten op de helft van het kapitaal zijn na één jaar gegarandeerd door Lehman Brothers Treasury Co.
De emissies van Lehman Brothers Treasury Co. zijn gewaarborgd door Lehman Brothers Holdings Inc.
Samengevat:
| ISINcode | Structured Notes | Instapperiode | Vervaldag | Minimum bedrag |
|
| XS0285986534 | 2.5 Year Eurostoxx Growth | 26/02/2007 - 24/04/2007 | 24/10/2009 | EUR | 5 000 |
| XS0278450027 | 30 Month Lock-in Note | 02/01/2007 - 24/02/2008 | 28/08/2009 | EUR | 5 000 |
| XS0271720673 | 5 Year Target Note EUR | 02/11/2006 - 23/11/2006 | 01/12/2011 | EUR | 5 000 |
| XS0266165736 | 8 Yrs TRIPLE 7 NOTE EUR | 27/09/2006 - 23/11/2006 | 01/12/2014 | EUR | 5 000 |
| XS0331878404 | Bundled Note pr pl | 19/11/2007 - 31/12/2007 | 04/01/2010 | EUR | 50 000 |
| XS0335226659 | Double opportunity Note I | 02/01/2008 - 28/01/2008 | 31/01/2010 | EUR | 5 000 |
| XS0340417251 | Double opportunity Note II | 01/02/2008 - 26/02/2008 | 05/03/2010 | EUR | 5 000 |
| XS0358366325 | Double Opportunity Note V (Banks) | 25/04/2008 - 27/05/2008 | 03/06/2010 | EUR | 5 000 |
| XS0358366168 | EuroStoxx Coupon Note | 25/04/2008 - 27/05/2008 | 09/06/2014 | EUR | 5 000 |
| XS0341704954 | EuroStoxx Growth Opportunity Note | 04/02/2008 - 26/03/2008 | 31/03/2012 | EUR | 5 000 |
| XS0342509444 | EuroStoxx Lock-in Note | 04/02/2008 - 26/03/2008 | 09/04/2013 | EUR | 5 000 |
| XS0295736622 | High Coupon Note | 07/05/2007 - 26/06/2007 | 01/07/2015 | EUR | 5 000 |
| XS0362676826 | Inflation Protected Note | 02/06/2008 - 25/06/2008 | 08/07/2013 | EUR | 5 000 |
| XS0266544831 | LEHMAN BROTHERS 90% Capital Protected Notes on the Eurostoxx 50 Index |
01/09/2006 - 26/09/2006 | 05/10/2009 | EUR | 50 000 |
| XS0314034728 | Multi Coupon Note | 22/08/2007 - 25/09/2007 | 09/10/2012 | EUR | 5 000 |
| XS0321299868 | Multi Coupon Note II | 26/09/2007 - 29/10/2007 | 06/11/2012 | EUR | 5 000 |
| XS0195333793 | Pioneer All Weather Fund Growth 5,10YR | 25/06/2004 | 10/05/2010 | EUR | 50 000 |
| XS0195333876 | Pioneer All Weather Fund Growth 5,10YR | 25/06/2004 | 10/05/2010 | USD | 50 000 |
| XS0195333447 | Pioneer All Weather Fund Growth 5,10YR | 25/06/2004 | 10/05/2010 | EUR | 50 000 |
| XS0195333520 | Pioneer All Weather Fund Growth 5,10YR | 25/06/2004 | 10/05/2010 | USD | 50 000 |
| XS0192518370 | Pioneer All Weather Fund Growth 6YR | until 27/04/2004 | 13/05//2010 | USD | 50 000 |
| XS0192518024 | Pioneer All Weather Fund Income 6 YR | until 27/04/2004 | 13/05/2010 | USD | 50 000 |
De lijst "Structured Notes" producten van Citibank Belgium:
− Bundled Note pr pl
− Double opportunity Note I
− Double opportunity Note II
− Double opportunity Note V (Banks)
− High Coupon Note
− Multi Coupon Note
− Multi Coupon Note II
− 30 Month Lock-in Note
− LEHMAN BROTHERS 90% Capital Protected Notes on the Eurostoxx 50 Index
− 2,5 Year Eurostoxx Growth
− Inflation Protected Note
− EuroStoxx Growth Opportunity Note
− EuroStoxx Lock-in Note
− EuroStoxx Coupon Note
− 8 Yrs TRIPLE 7 NOTE EUR
− 5 Year Target Note EUR
− Pioneer All Weather Fund Growth 6YR
− Pioneer All Weather Fund Income 6YR
− Pioneer All Weather Fund Growth 5,10YR
− Pioneer All Weather Fund Income 5,10YR
| Bepalingen en voorwaarden uit de bijlagen (uit de Engelse prospectus): | |
| − Underlying: | Dow Jones EuroStoxx Index (Price) |
| − Issuer: | Lehman Brothers Treasury Co B.V. |
| − Principal protected: | Lehman Brothers Treasury Co B.V. |
| − Interests guaranteed: | Lehman Brothers Treasury Co B.V. |
| − Guarantor: | Lehman Brothers Holdings Inc (Rated A+/A1) |
| − Arranger/Dealer: | Lehman Brothers International (Europe) |
| − Calculation Agent: | Lehman Brothers International (Europe) |
| − Distributor: | Citibank Belgium |
Andere bepalingen (eveneens in het Engels):
| Huidige toestand: | |
| − Lehman Brothers Treasury Co B.V. | Amsterdam "bankroet" |
| − Lehman Brothers Holdings Inc. | New York "Chapter 11" |
| − Lehman Brothers International (Europe) | London "in administration PwC UK" |
| − De notering van de "structured notes" is geschorst op de Ierse beurs. | |
| − De effecten, verkocht door Citibank Belgium, zijn op hun vraag geblokkeerd door Euroclear Luxembourg. | |
Strengere regels moeten financiële consument beter beschermen
De Standaard 16 juni 2011, 05u00 door Nico Tanghe
BRUSSEL - Waakhond FSMA gaat financiële producten die nodeloos complex zijn, weren uit de markt. Alle financiële tussenpersonen moeten verplicht een licentie aanvragen.Een rechtbank in New York heeft een plan voor een nieuw zakenmodel voor de failliete zakenbank Lehman Brothers Holdings Inc. goedgekeurd. De neergang van Lehman Brothers in september 2008 vormde de aanzet voor de globale financiële crisis. De rechtbank keurde het in maart ingediende plan goed voor de oprichting van de vermogensbeheerder, onder de benaming Lamco. Die maatschappij zal gedurende vijf jaar de resterende vermogens voor de schuldeisers beheren. Een andere maatschappij zal het bankroet uit 2008 afhandelen. De achterliggende hoop is dat aan het einde van de rit meer geld beschikbaar is dan nu bij een verkoop kan voortgebracht worden.
455 personeelsleden van Lehman zullen de overstap maken naar Lamco. De resterende 220 stafleden blijven bij Lehman Brothers om het bankroet af te wikkelen.
De Standaard 17 april 2010
De Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers heeft jarenlang in het grootste geheim gebruikgemaakt van een kleine firma om risicovolle transacties te verhullen. Dat meldt The New York Times op gezag van interne documenten en gesprekken met voormalige werknemers. De onderneming, met de naam Hudson Castle, was slechts voor een kwart in het bezit van Lehman Brothers, maar werd feitelijk volledig gecontroleerd door de zakenbank. Sinds 2001 zou Lehman Brothers verschillende transacties voor meer dan 1 miljard dollar via de kleine firma hebben verwerkt. In de jaarverslagen is er niets over terug te vinden. Lehman Brothers ging in september 2008 failliet, wat een schokgolf op de financiële markten veroorzaakte.
De TIJD 15 april 2010
Lehman Channeled Risks Through ‘Alter Ego’ Firm
By LOUISE STORY and ERIC DASH
The firm, called Hudson Castle, played a crucial, behind-the-scenes role at Lehman, according to an internal Lehman document and interviews with former employees. The relationship raises new questions about the extent to which Lehman obscured its financial condition before it plunged into bankruptcy. While Hudson Castle appeared to be an independent business, it was deeply entwined with Lehman. For years, its board was controlled by Lehman, which owned a quarter of the firm. It was also stocked with former Lehman employees.
Entities like Hudson Castle are part of a vast financial system that operates in the shadows of Wall Street, largely beyond the reach of banking regulators. These entities enable banks to exchange investments for cash to finance their operations and, at times, make their finances look stronger than they are.
Critics say that such deals helped Lehman and other banks temporarily transfer their exposure to the risky investments tied to subprime mortgages and commercial real estate. Even now, a year and a half after Lehman’s collapse, major banks still undertake such transactions with businesses whose names, like Hudson Castle’s, are rarely mentioned outside of footnotes in financial statements, if at all.
The Securities and Exchange Commission is examining various creative borrowing tactics used by some 20 financial companies. A Congressional panel investigating the financial crisis also plans to examine such deals at a hearing in May to focus on Lehman and Bear Stearns, according to two people knowledgeable about the panel’s plans.
Most of these deals are legal. But certain Lehman transactions crossed the line, according to the account of the bank’s demise prepared by an examiner of the bank. Hudson Castle was not mentioned in that report, released last month, which concluded that some of Lehman’s bookkeeping was “materially misleading.” The report did not say that Hudson was involved in the misleading accounting.
At several points, Lehman did transactions greater than $1 billion with Hudson vehicles, but it is unclear how much money was involved since 2001.
Still, accounting experts say the shadow financial system needs some sunlight.
“How can anyone — regulators, investors or anyone — understand what’s in these financial statements if they have to dig 15 layers deep to find these kinds of interlocking relationships and these kinds of transactions?” said Francine McKenna, an accounting consultant who has examined the financial crisis on her blog, re: The Auditors. “Everybody’s talking about preventing the next crisis, but they can’t prevent the next crisis if they don’t understand all these incestuous relationships.”
The story of Lehman and Hudson Castle begins in 2001, when the housing bubble was just starting to inflate. That year, Lehman spent $7 million to buy into a small financial company, IBEX Capital Markets, which later became Hudson Castle.
From the start, Hudson Castle lived in Lehman’s shadow. According to a 2001 memorandum given to The New York Times, as well as interviews with seven former employees at Lehman and Hudson Castle, Lehman exerted an unusual level of control over the firm. Lehman, the memorandum said, would serve “as the internal and external ‘gatekeeper’ for all business activities conducted by the firm.”
The deal was proposed by Kyle Miller, who worked at Lehman. In the memorandum, Mr. Miller wrote that Lehman’s investment in Hudson Castle would give the bank and its clients access to financing while preventing “headline risk” if any of its deals went south. It would also reduce Lehman’s “moral obligation” to support its off-balance sheet vehicles, he wrote. The arrangement would maximize Lehman’s control over Hudson Castle “without jeopardizing the off-balance sheet accounting treatment.”
Mr. Miller became president of Hudson Castle and brought several Lehman employees with him. Through a Hudson Castle spokesman, Mr. Miller declined a request for an interview.
The spokesman did not dispute the 2001 memorandum but said the relationship with Lehman had evolved. After 2004, “all funding decisions at Hudson Castle were solely made by the management team and neither the board of directors nor Lehman Brothers participated in or influenced those decisions in any way,” he said, adding that Lehman was only a tenth of Hudson’s revenue.
Still, Lehman never told its shareholders about the arrangement. Nor did Moody’s choose to mention it in its credit ratings reports on Hudson Castle’s vehicles. Former Lehman workers, who spoke on the condition that they not be named because of confidentiality agreements with the bank, offered conflicting accounts of the bank’s relationship with Hudson Castle.
One said Lehman bought into Hudson Castle to compete with the big commercial banks like Citigroup, which had a greater ability to lend to corporate clients. “There were no bad intentions around any of this stuff,” this person said.
But another former employee said he was leery of the arrangement from the start. “Lehman wanted to have a company it controlled, but to the outside world be able to act like it was arm’s length,” this person said.
Typically, companies are required to disclose only material investments or purchases of public companies. Hudson Castle was neither.
Nonetheless, Hudson Castle was central to some Lehman deals up until the bank collapsed.
“This should have been disclosed, given how critical this relationship was,” said Elizabeth Nowicki, a professor at Boston University and a former lawyer at the S.E.C. “Part of the problems with all these bank failures is there were a lot of secondary actors — there were lawyers, accountants, and here you have a secondary company that was helping conceal the true state of Lehman.”
Until 2004, Hudson had an agreement with Lehman that blocked it from working with the investment bank’s competitors, but in 2004, that deal ended, and Lehman reduced its number of board seats to one, from five, according to two people with direct knowledge of the situation and an internal Hudson Castle document. Lehman remained Hudson’s largest shareholder, and its management remained close to important Lehman officials.
Hudson Castle created at least four separate legal entities to borrow money in the markets by issuing short-term i.o.u.’s to investors. It then used that money to make loans to Lehman and other financial companies, often via repurchase agreements, or repos. In repos, banks typically sell assets and promise to buy them back at a set price in the future.
One of the vehicles that Hudson Castle created was called Fenway, which was often used to lend to Lehman, including in the summer of 2008, as the investment bank foundered. Because of that relationship, Hudson Castle is now the second-largest creditor in the Lehman Estate, after JPMorgan Chase. Hudson Castle, which is still in business, doing similar work for other banks, bought out Lehman’s stake last year. The firm’s spokesman said Hudson operated independently in the Fenway deal in the summer of 2008. Hudson Castle might have walked away earlier if not for Fenway’s ties to Lehman. Lehman itself bought $3 billion of Fenway notes just before its bankruptcy that, in turn, were used to back a loan from Fenway to a Lehman subsidiary. The loan was secured by part of Lehman's investments with a California property developer, SunCal, and those investments also collapsed. At the time, other lenders were already growing uneasy about dealing with Lehman.
Further complicating the arrangement, Lehman later pledged those Fenway notes to JPMorgan as collateral for still other loans as Lehman began to founder. When JPMorgan realized the circular relationship, “JPMorgan concluded that Fenway was worth practically nothing,” according the report prepared by the court examiner of Lehman.
This article has been revised to reflect the following correction:
Correction: April 14, 2010
An article on Tuesday about Lehman Brothers’ relationship with a smaller company, Hudson Castle, referred incorrectly to the status of a California property developer, SunCal, which had joint investments with Lehman. SunCal’s and Lehman’s investments collapsed; SunCal itself did not.
Lehman Used ‘Alter Ego’ to Transfer Risks - NYTimes.com 14/04/10 10:11
Principal protected eh? Even the name sounds fraudulent.
Source: Lehman Good-for-Retirement Notes Worth Pennies for UBS Clients - Bloomberg.com 2 november 2008
|
Vorige week kregen ook spaarders die in sommige tak23-levensverzekeringsproducten met kapitaalbescherming gestapt zijn, potentieel een koude douche. Nogal wat financiële instellingen verkochten producten waarbij de zakenbank Lehman Brothers instond voor de kapitaalgarantie. Citibank, Deutsche Bank, Ethias, Fortis en Swiss Life hebben dergelijke beleggingen verkocht, waarbij Lehman Brothers instond voor de terugbetaling. Door het faillissement van Lehman Brothers worden de producten niet meer verhandeld en zitten beleggers voorlopig gevangen. Een cynische vaststelling is dat precies conservatieve beleggers die zich wilden beschermen tegen dalende beurskoersen nu getroffen zijn. Het is een vaststelling die het vertrouwen van de spaarder verder kan aantasten. Bankiers zijn geneigd diegenen die melding maken van de problemen met de vinger te wijzen, terwijl ze de problemen zelf gecreëerd hebben Bron: De Standaard 24 september |
The Lehman Brothers bankruptcy is quickly becoming one giant mess.
Scores of hedge funds that had hundreds of millions in cash and other securities parked with Lehman's prime brokerage operation in London have had their accounts frozen. A number of these hedge funds have filed formal objections with the bankruptcy court, and at least one fund, New York's Bay Harbour Management, is mounting a legal challenge to the court's hastily approved sale of Lehman's brokerage arm to Barclays Capital.
Now an even more troubling scenario is arising: legal disputes stemming from the estimated $1 trillion in derivatives transactions that Lehman had entered into on behalf of itself and some of its customers. Already, at least three lawsuits have been filed, alleging that nearly $600 million in collateral posted by some of Lehman's trading partners in derivatives transactions hasn't been returned and is in jeopardy of disappearing as the bankruptcy process unfolds.
To date, the most publicly aggrieved of Lehman's trading partners is Bank of America (BAC), which at one time was considering buying Lehman as the investment firm was lurching toward bankruptcy. The Charlotte (N.C.) lender is seeking to recover nearly $500 million the bank posted as collateral to "support derivative transactions between BofA and the respective Lehman entities," according to a lawsuit filed in New York State Supreme Court.
Lees het volledige artikel in pdf formaat.
In het nieuwe artikel 5bis van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering is het statuut van benadeelde vervat. Een hoedanigheid van benadeelde wordt verkregen door het afleggen van een verklaring dat men schade heeft geleden veroorzaakt door een misdrijf. Deze verklaring is verschillend van de klacht of aangifte. De benadeelde is geen partij in het strafproces. Hij heeft enkel recht de procedure te volgen en wordt hiervan op de hoogte gehouden. De benadeelde mag ieder document dat hij nuttig acht doen toevoegen aan het dossier.
Hij heeft geen recht tot inzage in het dossier of om aanvullende opsporingshandelingen te laten verrichten (wat bij een klacht met burgerlijke partijstelling wel het geval is).
De verklaring bevat:
− Naam en voornaam
− Plaats en datum van de geboorte
− Beroep en woonplaats van de betrokkene
− Het feit dat oorzaak is van de schade geleden door de betrokkene,
de aard van de schade en het persoonlijk belang dat de betrokkene doet gelden.
De verklaring van benadeelde heeft verschillende gevolgen:
− Hij mag ieder document dat hij nuttig acht toevoegen aan het dossier;
− Hij wordt op de hoogte gebracht van een seponering en de reden ervan;
− Hij wordt op de hoogte gebracht van het instellen van een gerechtelijk onderzoek;
− Hij wordt op de hoogte gebracht van de bepaling van een rechtsdag voor het onderzoek- of vonnisgerecht.
Meer uitgebreide informatie over het statuut van benadeelde kan u vinden:
Als je je wilt laten registreren als benadeelde persoon, moet je je wenden tot het secretariaat van het parket en daar verklaren dat je schade hebt geleden door het misdrijf. Van deze verklaring, die je ofwel zelf doet, ofwel door een advocaat laat doen, neemt het secretariaat akte. Die akte voegt het parket dan toe aan het dossier.
Deze verklaring van benadeelde persoon heeft verschillende gevolgen. De registratie maakt van jou als slachtoffer nog geen partij in het strafproces, in tegenstelling tot de burgerlijke partij (zie verder). Maar wanneer je het statuut van benadeelde persoon hebt, mag je ieder document aan het dossier toevoegen dat je nuttig acht. Bovendien houdt het parket je op de hoogte van bijvoorbeeld een seponering en de reden daarvan, het instellen van het gerechtelijk onderzoek en de bepaling van een rechtsdag voor het onderzoek- en vonnisgerecht.
Getuigenis. ‘Ik ben anderhalf jaar geleden op weg naar huis door een onbekende man vastgegrepen en meegesleurd. Hij heeft me verkracht en ernstig gewond achtergelaten in het bos. Ik heb een klacht ingediend. Enkele weken later ben ik me gaan laten registreren als benadeelde persoon. Een paar maanden nadien kreeg ik een brief van het parket dat de zaak geseponeerd was wegens “onbekende dader”.
Een jaar later echter kreeg ik plots weer een brief van het parket. De zaak was heropend. Iemand anders had blijkbaar iets soortgelijks meegemaakt en daar had men de dader op heterdaad betrapt. Na een huiszoeking in diens huis, bleek het om dezelfde man te gaan als diegene die mij een jaar voordien had aangevallen.’
Let op: een verklaring als benadeelde persoon is geen burgerlijke partijstelling! De rechten van een benadeelde persoon gaan minder ver dan die van een burgerlijke partij. De benadeelde heeft niet het recht om schadevergoeding te vragen (zie hieronder), heeft geen recht op inzage in het dossier (zie hieronder) en heeft niet het recht om aanvullende onderzoeks-handelingen te vragen.
Door middel van een klacht met burgerlijke partijstelling maakt een slachtoffer of een benadeelde van een misdrijf de strafvordering aanhangig en stelt deze benadeelde tegelijk zijn burgerlijke vordering in.
De klacht met burgerlijke partijstelling vermeldt de volledige identiteit van diegene die klacht doet en doet tevens een opgave van de feiten die mogelijks een misdrijf uitmaken en van de datum van de feiten. Het is niet verplicht ook de strafrechtelijk kwalificatie op te geven.
Indien het slachtoffer of de benadeelde een advocaat heeft, dan wordt best ook de volledige identiteit van de advocaat opgegeven.
De klacht met burgerlijke partijstelling kan ingediend worden bij de onderzoeksrechter van de plaats waar het misdrijf is gepleegd of bij de onderzoeksrechter van de plaats waar de beweerde dader verblijft of waar hij kan gevonden worden (artikel 62bis Wetboek van Strafvordering).
De klacht met burgerlijk partijstelling wordt ondertekend door de klagende partij of door de advocaat van de klager.
Wanneer de klagende partij in België geen woonplaats heeft, dient hij keuze van woonplaats te doen in België.
In het merendeel van de gevallen dient een borgsom gestort te worden. Het bedrag van de borgsom is afhankelijk van een aantal factoren en wordt onder meer bepaald door kosten van deskundigen die moeten gemaakt worden enz.
Om ontvankelijk te zijn moet de klagende partij in elk geval vermelden dat zij benadeeld is door het misdrijf, waarvoor klacht wordt ingediend en dat zij vergoeding vraagt van de door haar geleden schade.
Model van klacht met burgerlijke partijstelling.
Opgelet, het volstaat niet alleen de klacht te versturen, er moet ook nog een proces-verbaal ondertekend worden bij de onderzoeksrechter en in een groot aantal gevallen moet tevens nog een borgsom betaald worden.
Ieder die zich benadeeld voelt door een misdrijf kan, hetzij in persoon hetzij door een advocaat, in toepassing van artikel 5bis Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering) een verklaring van benadeelde afleggen op het secretariaat van het parket, alwaar van deze verklaring een akte wordt opgesteld.
Conform de wet moet deze verklaring een aantal elementen bevatten:
• de naam, voornaam, plaats en datum van geboorte, beroep en woonplaats van de betrokkene;
• het feit dat de oorzaak is van de schade geleden door de betrokkene;
• de aard van deze schade;
• het persoonlijk belang dat de betrokkene doet gelden;
Door de verklaring verkrijgt de betrokkene het statuut van benadeelde, wat inhoudt dat hij zich kan laten vertegenwoordigen door een advocaat, dat hij elk document mag doen toevoegen aan het dossier dat hij nuttig acht en dat hij op de hoogte wordt gebracht van de eventuele seponering van het onderzoek, de reden daarvan, van het eventueel instellen van een gerechtelijk onderzoek en van de bepaling van een rechtsdag voor het onderzoek- en vonnisgerecht.
Door de verwittiging kan de betrokkene zich later burgerlijke partij stellen wanneer hij dit wenst.
| |
|
| Schema van de strafrechtpleging in eerste aanleg | Terminologische verduidelijkingen |
|
Bemiddeling in strafzaken: wijze van afhandeling van een dossier, mits naleving van bepaalde door het parket opgelegde voorwaarden (schadeloosstelling, dienstverlening, therapie,...) de feiten niet voor de correctionele rechtbank zullen worden vervolgd. |
| Beschikking tot buitenvervolgingstelling: zie raadkamer | |
| Beslissing tot seponering; zie vraag 2 bij de rubriek "Practische inlichtingen" | |
| Burgerlijke partij: iemand die een strafproces instelt of eraan deelneemt om vergoedingvan de schade te eisen die hij/izj naar eigen zeggen heeft geleden als gevolg van een misdrijf. | |
| Burgerlijke partijstelling: procedurehandeling waarbij de persoon die beweert schade te hebben geleden als gevolg van een misdrijf, formeel voor een onderzoeksrechter of aan de rechtbank vraagt om schadeloos gesteld te worden. | |
| Burgerlijke rechtbank: rechtbank die, in tegenstelling tot een strafrechtbank, belast is met het beoordelen van zaken waarbij enkel privé-belangen in het geding zijn. | |
| Dagvaarding: oproeping door een deurwaarder om voor een rechtbank te verschijnen. | |
| Misdrijf: elk door de wet strafbaar gesteld feit. | |
| Gerechtelijk onderzoek: onderzoek dat door een onderzoeksrechter wordt gevoerd om na te gaan of er misdrijven werden gepleegd en door wie. In tegenstelling tot het opsporingsonderzoek wordt een gerechtelijk onderzoek in principe afgesloten door een beslissing van de raadkamer. |
|
| Notitienummer: de referentie van het dossier bij het parket. In het gerechtelijk arrondissement Brussel begint dit steeds met de letters BR., gevolgd door een aantal cijfers en letters, en na de schuine streep eindigend met het jaartal waarin het dossier werd aangemaakt. | |
| Opsporingsonderzoek: het onderzoek dat gevoerd wordt door de procureur des Konings met de bedoeling dader(s) van misdrijven op te sporen en bewijzen te verzamelen. In tegenstelling tot eengerechtelijk onderzoek, wordt een opsporingsonderzoek steeds afgesloten door een beslissing van de procureur des Konigs zelf. | |
| Raadkamer: de rechtbank die na het gerechtelijk onderzoek beslist over het verdere verloop van de zaak. De raadkamer kan, onder meer, de verdachte naar de strafrechtbank verwijzen (beschikking tot verwijzing). of hem buiten vervolging stellen (beschikking tot buitenvervolgingstelling). De raadkamer beslist eveneens over de voorlopige hechtenis van de verdachte (het voorarrest). Tegen de beslissingen van de raadkamer kan beroep worden aangetekend bij de kamer van inbeschuldigingstelling. | |
| Strafrechtbank: rechtbank, in eerste aanleg "correctionele rechtbank" genoemd, die belast is met de beoordeling van misdrijven, alsook de daaruit voortvloeiende burgerlijke belangen. | |
| Vervolging: term die meestal wordt gebruikt wanneer de procureur des Konings beslist om personen die ervan verdacht worden een misdrijf te hebben gepleegd voor de strafrechter te brengen. | |
| Voorstel tot verval van de strafvordering mits betaling van een geldboete (VSBG): ook wel "minnelijke schikking" genoemd. Aan de dader van een misdrijf wordt een geldboete opgelegd. Indien hij/zij deze betaalt, wordt hij/zij niet vervolgd door de strafrechtbank. | |
| Bron: Portalis - uit de informatiebrochure van het Parket van Brussel. | |
DIT MODELFORMULIER IS NIET GESCHIKT OM HIER IN TE VULLEN !
| VERKLARING VAN BENADEELDE PERSOON persoonlijk of door een advocaat neer te leggen op het parket van de procureur des Konigs |
|
| Het nummer van het dossier: ......................... | |
|
I. Naam en voornaam (voor de vennootschappen : naam en juridische vorm):........................................................ ..................................................................................................................................................................... |
|
II. Het feit dat oorzaak is van de geleden schade:
|
|
III. De aard van de schade die ik heb geleden, is de volgende (het nodige aankruisen):
|
|
|
IV. Persoonlijk belang (in te vullen indien werd aangeduid dat er geen schade werd geleden): |
|
|
Als bijlage voeg ik.....document(en) tot staving van mijn verklaring. Opgesteld te.............................op................................. Handtekening: |
|
|
ACTE OPGESTELD OP GROND VAN ARTIKEL 5BIS, §2 VAN DE WET VAN 17 APRIL 1878
Voor ons.............................................,.........................................(hoedanigheid)bij het parket van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg van Brussel
die ons een verklaring tot het verkrijgen van hoedanigdeid van benadeelde persoon aflegt, tot bevestiging waarvan deze acte wordt opgesteld. Persoon die de verklaring afneemt: handtekening Verklarende partij: handtekening ------------------------------
1) Dit nummer dat U van de politiediensten heeft gekregen, dient in alle verdere briefwisseling te worden vermeld OF bij ontstentenis, politiedienst die het proces-verbaal heeft opgesteld en nummer van proces-verbaal te vermelden. |
|
| Bron: Portalis - uit de Informatiebrochure van het Parket van Brussel. |
Tak 21 en tak 23 verzekeringsproducten zijn beide levensverzekeringscontracten.
– ofwel bij leven op de vervaldag van de polis (uitgesteld kapitaal);
– ofwel bij overlijden vóór de vervaldag (overlijdensdekking);
– ofwel zowel bij leven als bij overlijden (de gemengde levensverzekering).
KBC publiceert nergens de preciese samenstelling van dit “intern beleggingsfonds” van het KBC-Life Invest Plan. KBC houdt de samenstelling zorgvuldig geheim.
KBC verstrekt(e) in haar fondsenfiches van het TOP 5 SECTOR fonds onvolledige, tegenstrijdige, onjuiste en onduidelijke informatie.
Er is sprake van een beding ten behoeve van een derde wanneer in een contract het voordeel van het contract aan een derde zal toekomen, die buiten dit contract blijft. Een derdenbeding is slechts geldig als het geënt is op een (geldige) hoofdovereenkomst. Het beding ten behoeve van een derde kan niet gemaakt worden in hoofde van de contractant zelf of van zijn rechtverkrijgenden. Men wordt immers geacht voor zichzelf en voor zijn erfgenamen of rechtverkrijgenden te hebben bedongen (artikel 1122 B.W.).
In een rechtsgeldig totstandgekomen levensverzekeringsovereenkomst bekomt de verzekeringnemer een schuldvordering op de verzekeraar door de betaling van premies. De verzekeringnemer kan dit voordeel toekennen aan een derde, d.w.z. dat hij zijn schuldvordering tegen de verzekeraar kan schenken aan een begunstigde. Deze schuldvordering heeft het verzekerd kapitaal als voorwerp (maar nooit de technische en wiskundige reserves die de verzekeraar moet aanleggen voor zijn verzekeringsverrichtingen, conform artikel 16 §1 van de Controlewet verzekeringen 9.7.75; deze technische en wiskundige reserves zijn de eigendom van de verzekeraar!). Zonder verzekerd kapitaal, geen recht van de begunstigde om dit (onbestaand) verzekerd kapitaal bij overlijden van de verzekerde te innen!
J. Ernault & R. Lebeau, doctors in de rechten en licentiaten in verzekeringsrecht, schrijven in “Levensverzekering in de praktijk”, in opdracht van de B.V.V.O., over de rechten van de begunstigde in een levensverzekeringsovereenkomst op p. 85 het volgende:
“Dank zij het derdenbeding krijgt de begunstigde het recht om het verzekerd kapitaal te innen. De aanneming van de begunstiging doet het recht niet ontstaan, maar legt het vast. .....
Het is niet de aanneming die een wilsovereenstemming veroorzaakt, waardoor een contract tot stand komt.”
In de veronderstelling dat de polis geherkwalificeerd zou worden als een beding ten behoeve van een derde, dan zou er een hoofdverbintenis dienen te zijn, die volgens het maatschappelijk doel van de levensverzekeraar uitsluitend een levensverzekeringsprestatie zijn kan (in casu de uitkering van het verzekerd kapitaal bij overlijden). Een hoofdverbintenis, anders dan een levensverzekeringsprestatie, is uitgesloten, want in strijd met de statuten en omdat de levensverzekeraar hiertoe geen vergunning verkrijgen kan. Zoals de polis zelf, is ook de zogenaamde begunstiging zonder voorwerp.
Als de polis niet als een levensverzekeringsovereenkomst kan gekwalificeerd worden, kan hij onmogelijk als een beding ten behoeve van een derde gekwalificeerd worden.
Indien de situatie van FORTIS BANK eind september 2008 inderdaad dramatisch was en acute betalingsproblemen dreigden, dan is hiervoor in de wet een sluitende procedure voorzien. In casu dienden de verantwoordelijken van FORTIS zich te wenden tot de rechterlijke macht, welke in het nodige betalingsuitstel kan voorzien.
Laat ons duidelijk zijn, de wetgevende macht wijst de bevoegdheid integraal toe aan de rechterlijke macht en niet aan de regering, de uitvoerende macht.
Vervolgens worden belangrijke eigendommen van de FORTIS aandeelhouders bij nacht en ontij vervreemd bij middel van een sterfhuisconstructie, gebruik makende van een stroman, de regering. Het malafide karakter van deze operatie blijkt overduidelijk uit het feit dat binnen de 5 minuten een koper gevonden wordt die klaarblijkelijk bereid is om aan de stroman 2 MIA meer te betalen dan de stroman zelf betaald heeft.
Vervolgens worden de oorspronkelijke eigenaars een schaderegeling aangereikt die te nemen of te laten is, zonder aanspraak te kunnen maken op de meerwaarde van de stroman.
Zondag 28 september 2008 schrijft de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij in op de kapitaalverhoging van Fortis Bank België en verwerft 49,9% van de aandelen voor een bedrag van 4,7 miljard euro.
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de hoogdringendheid;
Overwegende dat de hoogdringendheid verantwoord wordt door de noodzaak om zo snel mogelijk maatregelen te treffen tot het nemen van een deelneming in de <Fortis>-Groep;
Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en van Institutionele Hervormingen en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Met toepassing van artikel 2, § 3, van de Wet van 2 april 1962 betreffende de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en de gewestelijke investeringsmaatschappijen wordt de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij ermee belast om in te schrijven op een kapitaalverhoging en, in voorkomend geval, aandelen te verwerven van <Fortis> NV, vennootschap naar Belgisch recht, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1000 Brussel, Koningsstraat 20 en <Fortis> N.V., vennootschap naar Nederlands recht, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te NL-3584 BA Utrecht (Nederland), Archimedeslaan 6, en/of <Fortis> Bank NV, vennootschap naar Belgisch recht, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1000 Brussel, Warandeberg 3, ten belope van een maximaal bedrag van vijf (5) miljard euro en deze participatie te beheren.
Art. 2. De Staat zal hiertoe aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij de noodzakelijke fondsen voor de inschrijvingen of de verwervingen bedoeld in artikel 1 voor een bedrag van ten hoogste vijf (5) miljard euro ter beschikking stellen.
Art. 3. De opdracht die door dit besluit aan de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij wordt toevertrouwd, wordt door deze laatste in eigen naam maar voor rekening van de Staat uitgevoerd.
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 28 september 2008.
Art. 5. Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en Institutionele Hervormingen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, op 29 september 2008.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en van Institutionele Hervormingen,
D. REYNDERS
Maandag 6 oktober 2008 beslist Fortis haar Belgische Verzekeringsmaatschappij in december 2008 te verkopen aan BNP Paribas voor 5,7 miljard euro.
MEDEDELING VAN DE OVERHEID VAN ZONDAG 5 OKTOBER 2008
Het gaat om de volgende maatregelen:
Maandag 27 oktober 2008 richt de Belgische staat een Fonds op, waaruit houders van een coupon nr. 42 een deel van de inventariswaarde uitgekeerd krijgen in 2014.
Slotsom: Fortis ontvangt van België 12 miljard euro, van Luxemburg 2,5 miljard euro, van Nederland 16,8 miljard euro, en in december 2008 van BNP Paribas 5,7 miljard euro.
Fortis vangt voor zijn uitverkoop in totaal 37 miljard euro of bijna 15 euro per Fortis aandeel.
Fortis Holding zal, na afronding van het akkoord met BNP Paribas, alleen bestaan uit (1) de internationale verzekeringsactiviteiten, (2) een 66%-deelneming in een gestructureerde kredietportefeuilleentiteit en (3) de financiële activa en verplichtingen van de verschillende financiële vehikels.
De internationale verzekeringsactiviteiten (Fortis Insurance International) zijn aanwezig in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Hongkong, Luxemburg (Niet-Leven), Duitsland, Turkije, Oekraïne en in joint ventures in Luxemburg (Leven), Portugal, China, Maleisië, India en Thailand.
Bijgevolg heeft Fortis holding geen bankactiviteiten meer, doch slechts internationale verzekeringsactiviteiten, na afronding van de transacties met BNP Paribas.
De Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij zal eind februari 2009 veruit de grootste aandeelhouder van BNP Paribas worden, met tweemaal meer aandelen dan AXA, de belangrijkste aandeelhouder vandaag.
Voor een goed begrip: even terug naar week 40 van het jaar 2008.
Fortis maakt al meer dan vijftien jaar miljarden euro's operationele winst, zelfs nog tot eind juni 2008. Fortis betaalt buitensporige bonussen en riante afscheidpremies. Niet echt aanwijzingen dat Fortis afstevent op een bankroet. Fortis verklaart dan ook op vrijdag 26 september 2008 terecht dat zij voldoende liquiditeiten heeft, met een solvabiliteitsratio van meer dan 10%. Daarentegen verklaren de ministers Leterme, Reynders, Balkenende en Bos in de daaropvolgende uren, dagen en weken ten onrechte dat Fortis op twee millimeter!? van het bankroet zou staan.
België, Nederland en Luxemburg hebben onder het mom van een "reddingsplan" 37 miljard euro in Fortis gestopt. Omgerekend bijna 15 euro per Fortis aandeel. Fortis Bank zou hiervan circa 17 miljard euro gekregen hebben (De Standaard – 7 februari 2009).
Het resultaat van deze “reddingsoperatie” vandaag: de Belgische Staat heeft Fortis haar bank ontfutseld en probeert deze nu te versjacheren aan BNP Paribas.
Hoe betaalt BNP Paribas de koop van Fortis Bank, ontdaan van alle rommel en na een inbreng van circa 17 miljard euro? Met aandelen. Met 121 miljoen aandelen. BNP Paribas “betaalt” met aandelen die niet bestaan. De algemene vergadering van 19 december 2008 in Parijs, die over de kapitaalsverhoging moest beslissen, werd drie dagen eerder afgelast.
De slotkoers van BNP Paribas stond vrijdag 16 januari 2009 op 29 euro, 58% minder dan de koers van 68 euro, die BNP Paribas opeist als waarde van haar aandeel.
Nu zijn het precies de allergrootste banken, die duidelijk in de slechtste papieren zitten: de koersen van ABN Amro, Bank of America (BAC), Citibank (C), Royal Bank of Scotland (RBS) en UBS zijn in elkaar gestuikt. De slotkoersen van vrijdag 16 januari 2009 spreken boekdelen.
In 2008 is UBS van haar top van CHF37,6 gezakt naar CHF13,3 : – 65%.
In 2008 is BAC van haar top van $45,08 gezakt naar $7,18: – 84%.
In 2008 is C van haar top van $29,73 gezakt naar $3,50: – 88%.
In 2008 is RBS van haar top van 398,75 p gezakt naar 34,7 p: – 91%.
Hoe diep gaat BNP Paribas nog zakken?
Als BNP van haar top van €73 met 6,85% zakt, is het aandeel nog €68 waard.
Als BNP van haar top van €73 met 65% zakt, is het aandeel nog €25,55 waard.
Als BNP van haar top van €73 met 84% zakt, is het aandeel nog €11,68 waard.
Als BNP van haar top van €73 met 88% zakt, is het aandeel nog €8,76 waard.
Als BNP van haar top van €73 met 91% zakt, is het aandeel nog €6,57 waard.
BNP Paribas betaalt dus voor driekwart van Fortis Bank, ontdaan van alle rommel en na een inbreng van 17 miljard euro in contanten, ongeveer 8,6 miljard euro in de veronderstelling dat haar aandeel 68 euro waard is.
Maar als de koers zakt naar 25,55 euro, is die “betaling” nog maar 3,2 miljard euro waard en als de koers zakt naar 11,68 euro, is die “betaling” niet meer dan 1,5 miljard euro waard.
Als de koers van het aandeel zakt naar 8,76 euro (– 88% zoals bvb. Citibank), betaalt BNP Paribas voor driekwart van de Fortis Bank slechts 1,1 miljard euro.
Paribas is in de eerste plaats een zakenbank. Hoe lang gaat het nog duren vooraleer Paribas de weg van haar Amerikaanse collega’s volgt? Tenzij ze ondertussen zou gered worden door de Belgen.
Totdat de lijken uit de kasten vallen.