Schaamte
(AALST) - Als ex-agentschapsdirecteur van Dexia heb ik de laatste weken en dagen met schaamte het schouwspel rond de val en redding van Dexia gadegeslagen.
Waar is de tijd dat de klanten in vertrouwen hun zuurverdiende spaarcenten naar de bank brachten, ze belegden op spaarboekjes en in kasbons en op de vervaldag met de glimlach hun rente konden opstrijken, en vaak onmiddellijk herbelegden.
Vanaf het ogenblik dat de groep op de beurs genoteerd werd, is het fout beginnen te gaan. De druk en verwachtingen van de aandeelhouders om jaarlijks een dividend, en liefst eentje in dubbele cijfers, op te strijken heeft geleid tot diverse overnames (die niet steeds getuigden van inzicht, of waar de lijken pas nadien uit de kasten vielen) en tot een herschikking van het kantorennet. Op dat ogenblik werd de grotere invloed van de hoofdzetel voelbaar in het net.
Onder druk van de concurrentie en van de rentabiliteit werd iedereen verplicht, ik benadruk het woord 'verplicht', om de door de hoofdzetel voorgestelde producten te verkopen aan het nietsvermoedende cliënteel. Hoeveel klanten voelen zich thans niet bekocht, wanneer ze op de vervaldag hun opbrengst en inleg aanschouwen?
Honderden agentschapsdirecteurs konden zich niet meer terugvinden in de nieuwe politiek van de bank en namen of kregen ontslag. Een kapitaal aan klantenkennis en vertrouwen ging zo verloren.
De arrogantie waarbij Dexia thans meedeelt dat er slechts een verwaarloosbaar aantal klanten zijn geld heeft weggehaald uit de bank, staat in schril contrast met de afgang die de instelling zelf meemaakt. Het o zo machtige Dexia moet geholpen worden door de regering om het hoofd boven water te houden. Een V-teken maken wanneer je dient op te stappen, is dan ook zeker niet gepast.
Veel spaarders kunnen hun belegde kapitalen nu nog niet terugvragen. De leegloop zal pas zichtbaar zijn binnen enkele maanden en jaren, wanneer de belegde kapitalen op vervaldag komen.
Dit zou trouwens maar logisch zijn. Wie heeft nog vertrouwen in een instelling die zijn klantenvertrouwen zo beschaamd heeft? Johan Filliaert.
Bron: De Standaard – waarde redactie 04 oktober 2008
Gedreven door verkoopcijfers en commissielonen.
P. Holemans schrijft in De Standaard van 10 februari 2004 over de KBC-fondsen het volgende:
“Als de bank de passie preekt, belegger pas op je centen. Het mea culpa van KBC-baas André Bergen over het teveel aan beleggingsfondsen (DS 7 februari 2004) heeft veel weg van krokodillentranen. Want geen enkele bank heeft zo’n overaanbod aan beleggingsfondsen gecreëerd als deze bank. Van eenvoudige rechttoe rechtaan indexfondsen tot de meest exotische, vergezochte constructies en combinaties.
Dat dit op vraag van de klant was, zoals woordvoerster Viviane Huybregts beweert, is op zijn minst een ontkenning van de soms agressieve manier waarmee klanten wordt “aangeraden” fondsen in hun portefeuille te vervangen door nieuw uitgegeven en zogenaamd beter presterende dan die “oude” die al lang niet meer “inspelen” op de huidige markt.
Dat de bank bij een dergelijke uit- en instap meerdere procenten commissie aanrekent, gemiddeld tientallen procenten van de nog te realiseren return, wordt al te vaak tijdens het gesprek vergeten. De belegger mag alleen maar hopen dat zijn nieuwe fonds succesvol zal worden beheerd en het beter zal doen dan zijn vorige.Hij realiseert zich wellicht niet dat zijn handtekening hem sowieso minstens een half jaar rendement heeft gekost. Maar voor de bank betekenen deze commissies instant geld. Mooi snel verdiend tijdens een babbel van hooguit een uur. Dat is de werkelijke achtergrond van het advies aan de klant omtrent zijn portefeuille. De corebusiness van de bank.
Er wordt maar al te vaak vergeten dat de meeste fondsen worden beheerd met het oog op de return voor de fondsbeheerder, eerder dan in het belang van de klant. Bovendien betaalt deze laatste ook nog eens elk jaar een beheersvergoeding. Iedereen tevreden dus, vooral de kantoorhouder. Je zou dus voor minder gaan twijfelen of je er wel goed aan doet om over te stappen. Maar de klant is niet tevreden. Want die is slecht geïnformeerd en laat zich maar al te snel door niets ter zake doende argumenten overdonderen, of wordt gewoon duizelig van de voorgestelde rendementen – dat laatste zonder garantie uiteraard.”
“Befehl ist befehl!”
En Leo Leroy, ex-bankdirecteur Cera-bank (Deinze), voegt daar de volgende dag in De Standaard aan toe:“Ter aanvulling bij de brief van P. Holemans (DS 10 februari) nog het volgende. Door de leiding van de KBC werden, in de voorbije jaren, de fondsen ook bij het personeel door het strot geduwd. Men moet enthousiast deze producten verkopen, zelfs al gelooft men er zelf niet in. Bevel is bevel, luidt het en ook de verloning en de promotie hangen ervan af. Velen hebben trauma’s opgelopen door de vele, terecht negatieve reacties van teleurgestelde cliënten. De malaise bij het personeel is groot. Is het wellicht daarom dat er velen afhaken en de bankwereld ‘spontaan’ verlaten?”