Voorwerp en oorzaak van het contract: betaling van de premie en waarborg van het risico.
In alle contracten met wederzijdse verbintenissen is het voorwerp van de verplichting van de ene partij de oorzaak van de verplichting van de andere.
In een levensverzekeringsovereenkomst verbindt de verzekeraar zich een bepaald risico te dekken mits betaling van een premie door de verzekeringnemer:
Vaststelling van de premie.
Drie elementen komen bij de premieberekening te pas:
De nivellering van de premie.
Het is precies door die nivellering dat er een wiskundige reserve bestaat en bijgevolg een afkoopwaarde en een premievrije waarde.
Premienivellering is het procédé dat erin bestaat een eenvormige premie vast te stellen voor de ganse duur van het contract door een gemiddelde te maken tussen de laagste (die van het eerste jaar) en de hoogste premie (die van het laatste jaar).
Theoretisch zou de premie immers veranderlijk moeten zijn en van jaar tot jaar toenemen, aangezien zij de weergave is van het risico van het jaar gedurende hetwelk de waarborg wordt verleend en het sterfterisico groter wordt naargelang de leeftijd vordert. Zo zou men echter tot een zeer onaangename toestand komen, want gedurende de laatste jaren zouden de premies een te groot financieel offer vergen. Om die reden nivelleert men de premies.
Gevolgen van de nivellering.
De nivellering heeft tot gevolg dat de verzekeringnemer gedurende de eerste periode van het contract een premie betaalt die hoger ligt dan de prijs van het risico dat de maatschappij in feite dekt. Dit teveel is een reserve waarmee het tekort op de premies van de laatste contractjaren zal aangevuld worden.
De eenvormige premie bestaat dus uit twee delen:
a) de risicopremie: ze komt overeen met het risico dat gedurende het jaar gelopen wordt;
b) de kapitalisatiepremie: ze zal in de toekomst de onvoldoende premies aanvullen
Het is het geheel van die kapitalisatiepremies vermeerderd met hun beleggingsrente die de wiskundige reserve vormen.
De waarborg van het risico.
De verzekeraar verbindt er zich toe de overeengekomen som te betalen op het ogenblik dat het risico zich voordoet, dit is bij het overlijden van de verzekerde of op een bepaald tijdstip.
De wiskundige reserve inzake verzekeringen bij overlijden
Hierboven werd uiteengezet dat om verschillende redenen de premie op een constant, eenvormig bedrag vastgesteld wordt, hoewel zij normaal groter zou moeten worden naarmate het overlijdensrisico van jaar tot jaar groter wordt. Het procédé dat erin bestaat het risico mits constante premies te dekken, noemt men premienivellering.
Inzake verzekeringen bij overlijden bevat de eenvormige premie in werkelijkheid twee delen:
Dit “overtollig” premiedeel, aangevuld met de gekweekte rente, is de wiskundige reserve die zal gebruikt worden om de onvoldoende constante premies van de toekomst aan te vullen, wanneer de verzekerde een bepaalde leeftijd zal bereikt hebben.
Aard van het recht van de verzekeringnemer op de wiskundige reserve van zijn contract.
De verzekeringnemer is geen eigenaar van zijn reserve; hij is er de schuldeiser van.
Inderdaad, de reserves staan op de passiefzijde van de balansen van de maatschappijen en worden aan de actiefzijde vertegenwoordigd door onroerende goederen, roerende waarden of schuldvorderingen (leningen bijvoorbeeld).
Daar het om een vorderingsrecht gaat, hebben de verzekerden een bijzonder voorrecht op de waarden die de reserves vertegenwoordigen, waarden die dan ook bestemd zijn om de contracten te vereffenen.
Gevolgen van het vorderingsrecht van de verzekeringnemer op de reserve.