User login

De wiskundige reserve van een levensverzekeringsovereenkomst

J. Ernault & R. Lebeau schrijven hierover in hun boek “Levensverzekering in de praktijk” op pp. 47 e.v.:


Voorwerp en oorzaak van het contract: betaling van de premie en waarborg van het risico.

In alle contracten met wederzijdse verbintenissen is het voorwerp van de verplichting van de ene partij de oorzaak van de verplichting van de andere.
In een levensverzekeringsovereenkomst verbindt de verzekeraar zich een bepaald risico te dekken mits betaling van een premie door de verzekeringnemer:

  1. de premie: voorwerp van het contract voor de verzekeringnemer en oorzaak voor de verzekeraar;
  2. de waarborg van het risico: voorwerp van het contract voor de verzekeraar en oorzaak voor de verzekeringnemer.

Vaststelling van de premie.
Drie elementen komen bij de premieberekening te pas:

  1. de sterftetafels
  2. de rentevoet, t.t.z. de veronderstelde gemiddelde rentevoet aan dewelke de verzekeraar de wiskundige reserves belegt
  3. de opslagen.

De nivellering van de premie.
Het is precies door die nivellering dat er een wiskundige reserve bestaat en bijgevolg een afkoopwaarde en een premievrije waarde.
Premienivellering is het procédé dat erin bestaat een eenvormige premie vast te stellen voor de ganse duur van het contract door een gemiddelde te maken tussen de laagste (die van het eerste jaar) en de hoogste premie (die van het laatste jaar).
Theoretisch zou de premie immers veranderlijk moeten zijn en van jaar tot jaar toenemen, aangezien zij de weergave is van het risico van het jaar gedurende hetwelk de waarborg wordt verleend en het sterfterisico groter wordt naargelang de leeftijd vordert. Zo zou men echter tot een zeer onaangename toestand komen, want gedurende de laatste jaren zouden de premies een te groot financieel offer vergen. Om die reden nivelleert men de premies.


Gevolgen van de nivellering.

De nivellering heeft tot gevolg dat de verzekeringnemer gedurende de eerste periode van het contract een premie betaalt die hoger ligt dan de prijs van het risico dat de maatschappij in feite dekt. Dit teveel is een reserve waarmee het tekort op de premies van de laatste contractjaren zal aangevuld worden.
De eenvormige premie bestaat dus uit twee delen:
a) de risicopremie: ze komt overeen met het risico dat gedurende het jaar gelopen wordt;
b) de kapitalisatiepremie: ze zal in de toekomst de onvoldoende premies aanvullen
Het is het geheel van die kapitalisatiepremies vermeerderd met hun beleggingsrente die de wiskundige reserve vormen.


De waarborg van het risico.

De verzekeraar verbindt er zich toe de overeengekomen som te betalen op het ogenblik dat het risico zich voordoet, dit is bij het overlijden van de verzekerde of op een bepaald tijdstip.


De wiskundige reserve inzake verzekeringen bij overlijden

Hierboven werd uiteengezet dat om verschillende redenen de premie op een constant, eenvormig bedrag vastgesteld wordt, hoewel zij normaal groter zou moeten worden naarmate het overlijdensrisico van jaar tot jaar groter wordt. Het procédé dat erin bestaat het risico mits constante premies te dekken, noemt men premienivellering.
Inzake verzekeringen bij overlijden bevat de eenvormige premie in werkelijkheid twee delen:

  1. een premiedeel voor het werkelijk gelopen risico gedurende het jaar: Dit deel, dat zeer klein is gedurende de eerste jaren, zal groter worden naarmate de verzekerde ouder wordt;
  2. het overschot dat zal dienen om de te lage premies in de laatste jaren aan te vullen, want indien de constante premie in het begin te hoog is voor de waarde van het risico, dan wordt zij te zwak vanaf een bepaald aantal jaren.

Dit “overtollig” premiedeel, aangevuld met de gekweekte rente, is de wiskundige reserve die zal gebruikt worden om de onvoldoende constante premies van de toekomst aan te vullen, wanneer de verzekerde een bepaalde leeftijd zal bereikt hebben.


Aard van het recht van de verzekeringnemer op de wiskundige reserve van zijn contract.

De verzekeringnemer is geen eigenaar van zijn reserve; hij is er de schuldeiser van.
Inderdaad, de reserves staan op de passiefzijde van de balansen van de maatschappijen en worden aan de actiefzijde vertegenwoordigd door onroerende goederen, roerende waarden of schuldvorderingen (leningen bijvoorbeeld).
Daar het om een vorderingsrecht gaat, hebben de verzekerden een bijzonder voorrecht op de waarden die de reserves vertegenwoordigen, waarden die dan ook bestemd zijn om de contracten te vereffenen.


Gevolgen van het vorderingsrecht van de verzekeringnemer op de reserve.

  1. Hij kan afkopen, t.t.z. tijdens het contract onmiddellijk het bedrag van de wiskundige reserve opstrijken, en dit onder bepaalde voorwaarden. Het contract wordt dan ontbonden.
  2. Indien hij er niet aan houdt de premies nog verder te betalen maar toch zijn contract wenst in voege te houden, kan hij het “premievrij” laten maken. De reserve zal dan dienen als koopsom om aan ongewijzigde voorwaarden een kapitaal te verzekeren dat natuurlijk kleiner zal zijn dan het oorspronkelijke.
  3. Hij kan ook nog een voorschot op de polis nemen, t.t.z. de volledige of gedeeltelijke afkoopwaarde als voorschot op de verzekerde bedragen. Hier koopt de verzekeringnemer zijn contract niet af, maar laar zich voortijdig een stuk van de reserve overhandigen. Wanneer hij dan die som niet terugbetaalt vóór de vervaldag, zal zij bij de vereffening van het kapitaal afgetrokken worden.
  4. Tenslotte kan de verzekeringnemer zijn contract als een kredietmiddel aanwenden door aan zijn schuldeisers het recht op het voordeel over te dragen of nog alle rechten die hij op het contract heeft.


Commentaar:
Zoals hierboven uiteengezet, bekomt de verzekeringnemer in een rechtsgeldig totstandgekomen levens- verzekeringsovereenkomst een schuldvordering op de verzekeraar door de betaling van premies. De verzekeringnemer kan dit voordeel toekennen aan een derde, d.w.z. dat hij zijn schuldvordering tegen de verzekeraar kan schenken aan een begunstigde. Deze schuldvordering heeft het verzekerd kapitaal (en eventueel de wiskundige reserves) als voorwerp (maar nooit de technische reserves die de verzekeraar moet aanleggen voor zijn verzekeringsverrichtingen, conform artikel 16 §1 van de Controlewet verzekeringen 9.7.75; deze technische reserves zijn eigendom van de verzekeraar).
In het Fortis Easy Fund Plan en het KBC Life Invest Plan krijgt de begunstigde bij overlijden van de verzekerde de “reserve”, i.c. de inventariswaarde van het intern fonds, doch geen vooraf overeengekomen verzekerd kapitaal.
Zonder verzekerd kapitaal, geen recht van de begunstigde om dit verzekerd kapitaal bij overlijden van de verzekerde te innen!
Zonder premienivellering, geen recht op de uitkering van de wiskundige reserve